Alles achter laten … Waarvoor ?

Ze zeggen van mij dat ik een nurk ben; een kwade speler.  Dat zal wel zijn, maar mijn broer is nog veel erger.

Ja, ik weet ook wel dat je wel altijd iemand vindt die erger is en daarmee je eigen falen kunt verbloemen, maar het is echt zo: hij ìs erger. Ik erger me dan ook voortdurend aan hem – misschien juist omdat ik een nurk ben – maar het rare is dat de nurk die ik ben nog altijd houdt van de nog ergere nurk die mijn broer is, juist omdat hij mijn broer is. Als hij niet mijn broer zou zijn, zou ik hem haten.

De radicalist Jezus heeft daar iets over te zeggen:

Toen talloze mensen met Hem meetrokken, keerde Hij zich om en zei tot hen:  26‘Als iemand naar Mij toekomt, die zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven niet haat, kan hij mijn leerling niet zijn. (Lc. 14, 25-26)

Dat ”haten” is wel extreem radicaal. Heeft Jezus dat echt zo gezegd ?

Eerst en vooral moeten we rekening houden met het Semitische taaleigen waarin men vaak met weinig nuance spreekt en men een voorliefde heeft voor zwart-wit-tegenstellingen (licht/duister; leven/dood; liefde/haat).

‘Ik houd meer van frieten dan van puree” klinkt in het Semitisch: ‘Frieten heb ik lief en puree haat ik’. En met die uitspraak bedoel ik dan: ik eet graag puree, maar liever frieten. Of denk aan een uitspraak die ook bij ons zou kunnen voorkomen: ”Ik haat Pommelien Thijs”.

Bij Matteus klinkt het zo: 

Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig. (Mt. 10, 37-39)

Ik wil maar duidelijk maken dat je bij de lezing van deze teksten altijd moet beseffen dat ze vele jaren na de dood van Jezus zijn neergeschreven nadat ze al die jaren mondeling zijn doorverteld in verschillende verhalentradities. Geleerde exegeten hebben dikke boeken geschreven over welke uitspraken zeker van Jezus zelf zouden zijn. Ieder van die boeken is door andere al even geleerde exegeten tegengesproken. Er bestaan geen geluidsopnames van wat Jezus letterlijk heeft gezegd.

Laat ons dus maar zoeken naar de diepere betekenis van wat we lezen. De boodschap die de evangelies brengen is de moeite waard, ook al zitten er over Jezus zeker historische ”onnauwkeurigheden” in.

Daarbij kan het helpen om wat bredere context te zien. Jezus heeft het ook op nog andere plaatsen over wat het betekent om zijn volgeling te zijn.

Toen keek Jezus hem liefdevol aan en sprak: “Een ding ontbreekt u: ga verkopen wat ge bezit en geef het aan de armen … En kom dan terug om Mij te volgen.” Dit woord ontstelde hem en ontdaan ging hij heen, omdat hij vele goederen bezat. (Mc. 10, 21-22)

Is Jezus een discipel van Jean-Pierre Proudon en tegenstander van bezit ? Meent hij dat ”eigendom diefstal is” ?

Zeker is dat Proudhon, andersom, wel inspiratie heeft gevonden in de evangelische teksten, maar ik denk niet dat Jezus zou gezegd hebben dat eigendom diefstal is. Dat soort ideeën viel in zijn tijd totaal buiten de denkwereld.

Het gaat hier niet om het bezit op zich, maar om de gehechtheid er aan. 

Ik ben wel fan van Proudhon en vind het niet kunnen dat iemand stinkend rijk wordt; ook niet als hij daarvoor keihard heeft gewerkt, wat de meeste stinkend rijken niet hebben gedaan.

Maar in de context van deze evangelietekst wil ik aannemen dat iemand wél rijk is. Jezus is bedroefd, niet omdat de rijke jongeling  rijk is, maar wel omdat hij zich niet kan los maken van zijn rijkdom. Zo kan Jezus natuurlijk wel Proudhon geïnspireerd hebben, want waarom zou je nog rijk willen worden, als je toch niet gehecht ben aan je bezit ? Dan ben je toch al aan ’t delen, al voor je rijk bent ?

Maar bij Jezus situeert alles zich natuurlijk in een religieuze context en is dat losmaken, dat zich onthechten, geen doel op zich, zelfs niet rechtstreeks sociaal : het is nodig om Jezus te kunnen volgen.

Anders gezegd: als gelovige in de God die liefde is, sta je voortdurend voor de vraag: in hoeverre staat mijn gehechtheid aan bezit, comfort, genot, aanzien … mijn naastenliefde in de weg ? In hoeverre belet die gehechtheid me om de liefde te beleven ?

Dat kan je dan zeker ook toepassen niet enkel op het delen van materiële bezit, maar ook op de beleving van vriendschap …

Terug naar de haat voor mijn broer, of dat ik mijn zus liever zou zien dan Jezus.

Als ik mijn vijand lief heb, is dat puur. Maar is de liefde voor ouders, broers, zussen dat ook zo maar ?

Als mijn liefde voor mijn ouders … voornamelijk is ingegeven door bloedverwantschap of familieband, is ze niet totaal vrij.

Als ik Jezus volg zal ik wel houden van mijn ouders, broers of zussen, maar niet omdat ze mijn ouders … zijn …

Tenslotte moet ik opnieuw wijzen op een terugkerende boodschap van Jezus: het gaat er om dat we hem volgen … met hem mee gaan … Dat er een band is tussen ons en hem.

Ik vind dat een moeilijk thema. In ieder geval is er in deze blog geen plaats meer voor.

Als ik ooit uitzonderlijk goed gezind ben, zal ik het eens aan mijn broer vragen. Die is in die zaken beter dan ik.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *