Vorige woensdag vroeg ik een normale mens die ik graag heb:
– Welke dag is het vandaag ?
– Ja, woensdag natuurlijk !
– Ja maar, toch een speciale woensdag ?
Na enig geduld van mij:
– Ah ja ! De eerste dag van de ramadan !
Voor de heidenen onder jullie: vorige woensdag was het aswoensdag. De gelovigen gaan dan naar de kerk. De priester tekent met asse een kruisje op je voorhoofd. Daarbij zegt hij: “Gedenk, mens, gij zijt stof en as, en tot stof en as zult gij wederkeren”.
De as is het overblijfsel van verbrande palmtakken die het jaar daarvoor gebruikt werden voor de viering van Palmzondag, het feest van de intocht van Jezus in Jerusalem waarbij hij werd onthaald als een koning die traditiegetrouw met palmtakken werd toegewuifd.
Je kan de asse van de verbrande palmtakken zien als een ontmaskering van de ijdelheid van dat koningsgedoe.
Daarmee begint de vasten.
Als kind kreeg ik graag het assekruisje. Ik snapte natuurlijk niets van de verwijzing naar de dood, maar de hele symboliek gaf me wel een gevoelen van nederigheid. Dat maakte me gelukkig.
Als ik zo rondom mij kijk zie ik veel gebrek aan nederigheid. Blijkbaar is dat soort deugden in onbruik.
Door het misbruik van de schermpjes en de misdadige manipulatie van de algoritmemakers zie je tegenwoordig veel jonge mensen kampen met gevoelens van tekortschieten. Ze krijgen idealen voorgeschoteld die onhaalbaar zijn. Ze zien anderen die veel meer duimpjes krijgen dan zij. Is dat erg ? Neen, natuurlijk niet, maar vermits ze de deugd van nederigheid niet kennen, maakt het ze wel depressief.
Nederigheid is in essentie aanvaarding van zichzelf. De nederige mens moet zichzelf niet bewijzen. Niet aan zichzelf. En zeker niet tegenover anderen.
Maar wij leven in een wereld waarin er moet gepresteerd worden. Je moet ambitie hebben. Vroeger stond de sport in onze media achteraan. Nu krijg je al sport op de eerste pagina van de kranten en zelfs het VRT journaal begint geregeld met sport.
Er is een tijd geweest dat hij de Vlaamse sporter grote ambities durfde uitspreken. Als het om dat durven gaat, is het natuurlijk zwakheid. Maar als het nederigheid is, is het wijsheid. Nu begint die sporter meer op Amerikanen of Hollanders te lijken. Hij presteert nu ook beter. Neem daar een voorbeeld aan.
De sport voert ”helden” op die superprestaties leveren. Die winnen ! Winnen tegen anderen. In feite gaat het om de verheerlijking van de strijd. Het maakt voor de massa de strijd als iets om na te streven. De massa’s in onze arena’s beleven de strijd van de voetballende gladiatoren in eigen hart. Door hun ”gezang” en gejoel ”stuwen ze hun ploeg vooruit”. ”Wij” hebben gewonnen zegt dan die nitwit. Het vloeit allemaal voort uit een gebrek aan zelfaanvaarding; aan nederigheid. En neen, dat geldt natuurlijk niet voor jou, lieve lezer, supporter van … Er zijn uitzonderingen. Maar voor de massa is de sport compensatie voor eigen niet aanvaarde zwakheid.
Let er eens op hoeveel programma’s op onze zenders in een format van wedstrijd worden gegoten. Je kan zeggen dat ze dat doen omdat dat format doet kijken. Waarschijnlijk denken de meeste presentatoren dat ook zelf. Maar het is niet onschuldig, want het draagt bij tot een mentale ingesteldheid waarin concurrentie, strijd tot de normaliteit behoort. Het is niet toevallig dat dit gebeurt in een tijd waarin de machtigen de massa mentaal voorbereiden op oorlog.
De verliezers aanvaarden dan met de glimlach hun nederlaag, want anders worden de mensen geconfronteerd met het lijden dat onvermijdelijk samen gaat met strijd, en dat zou afbreuk doen aan de propaganda voor een leven in strijd. En ook nu weer: de ziekelijke drang om zichzelf te bewijzen.
Ijdelheid der ijdelheden, het is allemaal ijdelheid. (Prediker 1, 2)
Zeker in het licht van de dood.
Wat ben je op je sterfbed met al je welstand ? Je hoge functie ? Je overwinningen … ?
Of, zoals de volksmond zegt: je pakt niks mee als je sterft.
– Ja maar, ik kan dan op mijn sterfbed toch maar terug denken aan een ”geslaagd” leven !
– Als je nederig geleefd hebt, kan je dat ook !
Je hoort het tegenwoordig niet meer – het past totaal niet in onze tijdsgeest: ”Memento mori” – ”Gedenk uw uiterste”.
In het leven heb je één zekerheid: je zal sterven. Je kan zelfs ieder moment sterven. Denk daar aan.
Word ik daar depressief van ?
Neen, integendeel, want als ik ’s morgens wakker word, en memento mori zeg, zeg ik er vrolijk bij: ”En ik leef nog !”
Mensen bekijken me soms raar als we uit de auto stappen, en ik dankbaar zeg: ”Eh ! We leven nog !”
Maar het gaat natuurlijk verder. Want als ik leef in het licht van de dood, leef ik anders.
Het is een vraag die mensen soms stellen: veronderstel nu eens dat je wéét dat je nog één maand te leven hebt. Wat zou je dan nog doen ?
Waaraan ga je de laatste dagen van je leven besteden ?
Ik heb al mensen weten antwoorden: dan ga ik er nog eens goed van profiteren. Met die mensen spreek ik niet meer, want ze zullen dan ook nu al wel van mij willen profiteren.
Er zijn er ook die nog een bucketlist willen afwerken. Hoe leeg.
Ik heb er ooit van gedroomd om op de top van de Mount Everest te staan. Dat zou me zeker blij gemaakt hebben. Als dat jouw ambitie is, het is je gegund. Maar wat als ik zou moeten kiezen tussen het dak van de wereld en bij mijn geliefde zijn als ze sterft ?
Waaraan ga je de laatste dagen van je leven besteden ?
Het mooiste antwoord was: Ik zal vriendschap beleven. Ik zal mensen gaan zeggen hoe dankbaar ik ze ben. Ik zal die domme ruzie gaan bijleggen. Ik zal wat ik bezit weggeven aan dierbaren en aan mensen die het nodig hebben …
In feite is dat de vasten beleven.
Vasten is zo leven dat je gelukkig kan sterven.
Waarom zou je daarmee wachten tot de laatste dagen van je leven ?