Bedenksel op zondag

Leven in de maalstroom

Edel Maex

Drie vragen aan religie

Na de zoveelste terreuraanslag opgeëist door IS, tweette de atheïstische filosoof Maarten Boudry: “My dear liberal Muslims (I know you’re out there), why would you still want to associate with this hateful religion? Why not just leave?” Exact dezelfde dag vertelde een psycholoog mij dat een aantal gevallen van ernstig huiselijk geweld spontaan opgelost waren tijdens de ramadan. Man en vrouw waren opnieuw samen gaan bidden, aten weer samen, de man was gestopt met drinken … Wat is het nu? Zet de Islam, en meer algemeen religie, aan tot haat of is het een bron van vrede en harmonie

Ik wil echt geen reclame maken voor deze website. Dit artikel staat vol denkfouten. Maar daar wil ik hier eigenlijk niet op ingaan. Toch één voorbeeld dat je terugvindt in de inleiding. Zet religie aan tot haat, of is het een bron van vrede en harmonie ? Ik denk dat de auteur het zelf niet beseft, maar het is niet toevallig dat hij een voorbeeld uit de islam geeft. Want de islam is duidelijk een religie die aanzet tot haat. Het voorbeeld van de vrede in het huisgezin om duidelijk te maken dat religie niet enkel aanzet tot haat, maar bron is van vrede, is zever, want nadat die moslim man en vrouw zich hebben verzoend gaan ze samen vredevol eendrachtig aansluiten bij IS.

Natuurlijk brengt een religie niet iedereen tot gewelddadig acties. Daarvoor zijn bepaalde karaktertrekken nodig. En natuurlijk zijn er moslims (ik blijf nu even bij de islam om het eenvoudig te houden), die naar vrede streven. Maar als je naar de inhoud van de islam kijkt zoals die door Mohammed is gesticht, streven die mensen naar vrede, niet dank zijn de islam, maar ondanks de islam.

Maar mijn onderwerp vandaag is niet de islam. Ik heb het hier enkel over de islam gehad omdat de auteur een voorbeeld uit de islam aanhaalde, en ik wilde aantonen dat dit voorbeeld nergens op slaat.

De auteur relativeert de boodschap die in religies vervat ligt. Hij stelt dat de religies – islam, christendom, boeddhisme – abstracties zijn. Natuurlijk zijn het abstracties. Als ik het woord stoel uitspreek, is ook dat een abstractie. Maar die stoel bestaat wel. Ik zou dan denken dat de auteur dat ernstig zou argumenteren. Maar hij geraakt niet verder dan de stelling dat mensen verschillende invullingen geven aan het begrip. Hij schijnt dus te beweren dat iets niet bestaat omdat mensen het verschillend bekijken. Welnu, ik kan ook de abstractie stoel verschillend bekijken. Doe eens de oefening en probeer het begrip stoel te definiëren. Neen, niet googlen ! Je zal zien hoe moeilijk dat is. Een stoel is om op te zitten. Maar ook een barkruk is om op te zitten, en dat is geen stoel… enz. Maar toch bestaan er stoelen.

Nogmaals, ik wil het hier niet over de islam hebben, maar over het christendom.

Bestaat het christendom ? Laat me ingaan op de stelling van de auteur dat je goed moet definiëren waarover je het hebt. Welnu, ik heb het over de christelijke boodschap zoals ze ons wordt overgeleverd in het Nieuwe Testament. Je kan niet ontkennen dat die boodschap bestaat. De teksten van het Nieuwe Testament zijn niet eenduidig. Maar er is wel een eenduidige kernboodschap: er is een liefde die het allerhoogste is. Als iets het allerhoogste is, noemen we het goddelijk. Het Nieuwe Testament zegt dan dat wij, mensen, er moeten naar streven om die liefde gestalte te geven en te beleven. Ja, “moeten”, want Jezus zegt: “ Dit is mijn gebod, dat jullie elkander liefhebben”. Dàt is de boodschap. Daar is niet veel interpretatieruimte meer. Het probleem van Maex bestaat er in dat hij niet echt weet wat het christendom inhoudt. Maar ja, als je niet wil erkennen dat een religie een bepaalde inhoud heeft, en je stelt dat religie een “heterogeen amalgaam” is, sta je ook niet open voor een kernboodschap. Eigenlijk heb je dan geen ruimte voor open onderzoek.

Ik ga naar het einde van het betoog. Daar stelt Maex: “…Er zijn keuzes te maken. In de werkelijkheid waarin we nu leven zijn religies niet langer wat de stichters er ooit mee bedoeld hebben, noch wat er in oude teksten staat, maar wat mensen er nu mee doen.” Einde citaat. Dat is groteske zever. Inderdaad, mensen kunnen zich christen noemen, en de bedoelingen van Jezus systematisch inhoudelijk miskennen. Maar dan heb ik het recht om te beweren dat ze geen christenen zijn. Heb ik het recht om iemand die zich christen noemt, maar haat predikt, een verrader van de christelijke boodschap te noemen ? Als ik dat recht heb, wil dat zeggen dat de bedoeling van de stichter er wél nog toe doet. Maex zit hier helemaal fout.

Ik heb dus het recht om religies te waarderen op basis van de inhoud of op basis van de boodschap van de stichter. Maar ik heb niet het recht om mensen te veroordelen, gewoon omdat ze een religie zouden aanhangen die, bijvoorbeeld oproept toe geweld. Mensen waardeer ik inderdaad om wat ze doén. En als een aanhanger van een gewelddadige religie vredevol leeft, heb ik die mens niet te veroordelen. Net zoals ik iemand die aanhanger is van een vredevolle religie, maar geweld pleegt wél mag veroordelen.

Ik heb de indruk dat het hele betoog van Maex in de fout gaat omdat hij dit onderscheid niet weet te maken, en de inhoud van religie moet relativeren om niet tot veroordeling van mensen te moeten komen.

En, om te besluiten. Maex zegt dat we vragen moeten stellen aan onszelf. Dat natuurlijk juist. Maar dan voegt hij er aan toe “…tenminste zolang we nog een beetje ruimte hebben voor open onderzoek.” Daarmee suggereert hij dat veel mensen die ruimte niet meer hebben. Ook dat is juist. Maar zegt hij nu dat hij zelf die ruimte wel nog heeft ? In dat geval toont hij een arrogantie die je van mij zou mogen verwachten, maar niet van een psychiater, zeker als ik hierboven tekens heb gevonden van gebrek aan die ruimte bij Maex.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *