Moet beroepssport staatsteun krijgen ?

Doorbraak

Ignace Vandewalle

De sp.a pleegt moordaanslag op het voetbal

Deel I: De fiscale en parafiscale gunstregimes voor sportbedrijven

Sinds de sp.a geen burgemeesters meer levert voor Brugge, Gent, Antwerpen, Sint-Truiden en Oostende, is het electorale nut van het voetbal en zijn supporters verdwenen. Zo lijkt het toch. Als je de parlementaire initiatieven van John Crombez (Oostende) en Joris Vandenbroucke (Gent) van de afgelopen weken samenvoegt, dan worden de Ghelamco Arena, de Versluys Arena en Versluys Dôme straks relikwieën uit vervlogen sporttijden

Ignace Vandewalle heeft kennis van zaken en zijn pleidooi tegen subsidiëring van beroepssport is redelijk. Maar hij gaat niet ver genoeg.

Want beroepssport is eigenlijk een contradictio in terminis. Het woord ‘sport’ komt van het Oudfranse desport ‘vermaak, recreatie’, een afleiding van het werkwoord (se) desporter, ‘afleiden, spelen, (zich) vermaken’. (Wikipedia). Als een mens er zijn kost mee moet verdienen, is het geen vermaak meer, ook al kan het vermakelijk zijn.

Er is geen enkele reden waarom mensen hun kost zouden moeten verdienen met sport. Zeker niet met sport die een spel is.

Ja, ik weet het, de sport speelt een belangrijke rol in het maatschappelijk leven omdat ze de massa de kans geeft om vervreemding en agressie te ventileren. Observeer het gedrag van voetbalsupporters, en je weet genoeg.

Afgezien van het feit dat we ons eigenlijk beter zouden concentreren op het voorkomen van die vervreemding en agressie, is het nergens voor nodig dat de krijgers in de arena beroepssporters zouden zijn. Qua spanning is een voetbalmacht tussen amateurs gelijk aan een match tussen beroepsvoetballers. 

Ja, die beroepsvoetballers zijn sterker, sneller, en technisch vaardiger. De echte toppers zijn ook intelligenter, althans als het over hun sport gaat. Maar de spanning komt niet voort uit de absolute snelheid, maar uit de vergelijking van snelheden.

Heb ik dan geen oog voor de inherente schoonheid van een mooi opgezette aanval ? Ja, natuurlijk wel – ik ben een sportliefhebber. Maar zo beklijvend is die schoonheid nu ook weer niet, dat de uitvoerders daar 300.000 € per maand mee moeten verdienen. Zeker niet als je die schoonheid vergelijkt met die van een goed uitgevoerde sonate van Bach. Voor mijn part moet ook de uitvoerder van die sonate geen beroepsuitvoerder zijn. Ik gebruik hier met opzet het woord uitvoerder, omdat een goede uitvoering waarschijnlijk wel een beroepsmusicus nodig heeft. Maar de overgrote meerderheid van de beroepsmusici verdienen hun kost niet met uitvoeringen, maar met les geven. En als het over les geven gaat heb ik dus niets tegen beroepsmensen. Integendeel.

Dat geldt ook voor de sport: daar waar de spelers geen beroepsmensen moeten zijn, is dat wél zo voor de trainers en begeleiders.

Maar vanwaar komt eigenlijk dat fenomeen beroepssport ?

Ik laat nu even de beroepssport in de ex-communistische landen buiten beschouwing. Daar waren de sporters vertegenwoordigers van het systeem, en moesten ze de superioriteit van het systeem aan de wereld tonen. Ook Hitler zat op dat spoor, maar voor hem ging het over de superioriteit van een ras. Ik geniet dus nog altijd van de beelden van de zwarte Jesse Owens die vier gouden medailles won op de Olympische spelen in Berlijn in 1936, waarmee hij Hitler grandioos belachelijk maakte.

In onze tijd en contreien is de beroepssport fundamenteel verbonden met de reclame. Sport brengt mensen massaal bij mekaar, en daar  liggen kansen voor de reclame. De inkomsten van de beroepssport liggen voor een slechts minimaal gedeelte bij de inkomgelden die de supporters meebrengen, maar voor veruit het grootste gedeelte bij de sponsoring en de contracten met de media (TV, radio…).

Door aanwezig te zijn op de sportvelden, vergroot de naambekendheid van de bedrijven, en vooral: als de reclame er in slaagt om zich te vereenzelvigen met de club, vereenzelvigen de supporters zich met het merk. Daarom eisen nogal wat sponsors dat de club hun naam zou aannemen.

Ik heb in eerdere blogs al aangegeven wat ik vind van reclame. Als er iets des duivels is, is het reclame. Reclame maakt de massa ongelukkig en enkelen rijk. Reclame is manipulatie. Manipulatie is onvrijheid, en maakt mensen dus ongelukkig. Reclame wakkert de hebzucht en genotzucht aan, en die zijn nooit voldaan en maken de mensen dus ontevreden. Reclame is een sterke psychologische factor in de vervreemding die de hedendaagse mens teistert. Reclame moet verboden worden. Als reclame verboden is, valt het inkomen van de beroepssporter weg, en is het probleem van de beroepssport opgelost.

Daarmee is niet alles opgelost, want de vervreemding die eigen is aan het kapitalisme is, blijft. Daar wil ik dus nog iets over zeggen dat verband houdt met de sport.

Het kapitalisme zet de mens per definitie in een situatie waarin hij moet presteren. Alleen al de concurrentie als motor van het economisch gebeuren leidt daar toe. Als antikapitalist is de concurrentie in de economie voor mij onaanvaardbaar. De economie wordt daardoor een arena waarin een strijd op leven en dood wordt uitgevochten. En belangrijk: het is een arena waar de mens niet uit kan stappen. Mensen moeten hun kost niet verdienen in een arena (beroepssport ! ). Mensen moeten niet proberen te overleven in een arena. Mensen moeten overleven door samen te werken.

Toch is concurrentie eigen aan de mens. Er is niets op tegen dat mensen hun prestaties vergelijken en zich met mekaar meten. Daarvoor dient sport en spel. Dat de inzet daarbij louter symbolisch is, is essentieel. Het moet eigenlijk om niets gaan. Dat is het eigene van een spel. En mensen moeten kunnen stoppen wanneer ze het niet meer leuk vinden. Van belang zijn ook de regels. Staten proberen het economisch gebeuren regels op te leggen. Maar als het er op aankomt, gelden die niet. Niet zo in sport en spel. De regels daar garanderen menselijkheid in het gebeuren en voorkomen ongeregeldheden als mensen zich te fel inleven in de strijd.

Een goede speler of sporter is iemand die blij is als hij wint, en niet triestig als hij verliest. In de sport zijn er wel winnaars, maar geen verliezers, want iedereen heeft zich geamuseerd. 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *