Demir sleutelt aan ons onderwijs

Nieuwsblad

“Minister lijkt scholen als deel van het probleem te zien”: katholiek onderwijs niet opgezet met uitspraken Zuhal Demir “

Er mag een debat komen over de vrijheid van onderwijs.” De uitspraken van Onderwijsminister Zuhal Demir (N-VA) zaterdag in onze krant hebben een kleine schokgolf veroorzaakt

Ze krijgt tegenstand. Soms terzake en terecht. Dikwijls ook omdat de tegenstander een verborgen agenda heeft. Maar in mijn ogen is Demir de beste minister van onderwijs die we ooit gehad hebben.

Ze heeft de moed om een zware zinkende tanker opnieuw zeewaardig te maken en van koers te laten veranderen. De problemen waar ze voor staat zijn enorm. Veranderen van inzicht en aanpak in onderwijs is nooit simpel. Onvermijdelijk wordt er geraakt aan de belangen van sommigen. Belangrijker zijn de meer algemene maatschappelijke problemen, veroorzaakt door de multiculturaliteit van onze samenleving en de decadente normvervaging die eigen is aan deze tijd. Daar heeft Demir weinig of geen vat op.

Neem daarbij het extremistisch gelijkheidsdenken van de zich links wanenden sinds de jaren 70. Dat gelijkheidsdenken heeft er toe geleid dat ons onderwijs structureel misvormd is en dat de lat voor iedereen even hoog werd gelegd, maar wel zo dat iedereen er over kan. Ik moet hier verder geen tekeningetje bij maken. Het is eigen aan de mens en zeker aan de opportunistisch materialistisch denkende mens van deze tijd dat hij op school geen klop zal doen als hij weet dat hij door zijn talent 70% haalt zonder die klop.

Daarbij zijn door de misdadig kortzichtige begrotingspolitiek van de vorige generatie politiekers de financiële mogelijkheden van Demir gewoon onvoldoende en kan het niet anders of, net zoals overal, zullen ook hier mensen moeten inleveren.

Begin er maar aan.

Alle respect dus voor deze dochter van een Koerdische gastarbeider. 

En een grote blaam voor de stakende scholieren en de mensen die hen ”begrijpen”. Ze bewijzen gewoon dat Demir gelijk heeft. De rol van de PVDA is schandalig.

Demir heeft haar analyse gemaakt. Ze beseft dat er opnieuw meer focus moet liggen op kennis en ze wil ook een nieuwe geest door de school laten waaien waarin discipline en respect voor gezag weer ”normaal” zijn. Haar analyse is correct.

Ik ken de ingrepen die Demir voorstaat ook slechts vanuit de media. Mijn betoog gaat dus niet rechtstreeks daarover. Het is een poging om dieper door te dringen in de achtergrond van het probleem. 

Welke rol mag/moet de staat spelen in het onderwijs ?

Als anarchist wil ik geen rol van de staat, want de staat staat altijd voor uitoefening van macht.

Als realist weet ik dat mijn anarchisme niet mogelijk is. In onze samenleving kan ons onderwijs niet zonder het herverdelingseffect van de belastingen die via subsidies het onderwijs bereiken. Als de staat subsidieert wil de staat ook terecht ”resultaten” zien van zijn investering.

Ook mét subsidiëring moet het ingrijpen van de staat zo minimaal mogelijk zijn. Als Demir de vrijheid van onderwijs echt zou willen inperken zou dat een serieuze vergissing zijn. Integendeel, de vrijheid van onderwijs zou nog moeten vergroot worden.

Demir schijnt te vergeten dat ons onderwijs wél goed presteerde, juist in een tijd dat de staat zich veel minder moeide met wat er in de scholen gebeurde, en de vrijheid van onderwijs een evidentie was.

We moeten twee domeinen onderscheiden: het pedagogische en het didactische; of ook: levensbeschouwing en kennis.

Wat de kennis betreft kan en moet de staat eisen stellen.

Wat het pedagogische of levensbeschouwelijke betreft heeft de staat zich niet te moeien, tenzij het om duidelijk staatsgevaarlijke ideeën gaat.

Een school (lager – middelbaar onderwijs) is niet enkel een milieu van kennisoverdracht, maar onvermijdelijk ook een opvoedingsmilieu. Je kan jongeren niet 6 tot 8u per dag samenbrengen zonder aan opvoeding te doen. Opvoeding kan niet beperkt blijven tot de thuissituatie. De thuisopvoeding moet worden verder gezet tijdens het school leven.

Opvoeding is meer dan het aanleren en inprenten van fatsoen. Opvoeding vertrekt altijd van een levensbeschouwing. Een neutrale levensbeschouwing bestaat niet. Respect voor andere levensbeschouwingen, dialoog, openheid voor de andere moet voor mijn part deel uitmaken van elke levensbeschouwing, maar is ook niet meer dan een deel er van. Het is geen levensbeschouwing op zich.

Je kan geen dialoog tussen levensbeschouwingen hebben zonder dat er al levensbeschouwingen zijn.

Demir mag in haar voorwaarden voor subsidiëring van een school opnemen dat respect voor andere levensbeschouwingen deel uit maakt van het opvoedingsproject, maar ze mag geen levensbeschouwing opleggen.

Elke school heeft recht op haar eigen levensbeschouwing en opvoedingsproject. 

Die levensbeschouwing wordt niet enkel doorgegeven tijdens een les levensbeschouwing maar in alle vakken en in het totale school leven. In een taalvak zal dan, bijvoorbeeld, de keuze van de teksten gekleurd zijn door de levensbeschouwing. Bij de ”wetenschappelijke” vakken zal altijd de vraag gesteld worden waarvoor die kennis moet/mag aangewend worden. Dat is een morele vraag, waarop juist een levensbeschouwing een antwoord biedt.

Ouders hebben er recht op om hun kinderen naar een school te sturen die aansluit bij hun levensbeschouwing en daarvoor zo nodig zelf een school op te richten.

Wij willen toch geen kinderen die in hun voelen, denken en handelen, worden gevormd door de staat ?

Dat zou passen in een autoritair regime, in een dictatuur, maar niet in een staat die de vrijheid van mening belangrijk vindt.

De opvoeding moet worden overgelaten aan de ouders in hun levensbeschouwelijke context. Het is aan de ouders om het onderwijs te organiseren, waarbij ze de concrete invulling van die taak (kunnen) overlaten aan de levensbeschouwelijke instantie.

Een en ander betekent dat de staat aan de scholen wel kennisdoelstellingen kan opleggen, maar zich niet te moeien heeft met de manier waarop de scholen die kennisdoelstellingen bereiken.

Demir mag en moet de lat voor die kennis hoog/hoger leggen binnen de perken van onze kennis van de didactiek, maar wil dat zeggen dat alle scholen op gebied van kennis gelijkwaardig moeten zijn ? Natuurlijk niet.

Ook op dat vlak is gelijkheid niet mogelijk en zelfs niet gewenst want dan belet je scholen om te excelleren in kennisoverdracht.

Zonder of met zo weinig mogelijk ingrijpen van de staat – en zelfs mét ingrijpen van de staat – krijg je onvermijdelijk een onderwijslandschap met scholen die qua kennis op verschillende niveau’s acteren.

Is dat een probleem ?

Morgen krijg je het antwoord op die vraag 🙂

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *