De Joden ! Het zijn altijd de Joden geweest !
Pilatus, de Romein, wilde Jezus vrij laten, maar de Joden eisten zijn veroordeling tot de meest schandelijke en pijnlijke doodstraf, de kruisiging. Nochtans hadden diezelfde Joden Jezus de zondag er voor in de hoofdstad binnengehaald als een koning, gezeten op een ezel, symbool van een vrede waar die Joden zo hartstochtelijk naar verlangden dat ze konden/wilden geloven dat een rondtrekkende prediker hun die vrede kon brengen.
Of, hoe het gewone volk toen al, net zoals nu, gemanipuleerd door de machthebbers even goed naar oorlog kan verlangen als naar vrede.
De geschiedenis herhaalt zich vandaag in Israël. Voor wie de politieke toer op wil gaan: ze gebeurt even goed aan de kant van de Palestijnen. De twee houden mekaar in evenwicht.
En bij ons. De manipulatie is bezig. Kijk rondom je en je ziet het. En dus: correctie: het zijn niet altijd de Joden geweest.
Maar toen dus even wel.
In de avond van de eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats van de leerlingen gesloten waren uit vrees voor de joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: ‘Vrede zij u.’ Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen. Nogmaals zei Jezus tot hen: ‘Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.’ Na deze woorden blies Hij over hen en zei: ‘Ontvangt de heilige Geest. Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven, en als gij ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.’ (Joh. 20, 19-23)
Van de ene kant kan je de leerlingen van Jezus lafaards noemen omdat ze zich opsloten uit vrees. Van de andere kant zal die vrees ook wel terecht geweest zijn.
Je krijgt dus een clubje dat het niet meer ziet zitten. Ze weten het niet meer.
Ze hebben echt geloofd dat die Jezus hen zou verlossen. Sommigen dachten dat hij hen zou verlossen van de bezetters, de Romeinen. Maar evenzeer trachtten ze naar de verlossing van de Farizeeën en Schriftgeleerden, een elite, leidende klasse die religie misbruikte om de kleine man (en vrouw !) nog kleiner te houden en in hun pas te laten lopen.
Zolang die prediker daar wat door het landschap struinde met een weliswaar groeiende bende gepeupel achter zich aan, was hij voor hen geen echte bedreiging. Maar toen hij de hoofdstad binnen trok en daar door een massa als een koning werd binnengehaald moesten ze ingrijpen. Er volgde dat politiek proces, eindigend met zijn dood op een kruis.
Het achter hem na huppelend gepeupel verspreidde zich weer, maar een harde kern bleef samentroepen en probeerde het hele drama te verwerken.
Dan gebeurt het wonder: Hij laat zich af en toe zien. In het geheim, vermomd, want der Feind hört mit. Blijkbaar is hij opgestaan uit de doden. Mogen ze opnieuw hopen ? Zal hij opnieuw de leiding nemen ?
De pericope uit het evangelie van Johannes vertelt een van die ontmoetingen van de verrezen Jezus met zijn leerlingen.
Het eerste wat Jezus zegt – hij valt in herhaling – is: ”Vrede zij met u”.
Vrede is een terugkerend thema in de evangelies, te beginnen met het gezang van de engelen in de kerstnacht: ”Vrede op aarde …”
Dit maakt duidelijk dat Jezus niet is gekomen om verlossing te brengen door conflict. De verlossing ligt juist in de vrede. Enkel in de vrede. Jezus zendt zijn leerlingen de wereld in om vrede te brengen. Oorlog brengt geen vrede.
Jezus brengt de vrede in verband met onze zondigheid.
Zonde heeft niets vandoen met het het overtreden van regels. Zonde is alles wat een mens zichzelf en/of anderen aandoet en hem ongelukkig maakt. Zonde is altijd een vorm van conflict.
Spijt over zonde is de bereidheid om terug vrede te sluiten met zichzelf en met anderen.
Maar spijt op zich is niet voldoende. Spijt is voorwaarde voor vergiffenis. Pas met de vergiffenis is de vrede hersteld.
Vergiffenis van zonden is verzoening met God. God kan je uit de mythologische taal naar onze filosofische taal in deze context vertalen naar Geluk.
Het is toch niet moeilijk om te begrijpen: vergiffenis is herstel van geluk.
En ja, de volgelingen van Jezus, wij, worden gezonden om vergiffenis, vrede, geluk … te brengen.
Aan wie het niet wil, kunnen wij het niet brengen. Je kan een mens niet dwingen om gelukkig te zijn.
Als je naar onze mensheid kijkt, zie je niet de hemel, maar de hel.
Ja, er zijn kleine hemeltjes, maar de grote wereld is hels.
Ontmoediging is dan voor de gezondene niet ver af.
Ontmoediging is een vorm van terugplooien op zichzelf. Ontmoediging overvalt de mens die leeft, handelt van uit zichzelf.
Maar een gelovige handelt wel zelf, maar niet zo maar helemaal uit zichzelf. Hij handelt van uit de Heilige Geest.
Jezus blaast de levensadem over zijn leerlingen, over ons.
We vinden die levensadem al terug in het scheppingsverhaal (Gen. 2, 7): ”
Toen boetseerde Jahwe God de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus …”
Dat is de kracht van de gelovige: hij cultiveert het besef dat niet hijzelf zich het leven gegeven heeft. Hij heeft het gekregen. Hij leeft, gedreven, niet door zichzelf, maar door de bron van alle leven, de schepper, en die laat zich niet ontmoedigen.
Als ik kijk naar de wereld is de vrede niet in zicht. Ook de gelovige ondergaat de manipulatie en ontwikkelt vijandbeelden die leiden tot het aanvaarden van oorlog.
Ik hoor het jullie nu al zeggen: maar de vijand is toch reëel ? Mogen wij ons niet verdedigen ? Is het zelfs niet onze plicht om ons te verdedigen ?
Tja, dan heeft de manipulatie jullie al in haar greep.
Tijd voor bekering !
Kom, Heilige Geest !