Verbeter de wereld, word christen

Zelfs een blinde ziet de rotzooi van de wereld zoals wij die gemaakt hebben. De waanzin heerst en het ziet er naar uit dat het nog veel erger zal worden.

Op Otheo* schrijft Valérie Cabergs een bezinning over de zaligsprekingen uit het evangelie van Matteüs, waarin ook Jezus een triestige wereld ziet, maar tegelijkertijd ook een betere wereld aankondigt.

Ik gun Valérie Cabergs haar geloof.

Eigenlijk is dat niet juist uitgedrukt, want wie ben ik om te denken dat ik iemand iets te gunnen heb ? Alsof ze niet zo zou mogen geloven, ook als ik het haar niet zou gunnen ?

Maar goed, jullie begrijpen wat ik bedoel.

Meer zelfs, ik vind het mooi als Valérie kan zeggen dat God samen met haar (en mij en jullie) wil werken aan een betere wereld.

(Mt.5, 2-10)

Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus: ‘Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.” Bij deze tekst schrijft Valérie Kabergs:

”De zaligsprekingen leren me dat ik nooit alleen ben op al die momenten dat mijn maag zich omkeert van wat ik zie gebeuren en de wereld op zijn kop lijkt te staan. Ook God wil het heel graag anders. En Hij wil het samen met jou en mij keren.”

Blijkbaar put Valérie troost in de idee dat God bij haar is als ze streeft naar een betere wereld.

In een eerste reflex wees ik die gedachte aan troost af.

Want moet ik dan denken aan een troostende God ?

Dan moet ik eerst al geloven dat er iets/iemand is, die God is.

Dat vind ik moeilijk. Om te beginnen kan ik het niet wéten, en om het te geloven moet ik toch ergens iets ervaren dat me toelaat om het te geloven. Geef toe als je naar de mens en de wereld kijkt, zie je daar niet veel van. Dan zie ik een God die me in de steek laat.

Met die God kan ik niks aanvangen. Zelfs als hij echt zou bestaan, zou hij me geen fluit interesseren; zou hij voor mij even goed niet kunnen bestaan.

Maar misschien zoek ik God juist waar hij niet te vinden is ?

In deze schrikbarende tijden focus ik bij de gedachte aan een betere wereld op wereldvrede, op het voorkomen van de derde wereldoorlog.

Net als ik wil Valérie daarvoor ijveren – samen met God. En net als ik, wéét ze dat het niet zal lukken. 

Ik zie het niet gebeuren dat Trump plots het licht ziet, er een duif boven zijn hoofd komt hangen, hij bevangen wordt door de Heilige Geest, vriendjes wordt met Poetin, Xi Jinping en ayatollah Khamenei, en het duizendjarige rijk van de vrede sticht. Als het toch niet lukt, waar zijn we dan mee bezig ? Hallo, Jezus, licht, redder van de wereld ?

Maar misschien is  die focus op wereldvrede niet de juiste focus.

Misschien – let op dit ”misschien” – ik ben er niet zeker van – is het niet de (eerste) taak van de christen om te strijden tegen armoede, onrecht, geweld, oorlog … Misschien zijn we in die strijd juist gedoemd om te mislukken omdat we de verkeerde strijd voeren; omdat we eerst – of op zijn minst tegelijkertijd ook een andere strijd moeten voeren.

Als ik de evangelies goed begrijp heeft Jezus geen sociale strijd willen voeren.

Nu kan je natuurlijk zeggen dat hij, gezien de tijd waarin hij leefde, gewoon geen benul kon hebben van sociale structuren die rijkdom en armoede in stand houden. Daaruit zou je dan kunnen begrijpen dat sociale strijd totaal buiten zijn denkwereld lag. Jezus kon gewoon geen sociale strijd voeren.

Maar misschien zit het toch nog dieper. Misschien focust Jezus niet op sociale strijd omdat hij op iets fundamentelers focust. Hij focust op de beleving van de Liefde.

Telkens ik nadenk over de strijd tegen armoede, onrecht, geweld, oorlog…, kom ik tot het besluit dat de mensheid daar niet klaar voor is.

De mensheid is in evolutie; van de oermens in zijn grot naar de mens van nu. Je kan het in die evolutie hebben over groeiende kennis. Maar er is ook een groeiend moreel besef. Onze inzichten over goed en kwaad verfijnen. De mensheid is groeiend in menselijkheid; met opgang en neergang, maar meer opgang dan neergang.

Blijkbaar zijn we nog niet ver genoeg gevorderd in onze groei naar echte menselijkheid om een wereld te scheppen zonder armoede, onrecht …

Blijkbaar zijn we nog niet genoeg bekwaam geworden tot liefde.

Tja, dan is de sociale strijd, de strijd om wereldvrede, inderdaad gedoemd om te mislukken.

Om het simpel te stellen: ons hart is er nog niet klaar voor.

En dus moet dat het eerste zijn waar we mee bezig zijn: ons eigen hart laten groeien in bekwaamheid en bereidheid tot liefde. Dan mogen we hopen dat  dit ook anderen de kracht daartoe zal geven en we die bekwaamheid en bereidheid kunnen doorgeven.

Ik gebruik hier boven met opzet het woord hopen.

Want werken aan ons eigen hart is niet genoeg.

We leven niet in onszelf, maar in een wereld.

Samen met anderen, maar dat samen leven gebeurt binnen structuren. Die structuren zijn het gevolg van het denken en voelen van mensen, maar even goed bepalen ze dat denken en voelen. Als christen moet ik beseffen dat de huidige structuren zowel mijn eigen ontwikkeling als die van anderen en dus ook de algemene ontwikkeling van de mensheid belemmeren.

We leven in een wereld waarin het leven een strijd is. Onvermijdelijk en onverbiddelijk een strijd met anderen. We leven in een economisch systeem dat die strijd met anderen cultiveert; dat vooruitgang bouwt op concurrentie.

Zolang we leven in een wereld waarin de economie draait op concurrentie en je anderen moet verslaan om succes te hebben, om het goed te hebben … zal de verspreiding van de liefde nooit genoeg zijn om tot vrede te komen.

Natuurlijk kunnen er ook binnen het kapitalisme mensen mekaar liefhebben. Maar de liefde zal niet structureel de mensheid als zodanig bereiken.

Wie vrede wil – wie zich christen wil noemen, kan dus niet anders dan ijveren voor een alternatief voor het kapitalisme. Tussen haakjes: dit valt niet zomaar samen met strijd tegen de kapitalisten. Marx heeft goede inzichten gegeven in zijn analyse van het kapitalisme, maar hij kan geen inspiratiebron zijn voor de manier waarop wij ijveren voor een samenleving waarin we vooruitgaan, niet door concurrentie, maar door samenwerking.

Je kan geen vrede brengen door strijd te voeren. Het Marxisme leidt niet tot vrede en is dus niet de weg van de christen.

Maar dat mag voor die christen geen excuus zijn om niet te ijveren voor een alternatief voor een door en door niet-christelijk economisch- en samenlevingsmodel.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *