Gaat Demir te snel ?
Volgens de directies wel.
Dat ze snel gaat is overduidelijk. Dat de directies daarmee voor een serieuze opdracht komen te staan is al even duidelijk.
Ik ben geen specialist in deze materie, maar misschien heeft Demir wel gelijk in die zin dat ze niet zo maar kan zeggen dat ze een gedeelte van haar maatregelen uitstelt. Misschien zijn er een aantal ingrepen die niet lukken als tegelijkertijd ook niet andere ingrepen gebeuren.
Iedereen gebruikt het beeld van een tanker die moet keren. Maar bij mijn weten kun je een tanker niet gedeeltelijk keren. Je kan niet zeggen: het keren van het ruim is te moeilijk, maar we keren dan toch al maar het dek.
Ik wil wel begrip hebben voor de directies, maar het wordt wel tijd om eens de vraag te stellen in hoeverre de directies zelf tekort zijn geschoten. Ze zijn niet de hoofdschuldige van de achteruitgang van ons onderwijs, maar ze hadden wel zelf veel meer kunnen doen om ons onderwijs op peil te houden Je kan de directies niet buiten schot houden als het gaat om de achteruitgang van ons onderwijs.
Ik hoor het verhaal van een leerkracht die bij zijn leerlingen vast stelt dat ze geen studiementaliteit hebben en dat dat geldt voor de hele school. Hij gaat daarmee naar de directie en doet zelf een paar concrete voorstellen om daar iets aan te doen. Maar de directrice is niet geïnteresseerd. Haar antwoord: ik ben niet bezig met het studiepeil. Ik ben van opleiding econome …
Wat discipline betreft, nodig om tot een werkbare studie omgeving te komen, moeten de directies ook maar eens in het eigen hart kijken. Om daarvoor maatregelen te nemen, hadden ze van niemand toestemming nodig. Op dat vlak hebben ze zelf een verpletterende verantwoordelijkheid.
Hetzelfde voor de studiedagen voor de leerkrachten. De scholen waren niet verplicht om die studiedagen te organiseren. De directies hadden zelf kunnen beslissen dat les geven meer nodig was dan ”studiedagen”. Ik beweer niet dat er nooit waardevolle studiedagen zijn geweest. Maar praat met leerkrachten en je zal bijna algemeen horen dat die dagen zo waren ingevuld dat ze quasi waardeloos waren. De overgrote meerderheid van de directies heeft weinig energie gestoken in het organiseren van studiedagen. Dikwijls waren het dagen waarin de leerkrachten verlost werden van het lesgeven, maar wel op school moesten zijn waar ze dan min of meer nuttig werden bezig gehouden.
Het lerarentekort heeft geleid tot gevulde studiezalen met leerkrachten die daar toezicht moesten houden. Een goede lesgever is nog geen goede toezichthouder. Nogal wat leerkrachten zijn gewoon onbekwaam. Velen smeten met hun klak naar een opdracht die ze haatten. Gevolg: leerlingen die geen seconde aan studie toekwamen, maar zaten te kaarten, tegen mekaar te schreeuwen, ruzie te maken en een leerkracht die deed alsof ze het niet zag … Na de studie was het lokaal gedegradeerd tot een soort van afvalterrein met omgekeerde stoelen, de banken wanordelijk verspreid in de ruimte, de grond bezaaid met papier …
De leerkracht die die leerlingen na die studie in zijn klas kreeg had te maken met een bende losgeslagen pubers. Het koste hem de helft van zijn lesuur om de klas lesbereid te krijgen. Als het hem al lukte.
Maar de directie greep niet in.
Of wat denk je er van dat er drugs worden gedeald op de speelplaats ? De toezichthoudende leerkrachten staan in een hoekje gezellig een praatje te slaan in plaats van actief toezicht te houden en dus gebeurt er van alles – ook het dealen van drugs – zonder dat zij dat opmerken. De directie weet – of zou moeten weten – dat dat toezicht daar een lachertje is … maar ze grijpt niet in.
Soms moet je begrip hebben voor directies. Want wat met een delibererende klassenraad waarbij de leerkracht praktijk beroeps voorstelt om een leerling te buizen, en daarbij gesteund wordt door andere leraars in die afdeling, waarop de directeur opmerkt dat als die leerling wegvalt uit school, ook de afdeling valt. Leerling geslaagd.
Die directeur kiest voor het behoud van de afdeling, maar tegelijkertijd schept hij een sfeer in de school waarbij het leerkrachten duidelijk wordt gemaakt dat de lat gerust lager mag worden gelegd als ze daarmee hun job kunnen behouden.
De directies zouden zich beter wat terughoudender opstellen met zoveel boter op hun hoofd.
Wil dat zeggen dat Demir zo maar gelijk heeft ?Misschien vergis ik me, maar over dat systeem van betoelaging naargelang het aantal leerlingen, heb ik Demir nog niets horen zeggen. Nochtans is een ander systeem van betoelaging cruciaal om de lat hoger te krijgen.
Terug naar de directies: ik geef toe dat mijn informatie van leerkrachten komt en niet van directies, maar ik ben er wel van overtuigd geraakt dat het zwakke punt in ons onderwijs niet de leerkrachten zijn, maar de directies.
Natuurlijk moet er veel veranderen in de lerarenopleiding. Dat begint met het aantrekken van intellectueel, cultureel en psychisch hoger begaafden in tegenstelling tot een groot gedeelte nu dat bestaat uit gebuisden van hogere richtingen. Gebuisd omdat ze te dom waren, of te lui. Een andere bevolking van de lerarenopleiding is een voorwaarde voor een optrekken van het peil van die opleiding. Maar de meesten die die opleiding af maken starten wel met goede moed in ons onderwijs.
Dat Demir begeleiding van deze starters mogelijk maakt, is een goede zaak, maar eigenlijk zouden de maatregelen van Demir niet nodig moeten zijn, want als er één taak belangrijk is voor directies is het de begeleiding, motivering, steun … van hun leerkrachten. Welnu de directies hebben hierin grandioos gefaald. Ze zijn er gewoon niet mee bezig geweest.
En ja dus: de rol van de directies in de neergang van ons onderwijs is veel belangrijker dan die van de leerkrachten.
Misschien moet Demir eens versneld werk gaan maken van het uitmesten van die directiestal, van een degelijke selectie van wie directeur mag worden, en van een opleiding tot directeur die niet gefocust is op managementstechnieken, afgekeken van de bedrijven, maar op pedagogie en didactiek, motiverend leiderschap en vooral zuiverheid van intenties. Iemand moet niet directeur willen worden omdat hij ambitieus is, maar omdat hij zijn talenten, energie, wijsheid, levenservaring … in dienst wil stellen van jongeren en hun begeleiders.