Essentieel vertrekpunt: Solidariteit vraagt gemeenschapsgevoelen.
Het pure liberalisme focust op het individu en hecht geen waarde aan echte gemeenschap. Het kent dus geen solidariteit.
Sociaal liberalen steunen hun solidariteit op het gevoelen van gemeenschap in het besef dat we allemaal mensen zijn; wereldburgers. Dat leidt tot de universele verklaring van de rechten van de mens.
Deze verklaring is een puur liberale zaak, gericht op het individu.
Het gemeenschapsgevoelen, wereldburgerschap, dat aan de grond ligt van de rechten van het individu is voor de meeste mensen mentaal onbereikbaar. Het ontstaan van de mensenrechten is verbonden met het cultuurchristendom, maar niet met een gemeenschapsgevoelen – ook niet bij ons. In de overgrote meerderheid van de landen die niet getekend zijn door dat cultuurchristendom worden de mensenrechten niet aanvaard en al zeker niet in de praktijk gebracht. De facto zijn er geen universele rechten.
In het socialisme wordt de gemeenschapsfactor gevormd door de arbeidende klasse, het proletariaat. De solidariteit valt samen met de strijd tegen het kapitaal (dictatoriaal in het communisme, democratisch in socialisme).
Wij zijn ideologisch ingebed in het (democratisch) socialisme. Maar ik denk dat we moeten beseffen dat dit (bij ons) voorbijgestreefd is.
Er is geen proletariaat meer. De overgrote meerderheid van de mensen zijn middenklasse en in de middenklasse is er weinig of geen solidariteit. Een bediende op een bank voelt weinig gemeenschap met een arts. En geen van de twee is geïnteresseerd in de strijd tegen het kapitaal. Overigens is het kapitalisme een meester in de verdeel- en-heers-strategie. Die strategie lukt nu eenmaal beter in een middenklasse dan in een proletariaat.
Met andere woorden: de basis ”gemeenschap” voor de solidariteit van het socialisme is er ooit geweest, maar nu weggevallen. Dat heeft er toe geleid dat onze sociale zekerheid niet (meer) bouwt op gemeenschapsgevoelen en niet wordt beleefd als solidariteit, maar als een dienst van de staat aan het individu. Ik heb recht op … en de staat is verplicht om me dat te geven. Dat het gemeenschapsgevoelen in ons socialisme is weggevallen zie je ook in het verdwijnen van de ”Volkstehuizen”, de socialistische fanfares, turnkringen, toneelverenigingen … Al spelen daar natuurlijk ook nog wel andere factoren.
De facto is het socialisme in Vlaanderen duidelijk geëvolueerd naar een sociaal liberalisme.
In Wallonië heeft een perversie van het socialisme, in dienst gesteld van partijbelangen, geleid tot profitariaat en armoede.
Op dit ogenblik zie je op gebied van gemeenschapsvorming en solidariteit een verschuiving van socialisme naar volksnationalisme.
In het begrip volk is gemeenschap essentieel. Daar ligt dus een basis voor solidariteit.
Nationalisme betekent dan weer dat volk en staat samenvallen.
Anders dan bij het liberalisme is gemeenschapsvorming in het volksnationalisme wél belangrijk. In die zin is het nationalisme superieur aan het sociaal liberalisme en de mensenrechten en de facto ook aan ons socialisme dat dat gemeenschapsgevoelen is kwijtgeraakt.
Er is dus wel iets te zeggen voor het volksnationalisme dat solidariteit wél belangrijk vindt, juist vanuit de idee van volk. Zoals in mijn tekst van gisteren al aangehaald: die solidariteit wordt dan wel anders georganiseerd dan onze socialistische sociale zekerheid. Er is daarbij ook geen strijd tussen arbeid en kapitaal, want zowel arbeiders als kapitalisten maken deel uit van het volk en beiden worden verondersteld samen te werken voor het welzijn van gans het volk (Rerum Novarum). Ook al aangehaald: de solidariteit wordt dan niet georganiseerd vanuit een pact tussen kapitaal en arbeid, maar totaal door het volk dat samenvalt met de staat.
Onze afkeer van het volksnationalisme vindt zijn oorsprong in de ervaring van het Duitse volksnationalisme. Maar we vergeten dat dit Duitse volksnationalisme een specifieke vorm van volksnationalisme was.
Kenmerkend in dat Duits volksnationalisme is de bepaling van ”volk”. Je behoort tot het volk door ras, afstamming, geboorteplaats. Blut und Boden.
De staatsvorm is de dictatuur.
Het eigen volk wordt gezien als superieur en ziet andere volkeren als concurrenten waarmee strijd moet gevoerd worden.
In dit laatste is dat nazistische volksnationalisme gelijk aan het liberalisme: in het liberalisme het individu in strijd met andere individuen; in het volksnationalisme een volk in strijd met andere volkeren.
De Wever hangt een ander volksnationalisme aan.
Het blijft volksnationalisme, maar volk wordt anders bepaald: wie tot het Vlaamse volk behoort wordt niet bepaald door afkomst, ras, geboorteplaats. Iedereen die zich wil integreren in de gemeenschap die op het Vlaamse grondgebied leeft, wordt aanzien als behorend tot het volk. Uiteraard speelt in dat integreren de taal een essentiële rol. Voor een volksnationalist à la De Wever is de taal niet enkel noodzaak om mekaar te verstaan, maar, belangrijker nog, om gemeenschap te vormen.
De staatsvorm is de democratie.
Het volk wordt niet gezien als in strijd met andere volkeren, maar zoekt in tegendeel samenwerking met andere volkeren.
In die zin zie ik het volksnationalisme van De Wever als superieur aan het voorbijgestreefde socialisme en uiteraard aan het liberalisme, ook het sociaal-liberalisme.
Samenvattend:
Het liberalisme ontkent de waarde van de gemeenschap.
Het socialisme bouwt op een gemeenschap die niet meer bestaat en heeft geleid tot een sociale zekerheid die zelfs niet meer als solidariteit wordt beleefd. Onze sociale zekerheid heeft niet meer de noodzakelijke basis van de gemeenschap. Ik denk dus dat het onvermijdelijk en misschien zelfs wenselijk is dat ze verdwijnt. De voorwaarde voor die wenselijkheid is natuurlijk wel dat er een andere vorm van solidariteit komt. Of het volksnationalisme die andere vorm kan realiseren is voor mij nog een vraag.
Erger nog: ik vrees dat door de immigratie, vooral van moslims met een tendens naar radicaal beleefde islam, de gemeenschapsvorming waar De Wever naar streeft, gewoon onmogelijk is.
Afgezien van dat probleem, lijkt het volksnationalisme op dit ogenblik de enige en dus beste optie voor een nieuwe samenleving in vervanging van de oude die duidelijk uitgeleefd is.
In de praktijk kunnen volksnationalisme en sociaal liberalisme grotendeels samenvallen, toch is er dus een verschil in basisvisie. Het zou interessant zijn om te zien hoe dit evolueert als de sociaal liberalen een eigen partij zouden vormen, los van de donkerblauwe liberalen. Vergeet daarbij niet dat een vooraanstaande sociaal liberaal zoals Bart Somers, burgemeester van Mechelen, oorspronkelijk uit de Volksunie komt.
Als het volksnationalisme niet slaagt vallen we in een puur liberalisme, en is er van solidariteit of een vorm van sociale zekerheid helemaal geen sprake meer.
Betekent dit dat ik zo maar aanhanger ben van het volksnationalisme ?
Natuurlijk niet: ik ben anarchist.
De staat is per definitie een machthebber en oefent macht uit.
Het is niet aan de macht om solidariteit te organiseren.
Er zijn nogal wat vormen van anarchisme, maar ik wil mezelf een utopisch of religieus anarchist noemen.
In dat anarchisme kom je namen tegen zoals die van Kierkegaard, voor mij een onderschatte filosoof, maar ook Tolstoj. Martin Buber met zijn werk ”Ich und Du” heeft op mij diepe indruk nagelaten.
In dat anarchisme is, net zoals in het volksnationalisme, de gemeenschap een essentieel element.
Maar anders dan in het volksnationalisme is er een grote afkeer van een ingrijpende staat en behoor je niet tot de gemeenschap omdat je ergens geboren bent of leeft (volk), maar berust gemeenschapsvorming op vrijwilligheid. De solidariteit, georganiseerd door de staat, botst met die vrijwilligheid: ze wordt opgelegd door macht.
Dat anarchisme is op dit ogenblik nog ver weg.
Daarom opnieuw: pragmatisch denk ik dus dat op dit ogenblik het volksnationalisme (niet dat van Hitler, maar van De Wever) waarschijnlijk de beste optie is (voor zover er keuze is). Tenzij er natuurlijk nog een andere vorm van organisatie van solidariteit en staat zou gevonden worden. Maar in ieder geval zie ik daar op dit ogenblik geen spoor van.
Ondertussen leven we dus wel in een overgangstijd van socialistische solidariteit naar volksnationalistische solidariteit en ja, dat brengt dus afbraak mee van onze sociale zekerheid terwijl de nieuwe vorm van solidariteit nog niet ontwikkeld is.
Het probleem voor de sociaal voelende mens is dan dat hij in de afbraak van de sociale zekerheid een triomf van het kapitaal en van het liberalisme ziet en geen oog heeft voor die afbraak als overgang naar een nieuwe vorm, juist ook omdat hij ideologisch het nationalisme vereenzelvigt met het nazisme. Daarin ligt een gevaar, want als de ”linkse” mens het nationalisme van De Wever bestrijdt om de gedegradeerde (zonder gemeenschap) solidariteit van het democratische socialisme te verdedigen, jaagt hij de burger die de nood aan gemeenschap voelt, naar die andere ideologie die gemeenschap biedt: het nationalisme van het Vlaams blok.
Het lijkt er op dat een grote groep mensen de nood voelt aan een sterke gemeenschap. Hun keuze daarin wordt op dit ogenblik beperkt tot het nationalisme van De Wever of het nationalisme van het Vlaams blok.
Ik wil nog iets kwijt over het patriottisme.
Nationalisme is niet gelijk aan patriottisme. Patriottisme is vader-landsliefde (vader, pater -iottisme). In die zin wordt het dikwijls verward met nationalisme, ook al omdat er veel kans is (geen noodzaak) dat een nationalist ook wel patriot is. Maar het eigene van het patriottisme is dat het niét streeft naar een gemeenschap van alle burgers. Of daar alleszins niet in slaagt.
Patriottisme streeft naar de liefde van de burgers voor het land, maar niet naar de liefde van de burgers voor mekaar.
Een voorbeeld vind je in de VS. Daar leeft een sterk patriottisme, maar er is geen ”nationale” gemeenschap als gevolg van het feit dat het land puur op immigratie van overal in de wereld is gevormd. De verschillende gemeenschappen (yankees, zwarten, latino’s, Joden, Chinezen …) vormen gemeenschappen onder mekaar en hebben geen nood aan gemeenschap buiten de eigen gemeenschap. Daardoor is er ook geen noemenswaardige sociale zekerheid. Dat gebrek aan sociale zekerheid is niet het gevolg van de visie en beslissingen van de politiek. Ze is er gewoon niet mogelijk.
Het patriottisme wordt beleefd in het groeten van de nationale vlag, het enthousiast meezingen van het volkslied, applaus voor het leger bij het jaarlijkse défilé, verering van de koning, hysterie rond een voetbalploeg … en bereikt zijn hoogtepunt in de bereidheid om te sterven voor het vaderland in een oorlog. De monumenten voor soldaten (de onbekende soldaat) dienen tot opwekking van het patriottisme. Ik denk dat mijn totale radicale afwijzing van elke vleug van patriottisme wel duidelijk is.
Ik vermoed dat de begrijpelijke vereenzelviging in vele linkse geesten van nationalisme met patriottisme mede oorzaak is van hun afkeer voor het nationalisme.
Wie naar de belgische politiek kijkt in de huidige geopolitieke situatie ziet hoe met een oorlog tegen Rusland in het vooruitzicht, stilaan het vuur van het patriottisme wordt opgestookt. Een volksnationalist als Francken neemt daarin het voortouw.