Pasen

Eigenlijk was ik niet zinnens om een blog te schrijven voor deze Pasen. Maar op speciale aanvraag …

Ik geef toe dat ik een blog van vroeger grotendeels herhaal.

Voor ietwat trouwe lezers van mijn blogs moet ik het niet meer doen: antwoorden op de vraag of het echt gebeurd is ?

Voor de niet zo trouwe lezers heel snel toch nog dit:

de vraag is op zich irrelevant. Als je teksten leest moet je weten met welk literair genre je te maken hebt. Soms wordt een avonturenverhaal verpakt in een reisverhaal. Wie een avonturenverhaal leest als een reisverhaal en er dus van uitgaat dat de verhaalde gebeurtenissen echt gebeurd zijn, heeft het niet goed begrepen. 

In de bijbel vind je verschillende literaire genres. Een daarvan is de mythe. Niemand vraagt zich af of een mythe echt gebeurd is. Bij een mythe laat je het verhaal tot je doordringen om zo de betekenis er van te ontdekken. Daarbij weet je dat je rationele of filosofische verwoording van die betekenis altijd tekort schiet om de volheid van de mythe weer te geven.

Het verhaal van Jezus is een mythe. Dat betekent niet dat er per se geen historische basis kan zijn. Maar ze is niet van belang. Dat geldt ook voor het thema van de verrijzenis.
Vergeet dus de historische en de rationele benadering van dit verhaal. Voor mij is hier de emotionele en vooral spirituele dimensie belangrijk.

Je kan niet over Pasen spreken zonder het te hebben over Kerstmis en Goede Vrijdag. Neem er voor mijn part Palmzondag maar bij als aanloop naar Goede Vrijdag, de kruisdood van Jezus.

In het Credo dat christenen geregeld bidden tijdens de eucharistie en dat wordt gezien als een samenvatting van hun geloof, worden er over het leven van Jezus slechts twee gebeurtenissen vermeld: hij is geboren en gestorven. Geen woord over wat er daar tussen gebeurd is.

Zowel zijn geboorte als dood geven een beeld van totale machteloosheid. Zijn geboorte in een stal uit een marginale familie tussen het uitschot van de samenleving en zijn sterven als een misdadiger op een kruis. Bij beide gebeurtenissen wordt een ezel opgevoerd: de zwangere Maria komt aan in Bethlehem, gezeten op een ezel en dat beest assisteert bij de geboorte. En bij de rechtstreekse aanleiding voor de veroordeling van Jezus, trekt hij Jerusalem binnen, gezeten op een ezel. Voor de Joden heeft die ezel een belangrijke betekenis: hij verwijst naar een verhaal in het Oude Testament over een koning die vrede brengt, maar niet door de macht die gesymboliseerd worden door een ridder te paard, maar door onmacht, gesymboliseerd door de ezel.

Ik wil maar zeggen dat ik niet zo maar de aandacht trek op het thema onmacht. Dit is niet zo maar een persoonlijke interpretatie van mij: de ezel geeft objectief aan dat dit een belangrijk thema is in de mythe.

Voor de apostelen en nogal wat Joden was Jezus de Messias: de redder en bevrijder die vrede zou brengen. Het thema van de Messias is essentieel in het Joodse denken, ook nu nog.

Maar hoe wordt die bevrijding bewerkstelligd ? De geallieerden in de tweede wereldoorlog hadden daar een antwoord op, net zoals de zionisten die met geweld het Beloofde Land veroverden en verdedigen.

Maar wie de christelijke boodschap tot de zijne maakt, gelooft dat macht en geweld niét kunnen leiden tot vrede en bevrijding.

De geallieerden hebben misschien vrede gebracht binnen Europa (ik ben van goede wil en laat de koude oorlog even buiten beschouwing), maar Europa leeft niet in vrede, want het is overal in de wereld betrokken bij oorlogen.

De Zionisten leven in een permanente oorlog met de Palestijnen en moeten geregeld veiligheid zoeken in schuilkelders.

Die Jezus brengt dus een boodschap van geweldloosheid, culminerend in de liefde voor de vijand, als de enige weg naar bevrijding en vrede.

Dan kijk ik rondom mij en tweeduizend jaar later zie ik op deze planeet overal conflicten en geweld. 

De kruisdood van Jezus wordt een symbool van dit faillissement van zijn boodschap.

Voor zijn leerlingen was zijn sterven een geweldige ontgoocheling. Ze hadden alles achtergelaten om hem te volgen en de hele onderneming eindigde in een totale mislukking. Als volgelingen van de veroordeelde, vergingen ze van de schrik om als medeplichtige aangepakt te worden, en ze trokken zich terug op een veilige plek om zo weinig mogelijk op te vallen.

Maar de vrouwen liepen minder risico en durfden toch nog buitenkomen en naar het graf van Jezus gaan. Dat treffen ze leeg aan. De verrijzenis begint met leegte. Laat nu de boeddhisten en mystiekers maar los. 

Het gaat er om dat de kruisdood spontaan als een nederlaag wordt ervaren. Onmacht is onmachtig om vrede te bewerkstelligen. Dat betekent dat vrede gewoon onmogelijk is.

De apostelen zijn vol geweest van Jezus. Ze blijven achter met een grote leegte. Die leegte is belangrijk: ze moeten zich eerst ontledigen van ijdele hoop. Daardoor komt er plaats voor iets wonderlijks: er ontstaat bij hen een gevoelen van weigering. Neen, het kàn niet, het màg niet en het zàl niet zijn dat we de strijd om de vrede opgeven. Vrede moét mogelijk zijn. Misschien niet vandaag. Maar ooit. Het is zeker dat ik ze niet meer zal meemaken. Maar ooit zal de wereld vrede kennen. De verrijzenis van Jezus wordt het symbool van dit geloof en nieuwe hoop en kracht voor de liefde. 

En dan stoten we op die andere dimensie: naast de grote boze wijde wereld, is er ook nog mijn innerlijke wereld.

In een Duitse dom hangt een Romaans kruis. Voor mij een meesterwerk omwille van de sereniteit in het gelaat van Jezus. Een afbeelding er van staat op mijn werkplek.

Ja vrede is mogelijk; (nog) niet in de wereld, maar dan toch in mij. Ik kan groeien in die vrede.

De verrijzenis is al aanwezig in de dood.

Verrijzenis en hemelvaart zijn één beweging. De hemelvaart van Jezus is de voortzetting van de verrijzenis. In de mate dat in mij innerlijke vrede stijgt, stijg ik mee op ten hemel.

Er zijn mensen die de verrijzenis belachelijk maken. Maar ze gebeurt. Ze is bezig in mij. Allez, toch een klein beetje.

En lach daar nu niet mee, want anders krijg je een lelijke stamp onder je kloten.

Waakzaamheid

In vorige blogs over de advent had ik het over de advent als tijd van wachten op een komst. In het kerstverhaal een geboorte: een kind dat komt.

Maar het kerstverhaal is ook een verhaal van waakzaamheid.

Er komt veel in ons leven. Maar hoe dikwijls zijn we er ons van bewust ? We ondergaan het en we beseffen pas dat het gekomen is als het te laat is en er niets meer aan te doen valt. Of we hebben de kans laten voorbijgaan. Omdat we niet waakzaam genoeg waren.

In het kerstverhaal wordt de waakzaamheid verbeeld door de herders en de drie wijzen uit het Oosten.

Ze hebben een ster gezien.

Eén ster tussen de duizenden in de onmetelijke sterrenhemel van de donkere nachten van Palestina.

De hotelbaas die de armoezaaier met zijn zwangere vrouw een kamer heeft geweigerd, heeft de ster niet gezien. Hij keek naar zijn portemonnee.

Hij kon goed doen, maar is niet waakzaam geweest en heeft de kans op het goede gemist.

Je kan het kerstverhaal beluisteren als de komst van het goede in deze wereld. 

Maar de herders zijn wel waakzaam geweest. Herders zijn van nature waakzaam. Maar toch. Herders waren in die tijd het laagste van het laagste. Krapuul. Ze mochten zelfs niet binnen de stadsmuren komen. Ze leefden in een uitsluitend mannenwereldje met beesten. Kerstmis is natuurlijk geen seksverhaal, en dus moet ik bij dat wereldje ik geen tekeningetje maken.

Maar juist deze “onfatsoenlijken” waren blijkbaar op een of andere manier nog bekwaam om het goede te herkennen en het te verwelkomen.

De fatsoenlijken waren te veel bezig met fatsoenlijk te zijn.

Ook de drie wijzen – in deze context vermijd ik het woord koningen – hadden de ster gezien. Ze hadden nagedacht over de wereld en waren er van overtuigd dat die naar de knoppen ging. Ze hadden wel nog niet over Oekraïne gehoord, maar in die tijd was het niet beter. En ze speurden de hemel af naar tekenen van hoop.

Wij zouden meer naar de hemel moeten kijken en luisteren zodat we het gezang van de engelen horen. Voorbij de sterren. Naar daar waar onze dierbaren gelukkig zijn. Misschien is het zelfs hun gezang. En hun geluk moet voor ons een teken zijn dat er méér is dan de eer van het vaderland, bevochten op het slachtveld of voetbalveld.

Waakzaamheid  voor het goede betekent dat ik nu, hier, de kansen zie om “goed te zijn”.

Om een kind al dan niet in een kribbe wat warmte te geven.

Om een vrouw te ondersteunen die weeën heeft, niet enkel omwille van een geboorte, maar gewoon om het leven.

Om een mislukkeling te ontvangen bij mijn os en ezel, en hem te laten voelen dat hij iets betekent.

Vul zelf maar in: als je waakzaam bent zie je overal kansen om goedheid in deze triestige wereld te brengen.

Waakzaamheid – ik kan het niet laten – is niet gelijk aan “woke”. Alleen al dat er een engels woord voor nodig is, maakt duidelijk dat er iets mis mee is.

Woke is de waakzaamheid van de mens die van waakzaamheid iets ik-gerichts maakt; van de mens die het belangrijk vindt voor zijn zelfbeeld dat hij waakzaam is.

Echte waakzaamheid is pas mogelijk in puurheid.

Wij zijn van nature niet puur. Waakzaamheid vraagt een proces van uitpuring.

Ze is pas mogelijk na een lange tocht, zoals die van de drie wijzen die op weg zijn gegaan zonder de garantie dat ze iets zouden vinden. Hun ogen niet gericht op het doel, maar op de ster; in een vorm van overgave.

Ooit heb  ik op mijn rug liggend in de woestijn naar de sterren gekeken. Dan voelt een mens zich klein, een zandkorrel in de eeuwigheid.

Zo moeten de drie wijzen zich gevoeld hebben op hun kemels tijdens hun tocht.

Waakzaamheid vraagt nederigheid.

Echte waakzaamheid kan pas in een vorm van aanvaarding van het grotere, van het wonder; in een focus op wat/wie groter is dan ik.

Als ik echt waakzaam ben besef ik dat niet ik het ben die het goede brengt. Maar ik weet dat het komt en ik ben blij en dankbaar dat ik er mag aan meewerken.

We staan voor verschrikkelijke tijden. Jullie weten dat ik er van overtuigd ben dat de derde wereldoorlog onvermijdelijk is.

Kerstmis vieren als feest van vrede lijkt dan cynisch.

Komt die oorlog er omdat we niet waakzaam genoeg geweest zijn ?

Hadden we niet kerstmis moeten vieren elke dag, het hele jaar door ?

Hadden we moeten streven naar macht om de oorlog te voorkomen ?

De kerstkribbe is geen koninklijke of presidentiële troon. Ze is een beeld van onmacht. De onmacht van het pasgeboren kind.

Maar alle verschrikkelijke machten op deze aarde zijn niet machtig genoeg om de waakzame mens te versmachten. Ze kunnen deze waakzame mens doden. Maar altijd opnieuw zullen er mensen waakzaam zijn en zelfs in oorlogstijd kansen zien voor het goede.

Er is geen andere weg dan die van de waakzame onmacht.