De eerste christenen waren communisten avant la lettre

Handelingen 2, 42-47

Zij legden zich ernstig toe op de leer der apostelen, bleven trouw aan het gemeenschappelijk leven en ijverig in het breken van het brood en in het gebed. Ontzag beving eenieder, want door de apostelen werden vele wonderbare tekenen verricht. Allen die het geloof hadden aangenomen, waren eensgezind en bezaten alles gemeenschappelijk; ze waren gewoon hun bezittingen en goederen te verkopen en die onder allen te verdelen naar ieders behoefte. 

Dagelijks bezochten ze trouw en eensgezind de tempel, braken het brood in een of ander huis, genoten samen hun voedsel in blijdschap en eenvoud van het hart, loofden God en stonden bij het hele volk in de gunst. En elke dag bracht de Heer er meer bijeen, die gered zouden worden. 

”Ze bezaten alles gemeenschappelijk”…  Die eerste christenen waren een soort van communisten, al heel lang avant la lettre.

Neen, ik heb het natuurlijk niet over het misdadige communisme van Lenin of Mao, dat een ideale samenleving probeerde te bouwen op destructie en dwang. Maar een gemeenschappelijk bezit dat gedragen wordt door samen bidden en het brood breken, lijkt me wel iets om na te streven.

Nu moet ik dadelijk aangeven dat de eerste christenen geloofden dat het einde der tijden nabij was. Christus was wel verrezen en ten hemel opgenomen, maar hij had hen beloofd om terug te komen voor het laatste oordeel, en zij waren er van overtuigd dat zij dat zelf nog zouden meemaken. In dat opzicht leken ze op de Getuigen van Jehova. Of omgekeerd.

Tja, als je er van overtuigd bent dat het einde der tijden nabij is, hebben lange termijn beleggingen natuurlijk weinig zin en je zou dat gemeenschappelijk bezit zo kunnen kaderen. Maar het had natuurlijk ook anders gekund. Tegenwoordig zouden mensen nog snel hun bucketlist afwerken of er nog zoveel mogelijk van profiteren. 

Er is een ander kader dat meer aansluit bij de basisboodschap die we terugvinden in de evangelies.

Bij die terugkomst van Jezus gaan we immers over slechts één criterium geoordeeld worden: hebben we hongerigen te eten gegeven, dorstigen te drinken, naakten gekleed … kortom hebben we gedeeld, in de eerste plaats met mensen die door de ”deftigen” en ”geslaagden in het leven” uit de samenleving zijn gebonjourd. Want juist dat waren in de tijd van Jezus die hongerigen en dorstigen: het waren de mensen die volgens de Joodse wet hadden gezondigd en daarvoor door Jahweh waren gestraft met armoede en ziekte …

Als je moet delen met die uitgestotenen, dan zeker ook met mekaar. 

Delen en gemeenschap vormen, horen bij de kern van het christen zijn. Christenen die hun geloof extremistisch beleven vind je in abdijen waarin alle bezit gemeenschappelijk is.

Of, zoals die pater jezuïet aan de voet van de rots van Massada die zijn avondgebed beëindigde met de woorden ”Het is tijd dat ik onze onderbroek in de was geef. Amen”. 

Buiten dat gemeenschappelijk bezit is voor die abdij-christenen ook de gastvrijheid en het brouwen van trappist een absolute plicht.

Natuurlijk is die eindtijd en dat laatste oordeel er niet gekomen en is die sfeer van toen serieus verwaterd. Tegenwoordig geraken we qua delen niet meer verder dan ”Broederlijk delen” en dan nog enkel als we belastingaftrek krijgen.

Ik kom tegenwoordig weinig mensen tegen die geloven in het einde der tijden – in de apocalyps – en dat soort ideeën hoort natuurlijk tot de wereld van de mythen. Je moet dat dus niet echt letterlijk nemen.

Maar in de mythe lees ik wel dat het einde zal voorafgegaan worden door een periode die gekenmerkt zal worden door geloofsafval, rampen, oorlogen en pandemieën …

Daar moet ik niet veel tekeningetjes bij maken: je kan moeilijk ontkennen dat we daar onze tijd in terug vinden.

Als je de apocalyps uit de mythe overzet naar nu, vertaal je de dreiging van de eindtijd naar de dreiging van de derde wereldoorlog.

Misschien moeten we dan toch maar even opnieuw het leven van de eerste christenen overnemen: in het licht van de eindtijd deelden ze al hun bezittingen en kwamen samen om te bidden en om het brood te breken.

Laat de dreiging van de derde wereldoorlog maar een aanzet zijn om wat meer bij mekaar te kruipen.

Als mijn einde dan toch nabij is, wil ik liever sterven in de armen van iemand die ik liefheb.

BWV39 Brich dem Hungrigen dein Brot

 

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *