Wereldvrede in 2026 ?

Ignis

Laten we hoopbrengers zijn in het nieuwe jaar

Bij het begin van het nieuwe jaar denkt Jan Stuyt na over geschenken die hij kreeg van de armen. Eén verhaal raakte hem diep: het meisje dat wel op de foto wilde, maar alleen bij de bloemen

Hoop voor 2026 ? Hoop op wereldvrede ? Hoop dat die derde wereldoorlog toch niet uitbreekt ?

Als je naar de opeenvolging van de gebeurtenissen kijkt – van Oekraïne tot Venezuela – zie je enkel stappen nààr die oorlog. Iedere gebeurtenis brengt de oorlog dichterbij.

Natuurlijk zou je tegen alle signalen in toch kunnen blijven hopen dat, bijvoorbeeld, Europa zich losmaakt van de VS en zich neutraal verklaart tegenover de VS en China – Rusland. Zonder de militaire steun van Europa dat de voornaamste bondgenoot van China, Rusland, bezig houdt, zouden de Amerikanen geen kans maken bij een oorlog met China.

Maar als je naar onze zogenaamde ”leiders” kijk zie je dat ze de facto voor de oorlog kiezen, wat ze daar ook over lullen.

Alles wijst er dus op dat de oorlog er zal komen. Misschien niet al in 2026. Maar hij lijkt echt wel onvermijdelijk.

Moeten we toch blijven hopen ?

Nogal wat mensen die ik tegenkom zeggen dat er altijd nog hoop is; dat er iets kan gebeuren dat het onafwendbare afwendt.

In mijn ogen hopen ze niet, maar steken hun kop in het zand. Struisvogels schijnen dat te doen. Een Zuid-Afrikaanse zwarte zegde me ooit: ”Een voëlstruis is een baie dom voël”.

Ik zou willen dat ze gelijk hebben, maar 

ik kan dat soort hoop hier niet brengen.

En toch heeft Jan Stuyt gelijk.

Als gelovige moet ik hoopbrenger zijn; kàn ik hoopbrenger zijn.

Alleen gaat het vanuit het geloof niet om hoop op het vermijden van een derde wereldoorlog. Het gaat ook niet om hoop op gezonde kinderen of het winnen van de Lotto.

Vergeef het me dat ik even overschakel naar mythologische taal. Ik heb er geen andere.

Kerstmis is het feest van God die mens wordt met de oproep aan ons om mens te worden, steeds meer gelijkend op God. (Gen.1, 27) Anders gezegd: om te groeien in menselijkheid; om te groeien naar het volle mens zijn.

En dat is onze opdracht in goede en kwade dagen, in vrede en in oorlog … tot de dood ons scheidt.

De dood. 

De dood kan ons scheiden na een ”voltooid” leven en goedbetaald pensioen. De dood scheidt ons soms ook door een stom ongeval met een dronken chauffeur die vluchtmisdrijf pleegt. De dood kan ons scheiden door een kanker. De dood kan ons scheiden door oorlog.

Maar tot de dood ons scheidt kunnen wij wel goed zijn voor mekaar; kunnen wij wel groeien in bekwaamheid en bereidheid tot liefde.

Het geloof dat wij dat kunnen kan niemand ons afpakken. Zullen we er in slagen ? Dat mogen we echt wel hopen. Met vallen en opstaan en misschien niet zo goed als we zouden willen, maar dat is de hoop die we moeten levend houden: we kunnen vooruitgang maken in de kunst van het goed zijn voor mekaar.

Er zijn gelovigen die zich geborgen voelen in Gods hand; die ervan overtuigd zijn dat er een God is die hen lief heeft.

Ik gun hen hun geloof.

Maar de figuur van Jezus brengt ons niet iemand die krijgt, maar die geeft.

Sorry dat ik de drie koningen nu even buiten het vizier houd. 🙂

Nu wordt die Jezus ons natuurlijk ook voorgesteld als Zoon van God. In hem zien we God.

Waar God totaal slaagt, zullen wij natuurlijk ook falen.

Waar God totale gave is, hebben wij ook nood aan krijgen.

Een mens kan pas liefde geven als hij ook  (ooit) liefde gekregen heeft.

Samen leven kan niet zonder wederkerigheid.

Maar dàt mogen wij hopen: dat wij niettegenstaande tegenslagen toch kunnen blijven groeien in de bekwaamheid en bereidheid tot liefde; dat wij ook in oorlogstijd nog zullen kunnen liefhebben; dat wij vooral in oorlogstijd zullen kunnen zorgen voor mekaar.

Er is méér.

Het is duidelijk dat de mensheid nog niet het niveau van mens-zijn heeft bereikt dat vrede mogelijk maakt. Jij en ik kunnen misschien in vrede leven. De mensheid als zodanig niet. Met ons huidig niveau van menselijkheid blijft oorlog onvermijdelijk.

Maar we zien wel dat de mensheid vooruitgang maakt in menselijkheid. Onze inzichten over goed en kwaad verfijnen. Wat mensen vroeger ”goed” vonden, is nu niet meer genoeg.

Die vooruitgang gaat met stijgen en dalen. Bijvoorbeeld het Duitsland van Hitler was een diep dal. Ook nu beleven we een tijd van spectaculaire neergang.

Maar als je de mens van de oertijd vergelijkt met die van nu, is vooruitgang toch duidelijk en niet enkel op gebied van intellect of wetenschap.

Wie gelooft in de evolutietheorie moet ook geloven dat de mens als mens evolueert.

Wij mogen dus hopen dat de mensheid toe groeit naar de mens die God gedroomd heeft; dat ooit de mensheid bekwaam zal zijn tot echte vrede – wereldvrede.

De figuur van Jezus leert ons de weg naar vrede: we moeten af van elk streven naar macht. De machteloosheid van het pasgeboren kind bij Kerstmis en van de gekruisigde bij Goede Vrijdag is overduidelijk.

Pasen, de Verrijzenis leert ons dat we mogen geloven in de uiteindelijke overwinning van het goede. Dat we mogen hopen op een tijd dat het goede triomfeert; op een tijd van vrede.

Die hoop kan en moet ons sterken om het te blijven proberen, tegen alles en iedereen in; om zo te leven dat ons voelen, denken en doen een bijdrage is tot vooruitgang op de weg naar vrede.

Onze God roept en schreeuwt niet. Hij fluistert. Die hoop kan en moet ons sterken om altijd opnieuw onze oren te spitsen om zijn oproep te horen en hem te laten zijn wie hij is: Liefde.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *