De domheid van de ratio

Trouw (Nl)

Sieme de Wolf

Verscheen Maria echt in Amsterdam ?

Voor deze kerkgangers is er geen twijfel mogelijk

De Maria­verschijningen van Amsterdams zieneres Ida Peerdeman worden door het Vaticaan niet erkend, verklaart bisschop Hendriks van Haarlem-Amsterdam. De ‘Kapel van de Vrouwe’ die hieromheen is ontstaan, houdt hoop op een ommekeer

Jullie weten dat ik er niet voor terugschrik om de boel belachelijk te maken. Maar tot mijn eigen verbazing wil ik dat hier niet doen, al is het onderwerp ongelooflijk dankbaar.

Eigenlijk is het simpel: als een zieneres verschijningen heeft gezien, zijn er verschijningen geweest. Wat zo ’n verschijning precies inhoudt, moet je aan de zieneres vragen. Dat is wat de gelovigen doen en zij geloven de zieneres. Wat is daar eigenlijk mis mee ?

Je kan natuurlijk opmerken dat het toch merkwaardig is dat Maria niet méér verschijnt. Als ze dat kan, zou het dan de wereld niet beter maken als ze dat wat meer zou doen ?

En als je een psychologisch profiel zou maken van de zieneres zou je waarschijnlijk wel wat trekjes van hysterie aantreffen.

Er zijn zeker verschijningen gecreëerd door pastoors die gezien hadden hoeveel geld er in Lourdes binnenstroomt en die vonden dat dat bij hen in Banneux toch ook moest kunnen.

Van sponsoring door kaarsenfabrikanten heb ik niet dadelijk weet. Maar kaarsenfabrikanten deinzen natuurlijk voor niets terug.

Neen, nu maak ik de zaak niet belachelijk. Want waar het om gaat is niet het werkelijkheidsgehalte maar het geloof van mensen.

Alhoewel, zelfs bij dat gebrek aan werkelijkheidsgehalte kan je vragen stellen. Uiteraard is er geen materiële werkelijkheid. Ook de gelovige weet dat je de verschenen Vrouwe niet kan bepotelen. Het gaat om een geestelijke werkelijkheid. Of je nu gelooft of niet in een niet-materiële werkelijkheid doet eigenlijk niet terzake. Een geestelijke werkelijkheid is iets wat zich afspeelt in de menselijke geest. Als het zich daar afspeelt is het werkelijkheid.

Bestaan er mirakels ? 

Een mirakel is iets wat gebeurt in een religieuze context en wat met de huidige stand van de wetenschap niet te verklaren is. Vermits de wetenschap niet voltooid is en alles kan verklaren is het een heikele kwestie om te beweren dat er niets kan gebeuren dat de wetenschap niet kan verklaren. Ja dus, mirakels bestaan. Maar ook nu weer: de vraag naar het al dan niet kunnen bestaan of gebeuren is niet terzake. Het gaat om wat er omgaat in die gelovigen.

Ik kan nu op zoek gaan naar persoonlijkheidskenmerken. Psychologen kunnen mechanisme ontrafelen, sommige zullen mechanismen uitvinden. Dat is interessant, en waarschijnlijk zullen bepaalde persoonlijkheidskenmerken wel voorwaarde zijn voor het geloof in mirakels en verschijningen. Maar laat ons even doorbomen over de religieuze context.

Uiteraard gaat het om primitief geloof.

De gelovige verhalen zijn in essentie allemaal een vorm van mythe: het zijn verhalen die hun belang niet ontlenen aan de materiële waarheid van de gebeurtenissen, maar aan de betekenis die in het verhaal vervat ligt. Deze verhalen reflecteren een wijsheid over de mens, over de wereld waarin hij leeft, en over zijn functioneren in die wereld. Het zijn geen filosofische of psychologische tractaten precies omdat ze naar een geestelijke diepte gaan waarin gewone menselijke concepten tekort schieten. Vraag aan een vader die de geboorte van zijn kind heeft meegemaakt om uit te leggen wat er is gebeurd, en hij zal je vertellen dat woorden tekort schieten… Je kan het vergelijken met (goede) muziek: als je probeert om die te begrijpen en te verwoorden kom je altijd op een punt waarop je zegt: maar er is meer… De mythe laat iets oplichten van een werkelijkheid waarvan we aanvoelen dat ze bestaat, maar waarvan we ook aanvoelen dat ze ons denken te boven gaat. We stoten hier op ons zijn in een werkelijkheid die we gewoon niet kunnen bevatten, al was het maar omdat we er deel van uitmaken. Wie meespeelt in het toneelstuk kan het niet zien. 

Een mens kan zich daarvoor afsluiten. Maar wie zich daarvoor afsluit is zoals een acteur die zichzelf als het centrum van het toneelstuk ziet en denkt dat als de mensen naar hem gekeken hebben, ze het toneelstuk hebben gezien.

In het gewone leven ontkoppel ik mijn functioneren van de mythe. De mythe kan wel invloed hebben op mijn leven, maar ze valt er niet mee samen. Ik leef niet in de mythe. 

Een mythe is per definitie irrationeel. Ze overstijgt de ratio. In mijn gewone leven laat ik me leiden door de ratio. De mythe krijgt haar plaats als ik van het gewone oppervlakkige leven doordring in de diepten van mijn bestaan. Dat mijn contact met die diepten mijn gewone leven kleurt betekent niet dat de diepte en de oppervlakte samenvallen.

Als hoog ontwikkeld intellectueel en gezegend met een superieure intelligentie en een grondige kennis van mijn geloof, kan ik goed omgaan met die verbonden maar niet samenvallende werelden van de ratio en de mythe. Maar niet iedereen is daartoe bekwaam. De mensen die geloven in verschijningen en mirakels slagen er niet in om die twee werelden altijd uit mekaar te houden. Ze voelen zich daarbij dikwijls ook (terecht ! ) machteloos bij een aantal gebeurtenissen in hun leven en zoeken dan steun in de wereld van de mythe. Je kan dat zwakheid noemen. Maar wie ben ik om neer te kijken op mensen die niet zo slim en sterk zijn als ik ? Als ik dat zou doen zou ik de kern van mijn christendom verloochenen.

En daarbij: die mensen doen niemand kwaad. Wil iemand beweren dat een rationeel ongelovige die de mythe afwijst per definitie een goed mens is ? Of een beter mens dan dat vrouwtje op haar knieën voor een verschijning van Maria die oproept tot vrede tussen de volkeren ? Als ik moet kiezen tussen dat vrouwtje en een rationele ongelovige die de wereld naar de kloten helpt, kies ik voor dat vrouwtje. Als die ongelovige dat vrouwtje belachelijk vind is hij de domme mens.

PS Ik geef toe dat ik lange tijd tot die domme mensen heb behoord.

 

 
 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *