De kwetsbare mens

Ignis

Tegenover het kwaad: de keuze voor mededogen

Regelmatig horen we over verschrikkingen van ouders die hun kinderen mishandelen. Leo de Weerdt SJ leest “Si petite” van Frédéric Boyer, een verhaal over zulk misbruik met als een van de vragen: Hoe kunnen wij voorkomen dat wij onverschillig worden

Leo De Weerdt brengt ons een mooie bedenking bij het boek “Si petite” van Frédéric Boyer.

Het zet me aan om me te bezinnen over kwetsbaarheid en zondigheid.

Kinderen die mishandeld worden tonen een uiterste vorm van kwetsbaarheid. Maar kwetsbaarheid is niet eigen aan alleen maar kinderen. Iedereen is kwetsbaar, zelfs ik.

De Weerdt heeft het vooral over de manier waarop wij omgaan met de kwetsbaarheid van anderen.
Maar de mensen die die kinderen mishandelen zijn zelf ook gekwetste mensen. Je kan ze zien als de verpersoonlijking van het kwaad. Dat zijn ze ook. Je kan ze niet onschuldig verklaren en zo maar goed praten. Maar zijn ook zij niet geboren als onschuldige, kwetsbare baby’s ?

Uiteraard sta ik voor de opgave om anderen niet te kwetsen.

Maar kwetsbaarheid is eigen aan het leven. Een rots is onkwetsbaar, maar ze leeft niet.

Een vrouw is (fysisch) kwetsbaarder dan een man. In haar ontstaat het nieuwe leven.

Kwetsbaarheid heeft te maken met emoties. Een rots voelt niets.

Wie wil leven moet durven kwetsbaar te zijn. Je kan niet liefhebben zonder je kwetsbaar op te stellen.

Wie is het sterkst ? Hij die zijn emoties onderdrukt en met de stekels op leeft, of hij die durft zich over te geven omdat hij gelooft dat hij kwetsuren te boven kan komen ?

Natuurlijk moeten we kwetsuren niet zoeken. Maar we moeten wel beseffen dat ze onvermijdelijk horen bij het leven. Juist dat besef moet onze aanvaarding tekenen.

Het kernwoord hier is aanvaarding.

Kwetsbaarheid aanvaarden gaat samen met de opgave om te helen; om terug heel te maken wat gebroken is; om te heiligen.

Maar juist de aanvaarding bevordert de heling, want niet aanvaarden is op zich al een nieuwe kwetsuur.

Laat ons eens naar Jezus kijken.

Het evangelie leert ons dat Hij gekomen is om ons te verlossen van de zonden. Om ons te helen. Om ons te heiligen.

Kwetsbaarheid en zondigheid gaan samen. Zonde is alles wat een mens ongelukkig maakt. Je kan jezelf ongelukkig maken. Of anderen. Of door anderen ongelukkig gemaakt worden.

Jezus heelt wie tot Hem komt. Je kan dat vertalen naar: wie spijt heeft, want tot Hem gaan is een teken van spijt en een vraag om vergiffenis.

Als iemand spijt heeft en vergiffenis vraagt betekent dit dat hij geen slecht, maar een zwak mens is. Zwakheid is een vorm van kwetsbaarheid.

De heling van Jezus gebeurt door vergiffenis. Vergiffenis is een essentieel element in het omgaan met onze zwakheid en kwetsbaarheid. Ze is absolute voorwaarde voor heling, zowel voor de zondaar als voor de mens die gekwetst is door die zonde.

Wie niet kan vergeven en de harmonie herstellen met wie hem kwetst, kan ook niet terug in harmonie komen met zichzelf.

Heling door vergiffenis is niet altijd mogelijk. Ook niet bij Jezus. Hij was onverbiddelijk tegen de schriftgeleerden en Farizeeën die zichzelf niet als zondaar konden bekennen en dus ook geen vergiffenis konden vragen, of in evangelische taal: ”tot Hem komen”.

Schriftgeleerden en Farizeeën kan je omzetten naar destructieve narcisten …

Ze zijn geen zondaars, maar slechte mensen juist omdat ze geen erkenning van zondigheid hebben en dus ook geen vergiffenis kunnen vragen – en dus ook niet kunnen krijgen. Dat hun ”toestand” waarschijnlijk zelf het gevolg is van erge kwetsuren, verandert niets aan de zaak.

Ik kan dat begrijpen, maar dat begrip verandert niets aan het kwaad dat ze aanrichten. 

Hoe kan ik genezen van een kwetsuur door iemand voor wie geen vergiffenis mogelijk is ?

Heling is altijd een proces. Ze vraagt tijd. Afkeer, zelfs haat tegenover de narcist is normaal en mag en moet zijn plaats hebben in het helingsproces. Ze zijn nodig om je te bevrijden van de dwangbuis waarin de narcist je gestoken heeft. Maar ze maken je niet gelukkig. Ze verbreken de harmonie met jezelf. 

En dus mogen ze niet het einde zijn van het proces.

Hoe verlos je jezelf er van ?

Het rare van afkeer en haat is dat ze van de ene kant gericht zijn op de andere, maar tegelijkertijd ook heel ik-gericht. Precies van dat ik-gerichte moet de gekwetste los komen.

Wie terug wil naar harmonie naar zichzelf zal dus moeten focussen op de beleving van liefde. Niet de liefde voor de narcist, maar de liefde voor de mensen in zijn omgeving. Zijn beleving van de liefde moet zoveel aandacht op eisen dat er geen plaats meer is voor aandacht voor de narcist.

Wie ooit gekwetst is geweest moet er des te meer om bekommerd zijn om anderen niet te kwetsen. Juist die beleving van de liefde zal hem helen.

In evangelische taal: Jezus zegt ”kom tot mij” – kom tot God. Johannes zegt: God is Liefde. Daar ligt onze heling, onze heiligheid.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *