Vergiffenis

In mij bezinning van vorige zondag had ik het over bijsturen. Bijsturen is gericht op de toekomst.

Maar als je moet bijsturen, betekent dat ook dat er in het verleden dingen fout zijn gelopen. Dat je ”gezondigd” hebt. Mensen van nu houden niet van dat woord ”zonde”. Laat me het dan maar vertalen naar: zonde is alles wat jezelf of anderen ongelukkig maakt. En: je kan zelf niet gelukkig zijn als je anderen ongelukkig maakt. Zonde heeft op zich dus niets te maken met het overtreden van regels.

De boodschap van Jezus wordt gekenmerkt door radicaliteit. Dan wordt zonde ook nog: elke kans die je hebt laten liggen om bij te dragen tot het geluk van jezelf  of anderen.

Misschien moet je om tekortschieten tegen deze radicale interpretatie, geen vergiffenis vragen, maar als het over zonde in de klassieke betekenis van het woord gaat – iemand kwaad doen – wordt komt bij zonde altijd ook het thema vergiffenis.

Oppervlakkig gezien zou je kunnen zeggen dat je vergiffenis niet nodig hebt om je leven te kunnen beteren. Als ik iemand pijn heb gedaan, heb ik zijn vergiffenis niet nodig om voortaan aandachtiger te zijn om een ander geen pijn te doen.

Maar wie echt spijt heeft, zal wel streven naar vergiffenis. Als iemand je vergeeft, voelt dat als een bevrijding. Vergiffenis brengt een vorm van wedergeboorte. Je wordt een nieuw mens.

Dat is wat onze waanzinnige wereld nodig heeft: nieuwe mensen.

In zijn brief aan de Efesiërs, hoofdstuk 4, vers 24 zegt Paulus: ”Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid…”

En: ”… Daarom, doet de leugen weg en laat ieder met zijn naaste de waarheid spreken, want wij zijn elkanders ledematen.  26Wordt toornig maar zondigt niet. De zon mag over uw toorn niet ondergaan,  27geeft de duivel geen kans.  28Wie een dief was moet niet meer stelen, maar zich inspannen met eerlijke arbeid; dan kan hij de behoeftige iets geven.  29Laat geen slecht woord over uw lippen komen, maar spreekt een goed woord, opbouwend, als het nodig is, tot zegen voor de hoorders.  30Wilt Gods heilige Geest niet bedroeven: gij zijt met zijn zegel gewaarmerkt voor de dag der verlossing.  31Wrok, gramschap, toorn, geschreeuw en gevloek, kortom alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen.  32Weest goed voor elkaar en hartelijk. Vergeeft elkaar zoals God u vergeven heeft in Christus. ” 

(Ef. 4, 25-32)

Wat denk je ? Zou de wereld er mooier uitzien als Trump, Poetin, Netanyahu en consoorten zich zouden laten inspireren door deze tekst uit het Nieuwe Testament ?

Die gasten gaan over de grote wereld. Wij hebben geen vat op hen. Maar we hebben wel vat op onszelf; op de kleine wereld rondom ons. En ook Trump kan ons niet beletten om Ef. 4, 24-32 te beleven.

Merk op dat Paulus het op het einde heeft over vergeving.

”Vergeeft elkaar.”

Nu kan ik – soms vraagt het een enorme mentale inspanning – zelf misschien wel een ander vergeven. Maar op de vergiffenis die ik moet krijgen van een ander heb ik geen vat.

Dan zal ik een nieuwe mens moeten worden zonder die vergiffenis. Maar absolute voorwaarde is dan wel dat ik tenminste vergiffenis vraag.

Als ik vergiffenis vraag, maar niet krijg, kan ik toch een nieuwe mens worden doordat God mij vergeeft. ”… zoals God u vergeven heeft in Christus.”

Voor niet zo trouwe lezers van mijn blog moet ik nu weer benadrukken dat als ik hier het woordje God gebruik, dit mythologische taal is. Het gaat er niet om dat er iemand ergens in den hoge me vergiffenis schenkt. 

Terug In filosofische taal: het gaat er om dat juist in het mij transcenderende vervat ligt dat ik vergiffenis krijg – altijd – als ik oprecht spijt heb en vergiffenis vraag.

Of nog: als een ander mij geen vergiffenis schenkt, moet ik dat aanvaarden. Hij is tenslotte ook maar een mens. Soms is het bovenmenselijk moeilijk om vergiffenis te schenken.

Om bekwaam te zijn om vergiffenis te schenken – in voor mij moeilijke omstandigheden – moet ik boven mezelf uitstijgen; moet ik mijn gewoonmenselijkheid overstijgen; moet ik contact krijgen met de transcendentie.

Om het weer terug naar mythologische taal te brengen: moet ik een beetje mens worden naar Gods beeld en gelijkenis: ”Bekleedt u met de nieuwe mens, die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.”

Ik kan het een ander niet verwijten dat hij niet boven zichzelf kan uitstijgen en mij vergiffenis schenkt. Maar als ik eerlijk met mezelf vergiffenis vraag, mag ik geloven dat ik ze, in het teken van de transcendentie, wel krijg. De transcendentie ”moet” we wel vergiffenis schenken en opnieuw in zich opnemen, me opnieuw de kans geven om een waardevol deeltje van het geheel te worden. Als ze dat niet doet is er geen geheel meer, want niemand is perfect. Iedereen zondigt. Wij zijn God niet.

Zo bekeken werkt geloof bevrijdend. Mijn innerlijke vrijheid hangt niet af van een ander, ook zondig, mens.

Katholieken beleven dit in een ritueel, een sacrament: de biecht. Protestanten doen dit niet. Je kan niet zeggen dat protestanten minder gelovig of minder goede gelovigen zijn. Maar wie zich goed voelt bij de biecht, moet ze zeker niet laten.

De biecht is bij ”onze” generatie katholieken grotendeels ”in onbruik” geraakt. Als dit een overgang naar protestantisme zou geweest zijn, zou er geen probleem zijn.

Maar in deze generatie is het verlies van de biecht de facto het verlies van bewust beleven van vergiffenis, beginnend met het verlies van besef van onze zondigheid.

Er zijn zeker nog veel mensen die proberen om anderen niet te kwetsen. Maar ze zien dit enkel als iets tussen mensen. Ze kunnen het niet kaderen in een levensvisie die ook oog heeft voor onze rol als, weliswaar oneindig klein, maar toch beduidend deeltje van het grote geheel van de schepping. Ze hebben geen voeling met de transcendentie, met God.

De vasten is een tijd om hier even bij stil te staan.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *