Vervolg van mijn blog van gisteren.
Overgenomen uit mijn boek Eutopia dat je op deze website gratis kan lezen en/of downloaden, ook in e-book formaat, onder de rubriek Publicaties.
Ik heb lang getwijfeld tussen “ de koning kakt” en “de koning schijt”, waarbij “schijten” een spattend eruptieve bijbetekenis krijgt. Shockeer ik iemand ? Ik kan natuurlijk ook schrijven: “de koning excrementeert”. Maar dan zullen de minder begaafden onder jullie me misschien niet begrijpen. Nog belangrijker: dan verlies ik mijn stafrijm. Daarom: “de koning kakt”.
En daarbij: er bestaan geen vuile woorden. Vuil is de mond die het woord spreekt, of het oor dat het woord beluistert. Dus: als jullie hier een vuil woord horen, is het jullie oor dat vuil is, want mijn mond is proper.
Natuurlijk kakt iedereen. Toch zal de uitspraak “de koning kakt” velen shockeren, niet enkel omwille van de kak, maar omwille van de link met de koning. En toch is die link belangrijk, want al moet iedereen soms kakken, iedereen stinkt niet altijd. Maar waar de koning is, stinkt het. Altijd. Zelfs als hij niet kakt.
Er was eens, toen de dieren nog niet spraken… Ah ja, want tegenwoordig beweren geleerde professoren dat de dieren wél spreken. Dat is voor hen een manier om hun nutteloos onderzoek voor de domme massa interessant te maken… Wel – toen dus – was er een mooie streek, met hoge bomen die veel wind vingen, groene weiden, kletterende beekjes, zuivere lucht, een vriendelijk zonnetje en malse regen. En, raar maar waar: er woonde nog niemand.
En daar kwam een man aangewandeld, op zes passen gevolgd door zijn vrouw en twee kinderen die wat schapen en geiten voortjoegen. De man had een stok om de geiten en zijn vrouw te slaan. En de vrouw droeg op haar rug een groot doek met daarin van alles. De man zag dat het goed was en besloot zich daar te vestigen. Hij bouwde een hutje en een omheining voor de geiten, hing de schapen een belletje om de hals, stuurde zijn vrouw naar het veld om frietpatatten te planten, want hij at graag frieten en ’s avonds, voor het slapen gaan, verwekte hij bij zijn vrouw een derde herdertje om meer schapen te kunnen houden. En de schapen kweekten als de konijnen, wat bewijst dat er ook konijnen waren. En alles was vrede en peis. En iedereen was gelukkig, behalve de vrouw, want die at niét graag frieten.
Niet zo lang daarna gebeurde niet zo ver daar vandaan hetzelfde. En er was plaats genoeg en dus nog altijd peis en vree. En zo ging dat maar door tot een twaalftal gezinnetjes een lief dorpje hadden gevormd.
En toen kwam de kakker. En ook hij zag dat het goed was en besloot om zich daar te vestigen. Maar hij was wat groter en sterker en slimmer, en vooral, gemener dan de anderen en dus riep hij de dorpelingen samen en deelde hen mee dat ze voortaan één tiende van alle ooien en van alles wat hun arbeid hen opbracht aan hem moesten afgeven, want anders konden ze een pak rammel en een bastaard verwachten. En hij voegde meteen de daad bij het woord, pikte er iemand uit en gaf hem een stevig pak rammel. En de anderen deden het in hun broek van de schrik, want zij waren geen kakkers, maar pissers. En in plaats van samen te spannen en de kakker een poepje van eigen deeg te laten proeven/ruiken (contaminatie !), zaten ze allemaal op zichzelf in hun hutje te bibberen en de bastaards van de kakker te eten te geven. Hij liet de mannen ook zijn huis bouwen, waarbij hij vooral aandacht had voor stevige deuren en sloten, want anders sliep hij niet rustig met al die boze dorpelingen in de buurt. En zo werd zijn huis een burcht.
Het duurde niet lang of hij schafte zich een paar trawanten aan, ook groot en sterk en gemeen, maar niet zo slim. En van dan af moest hij de mensen niet meer zelf aframmelen. De verkrachtingen deed hij wel nog zelf.
Een beetje verder gebeurde hetzelfde.
En zo leefden daar twee kakkers naast mekaar. Voor het gemak noemen we ze kakker A en kakker B. Het duurde niet lang of kakker A vond dat hij meer en beter getrainde trawanten had dan kakker B, en dus begon hij een plaatselijk oorlogje om het grondgebied van B te veroveren. En ja, de slimmerd had dat goed gezien, en won de oorlog. Maar hij besefte ook dat grondgebied A en B samen wat te veel was om zelf nog te controleren, en dus gaf hij grootmoedig kakker B de toestemming om zijn grondgebied en bevolking verder te blijven uitbuiten, op voorwaarde dat B een gedeelte van de buit aan A gaf. En dus besliste B om van dan af niet 10%, maar 15% belastingen te heffen.
En zo werd B de baron van A. En A werd graaf.
Maar een beetje verder was ook al hetzelfde gebeurd. En de twee graven voerden een oorlogje. En de winnaar werd Koning.
De koning laat anderen voor zich werken om zelf rijk te worden.
Overdrijf ik ? Wel, waarom zou een koninkrijk een koninkrijk heten, tenzij omdat het het rijk van een koning is ? En kan je “rijk” anders interpreteren dan “rijkdom” ? Tenzij je de term interpreteert als: het koninkrijk is een koning te rijk. En dat is nu juist wat een koning tegenwoordig de mensen probeert wijs te maken. Want de tijden zijn veranderd. De macht van de koning om ooien te eisen en bastaarden te verwekken is een recht geworden, vastgelegd bij wet. Koningen hebben de kunst ontwikkeld om zich bemind te maken bij de bevolking. Ze hebben de pastoors er bij gehaald en die vertellen aan de goedgelovigen dat het gods wil, is dat er rijken zijn en armen. En gods wil, is konings wet. Deze noemen we grond-wet, omdat daarin wordt vastgelegd dat de koning eigenaar is van het grondgebied. De pastoors organiseren onderwijs en zo leren de kinderen zingen: “voor vorst, voor vrijheid en voor recht”. Juist alsof die samengaan. De koning doet ook Blijde Intredes waarbij de kinderen met vlaggetjes zwaaien. Af en toe aait de koning dan het bolletje van een altijd lief kindje en wisselt een paar woordjes met een madammeke dat “vive le roi” heeft geroepen. En bij overstromingen trekt de koning zijn laarzen aan. Die heeft hij natuurlijk gekocht met het geld van de mensen, en dan gaat hij eventjes in de modder staan en geeft de indruk dat hij het erg vindt. Maar hij staat nooit in de kak, want dat zouden de mensen niet koninklijk vinden. De koning laat zich dus ook voorstaan dat hij de beschermheer en zelfs redder is van het volk. Hierbij krijgt hij ook steun uit onverwachte hoek. Zoals de film “The Lion King”, van Walt Disney. Maar dat was dan ook een fascist. De koning heeft zelfs Nederlands geleerd om zich bij die lastige Vlamingen geliefd te maken. Zeker nu die wat geld hebben.
Dat gebeurt allemaal met het geld van de belastingen. De mensen betalen dus om zich te laten manipuleren. En velen doen dit graag. Hoe onnozel kan je zijn ? En zo maakt de koning zich geliefd, ook al is het een profiteur. Want wij worden niet voor niets zijn onder-danen genoemd. (Als Hitler de term zou gebruiken, zou de gaskamer voor hem klaar staan.) Ja, dat “onder” is belangrijk, want anders zou de koning naar boven moeten kakken.
Morgen zoek ik een alternatief voor een kakker.