Vrede

Als die koning komt, zal er vrede zijn. 

Een wolf speelt met een lammetje, en een panter ligt naast een bokje. 

Een kalf eet samen met een leeuw, en een klein kind past op beide dieren. 

Een koe en een beer lopen in één wei, en hun jongen liggen bij elkaar. 

Een leeuw eet gras, net als een koe. 

En een kind speelt zonder angst bij het nest van een gevaarlijke slang.

(Jesaja 11, 6-8)

Och, het is maar een droom. We weten toch dat het gewoonweg niet kàn. Heeft het dan nog zin om er in te geloven ? Waarom lezen we zo iets nog ?

Dat een licht godsdienstwaanzinnige een tijdje geleden (de tweede helft van de 8e eeuw v.Chr. ) zo iets schreef kan toen misschien wel normaal geweest zijn en het zou kunnen dat de Joden van die tijd het geloofd hebben.

Maar als je naar het huidige Israël kijkt, zijn zelfs de Joden van dat geloof gevallen.

”Als die koning komt …” Wel, als hij na ongeveer 3000 jaar nog altijd niet gekomen is, lijkt de kans klein dat hij plots nog zal opdagen.

Dat is het rare van de christenen: ze weten dat die koning niet zo maar zal komen, maar tegelijkertijd geloven ze dat hij al gekomen is.

Het gaat over vrede.

Vrede op wereldvlak.

In zijn tweede hoofdstuk heeft diezelfde Jesaja al geschreven:

Hij zal recht doen tussen de vele volken, en machtige naties tuchtigen. Dan smeden zij hun zwaarden om tot ploegscharen en hun speerpunten tot sikkels. Geen volk heft het zwaard meer tegen een ander en de oorlog leren ze niet meer. 

Toen al snakten ze naar vrede – net zoals wij nu.

Al ben ik er niet meer zeker van dat die wij op iedereen van ons slaat.  

Die vrede is er nooit geweest en zeker in deze tijd gaan we de tegenovergestelde kant op.

Maar de christen weet – en je moet zelfs geen christen zijn om het te weten – dat die wereldvrede niet mogelijk is als er eerst geen vrede is in onze harten.

In jouw en mijn hart om te beginnen. Maar jouw en mijn hart zullen niet volstaan. Misschien wel de belangrijkste vraag in de geschiedenis van de mensheid – ook in onze tijd – is de vraag hoe we de vrede in het eigen hart kunnen doorgeven aan anderen. 

Het hoort niet echt bij het onderwerp van deze blog, maar daarbij stoten we op de vraag welke economische en politieke structuren het zo moeilijk maken om vrede in ons hart te laten groeien . Wat maakt het onszelf moeilijk om tot eigen vrede te komen en wat maakt dat we er niet in slagen die vrede door te geven ? Kan een economisch systeem dat de concurrentie cultiveert bijdragen tot vrede in de harten van de mensen ? Kan een politiek systeem (onze democratie) dat start bij verkiezingsstrijd en functioneert als een gevecht tussen partijen en belangengroepen de harten van de mensen naar echte vrede leiden ?

Ik vind deze thema’s belangrijk, maar als we niet oppassen gaan we zo fel hier op focussen dat we de allereerste stap uit het oog verliezen en dan, zoals in het verleden al gebeurd is, gaan pogen om met geweld tot de juiste structuren te komen. Het hoeft geen betoog dat dit gedoemd is om te mislukken.

En dus moeten we terug naar de basis.

We zitten met een belangrijke vraag: wat is dat eigenlijk die vrede in ons hart ? 

Ze begint met vrede met onszelf. Moet ik nu gaan ontleden waar die vrede met onszelf uit bestaat ? Moet ik op basis van die analyse een werk-programma opstellen om tot die vrede te komen ? Hetzelfde geldt voor de vrede met de anderen.

Ik denk dat er een groot gevaar schuilt in deze manier van denken. Ze vertrekt van mezelf en ik ben bezig met mezelf en als ik niet oppas ga ik anderen manipuleren om tot vrede te komen.

Maar houdt echte vrede niet juist in dat ik niét bezig ben met mezelf ? Kan vrede in mijn hart een prestatie zijn ? Het resultaat van een programma ? Kan vrede het resultaat zijn van manipulatie ?

Dat is het geloof van de christen: juist door zich te laten inspireren door Jezus wordt er al een kiem van vrede in zijn hart gelegd. De vrede in mijn hart is geen prestatie. Ze ontstaat door geloof. Ze ontstaat in een manier van leven die een navolging van Jezus is, in de overtuiging dat Jezus, zoon van God is. 

Ja, dit is weer mythologische taal. Mijn poging om te vertalen kan nooit even rijk zijn als de mythologische taal zelf, maar Zoon van God betekent dat de boodschap van Jezus, dat de boodschap die het leven van Jezus zelf is, onvoorwaardelijk het Allerhoogste is. Er is niets belangrijker. Er is geen plaats voor compromissen. Martelaren hebben er hun leven voor gegeven.

Onze harten zijn weerbarstig en we kunnen het geloof kwijt geraken. Maar daarvoor hebben we dan zo’n tekst als die van Jesaja: hij houdt ons voor waar we naartoe moeten en spoort ons aan om opnieuw op weg te gaan.

We moeten zelfs niet geloven dat het kan, we moeten gewoon geloven in die Jezus en dat het niettegenstaande alles, toch aan ’t gebeuren is. Als wij de koning maar laten komen …

PS Vrede is het thema van de tweede zondag van de advent in de katholieke eredienst.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *