In mijn blog van vorige zondag liet ik me inspireren door de woorden van Jezus voor Pilatus: Mijn koninkrijk is niet van deze wereld.
Dat bracht me tot de overtuiging dat we een andere vorm van democratie nodig hebben met gezag dat niet wordt ingevuld door mensen die uit zijn op macht en deze verworven hebben door een strijd met andere mensen die uit zijn op macht.
De verkiezingen zoals wij die nu kennen passen dus niet in het alternatief.
Met enkele kleine aanpassingen overgenomen uit mijn boek Eutopia dat je op deze website gratis kan lezen en/of downloaden, ook in e-book formaat, onder de rubriek Publicaties.
Een samenleving heeft leiding en gezag nodig.
Onze democratie met haar vorm van verkiezingen als strijd past precies in het kapitalistische systeem waarin de concurrentie een essentieel element is.
Vanuit de evangelische inspiratie zoals aangegeven in mijn blog van vorige zondag is onze democratie met haar verkiezingen als strijd dus niet aanvaardbaar. Belangrijk is juist dat de leiding niet in handen komt van mensen die uit zijn op macht.
Is er een alternatief voor onze democratie ?
Ik doe hier een poging om een richting aan te geven. Uiteraard kan dit enkel een poging zijn en is dit geen voldragen voorstel.
Mensen stellen zich niet kandidaat, maar worden gevraagd.
In relatief kleine gemeenschappen waar iedereen nog iedereen min of meer kent of kan kennen en de mensen besef hebben van gemeenschappelijkheid, duiden de mensen om de vijf jaar iemand van de gemeenschap aan als hun vertegenwoordiger. Als de gemeenschap te groot is om aan het criterium van de bekendheid te voldoen, kan er binnen de gemeenschap met getrapte verkiezingen worden gewerkt, vergelijkbaar met het globale systeem zoals ik het hieronder schets.
Niemand kan zich hiervoor kandidaat stellen. Wie zichzelf kandidaat stelt of propaganda maakt (voor zichzelf of voor een ander) wordt uitgesloten als mogelijke vertegenwoordiger en als kiesgerechtigd lid van de gemeenschap, want wie zich kandidaat stelt is uit op macht. En we willen geen machtsbelusten in het bestuur.
In de politiek zijn het woord en het spreken essentieel.
Het woord “parlement” (parlare – parler) zelf geeft het al aan. Het woord is het alternatief voor het geweld om onenigheid of verschil van mening op te lossen. Maar in deze eerste fase van de verkiezingen zijn we nog niet in dit stadium. Hier is het woord een negatieve factor omdat elk woord en elk spreken zowel de waarheid kunnen zeggen als de leugen. Het woord kan zowel goed als kwaad zijn. In een gesprek of discussie kan de samenspraak – woord en wederwoord – het slechte spreken onderscheiden van het goede, maar hier is er van woord en wederwoord geen sprake en dus moet het woord hier worden uitgeschakeld. Verkiezingspropaganda is op dit niveau dus per definitie onzin. Mensen worden verkozen omdat ze in hun doen en laten vertrouwen hebben gewekt: gelijk ik deze mens ken, geloof ik dat hij oprecht streeft naar het goede voor de gemeenschap en dus vertrouw ik hem deze taak toe. En ik vraag hem om mij te vertegenwoordigen.
De samenstelling van deze gemeenschappen is voer voor sociologen. Zo bijvoorbeeld kan men een minimum aantal leden van een gemeenschap vastleggen. Men kan denken aan wijken, maar ook aan de arbeiders van een bepaald bedrijf, of aan de leden van een ziekenkas, sportbond, kerk….
Kleinschaligheid is hier belangrijk. De gemeenschap moet zo klein zijn dat de mensen mekaar nog echt kunnen kennen.
Als een gemeenschap een bepaald aantal leden overschrijdt, kan ze opgedeeld worden in verschillende kiesgemeenschappen, om zo de kleinschaligheid te behouden.
Er moet over gewaakt worden dat alle soorten van gemeenschappen en “klassen” van burgers vertegenwoordigd zijn.
Een van de fouten van de Russische sovjetdemocratie was de beperking van stemgerechtigheid tot de homo faber: de arbeiders, soldaten, boeren. Hiermee maakten de sovjets dezelfde fout als het kapitalisme dat de mens verengt tot de homo economicus: producent en consument. Maar in Èutopia is de mens ook de homo ludus (de speelse mens), culturalis, sociologicus, sportivis, spiritualis. En dus moeten ook de cultuurverenigingen, de waardenverenigingen (religie) en sportverenigingen worden opgenomen in het democratische proces en dus in de verkiezingen.
Voor velen is “één mens, één stem”, een evidentie. En als resultaat van een proces van democratisering waarbij we komen van een stemrecht voor niemand, via een stemrecht voor sommigen, naar het stemrecht voor ieder individu, een positieve factor. Maar wie kan beweren dat deze evolutie hier moet stoppen ? In Eutopia wordt het stemrecht van het individu in feite vervangen door het stemrecht van een gemeenschap, zonder dat het individu wordt uitgeschakeld.
De staat zélf is geen gemeenschap, maar een samenleving. Deze samenleving bestaat niet uit individuen, maar uit gemeenschappen, maar de gemeenschappen bestaan wél uit individuen. Dit sluit aan bij een evolutie van het kapitalistische individualisme naar een meer sociaal politiek systeem.
De algemene volksvergadering
De verkiezingen in de kleine gemeenschappen leiden tot een grote algemene volksvergadering die duizenden leden kan tellen (bedenk hierbij dat er in de Eutopische wereld geen ”grote” staten zijn”) en om de vijf jaar wordt samengeroepen om, na uitgebreide consultatie en discussie de algemene beleidslijnen vast te leggen (prioriteiten) en controle uit te oefenen op het werk van de hogere echelons.
De samenkomst van de volksvergadering kan enkele dagen beslaan. De uitgebreide discussies zijn nodig opdat de leden mekaar zouden leren kennen zodat ze met kennis van zaken (zonder dat iemand zich kandidaat stelt !) een “parlement” kunnen samenstellen met een werkbaarder aantal leden.
Na de screening (in de basisgemeenschap) op betrouwbaarheid die zich kort bij de mensen heeft afgespeeld, komt er nu ook een screening op bekwaamheid om “het woord” te hanteren, want deze bekwaamheid zal essentieel worden op het hogere echelon. Voor alle duidelijkheid: bij de bekwaamheid om het woord te hanteren kan welsprekendheid niet worden uitgesloten, maar doorslaggevend moet de bekwaamheid zijn om het juiste woord van het valse te onderscheiden en dit aan te tonen.
Samenvattend: de volksvergadering heeft drie taken: vastleggen van de algemene beleidslijnen, controle op de uitvoering hervan, en samenstelling van het parlement. Ook hier weer is kandidaat stelling uitgesloten om voor het parlement verkozen te worden.
Consensus
Bij alle beraadslagingen op alle niveau’s wordt gestreefd naar consensus. Realisten zullen opwerpen dat consensus niet altijd mogelijk is. Zelfs een eutopist als ik moet het daarmee eens zijn. Maar in Eutopia wordt de discussie nooit gevoerd vanuit “groepen” die binnen het parlement zouden ontstaan doordat een aantal mensen dezelfde oplossing voorstaan. Niemand kan zulke parlementaire groep vertegenwoordigen, of uit naam van een groep spreken.
Daarbij heeft de wijze van selecteren van de volksvertegenwoordigers er normaliter toegeleid dat vooral mensen die meer in gemeenschap denken en op consensus gericht zijn verkozen worden.
Indien consensus echt onmogelijk blijkt, zoekt men een compromis.
Een compromis is niet gelijk aan een koehandel waarbij sommige standpunten worden aangenomen in ruil voor andere standpunten. Een simpel (simplistisch ?) voorbeeld van koehandel ter verduidelijking: iemand is voorstander van de repressieve aanpak van het drugsprobleem en van de verkeersveiligheid. Een ander pleit voor preventie op beide terreinen.
Koehandel: de ene krijgt repressie van drugshandel, maar niet in het verkeer, de andere krijgt geen preventie bij drugs, maar wel in het verkeer.
Het compromis: de middelen worden verdeeld en op beide terreinen wordt zowel preventief als repressief opgetreden.
Ik pleit dus ook voor camera’s en microfoontjes in de urinoirs en de wandelgangen van het parlement, en zeker bij de canapés, want daar worden de koeien verhandeld.
Het parlement en de regering
Het parlement stelt zijn eigen voorzitter, maar ook “ministers” aan die op verschillende domeinen uitvoering moeten geven aan de besluiten van het parlement.
Deze ministers kunnen uit het parlement komen, maar, vermits zij enkel uitvoerders zijn, kunnen ook niet-volgens-het-democratische-proces-aangeduiden (technocraten), worden gevraagd.
Het parlement controleert het werk van de ministers.
De “regering” of de “ministers” kunnen wetsvoorstellen indienen. Maar die wetsvoorstellen zijn enkel en alleen “uitvoeringen” van de beslissingen van het parlement. En ze worden door het parlement volgens dat criterium gecontroleerd en goedgekeurd.
Het parlement is het enige orgaan dat wetten kan stemmen. Dat lijkt een evidentie, en formeel is dat ook zo in de huidige kapitalistische democratie. Maar in feite is het door het bestaan van partijen en de partijtucht een klucht. In Eutopia wordt deze evidentie weer mogelijk.
De minister wordt beoordeeld en zo nodig afgerekend op de efficiëntie waarmee hij de besluiten van het parlement tot uitvoering heeft gebracht. In feit wordt de “uitvoerende macht” ontdaan van haar macht en wordt het een “uitvoerende dienst”.
In deze structuur is een koning, staatshoofd of president onnodig. De voorzitters van de hoogste organen, hebben geen inhoudelijke inbreng. De hoogste macht ligt totaal bij de verkozenen.
Bij de verkozenen zijn de mensen die op macht belust zijn uitgesloten.
Deze verhouding met de macht moet in alle bestuursorganen een soort van bewust beleefde spiritualiteit worden.
Vertrouwen wordt de algemene sfeer in het bestuur.
Het gezag komt voort uit dat vertrouwen.
Is wat ik hier boven schets realistisch ?
Binnen het kapitalisme is het dat inderdaad niet.
Je kan geen politiek niveau hebben dat draait op vertrouwen met een economisch niveau dat draait op concurrentie.
Dit thema is hier begonnen vanuit een bezinning over het feest van Christus koning (mijn blog van vorige zondag). Gelovigen moeten zich dan nu maar even de vraag stellen hoe ze hun geloof kunnen verzoenen met het kapitalisme en onze democratie.