Pasen, een feest, ook voor heidenen

Ja, ik weet het, een aantal mensen haken af als ze een religieus woord horen. Toegegeven: ook ik heb het lastig met het gezwets dat blijkbaar bij religie hoort. Ik begrijp totaal niet hoe mensen hun hoop kunnen stellen in een god die elke dag opnieuw de mens in de steek laat. Als die machtige goede God er wél was, zouden Trump en Maggie het blok er niet zijn. – Blijkbaar ben ik nog niet echt in paas stemming.

Laat het duidelijk zijn: ik ben overtuigd christen, maar ik heb God voor niets nodig. Ik ben geen zwakkeling.

Ken je het verschil tussen verliefdheid en liefde ?

De verliefde is blind en ziet enkel de goede eigenschappen van zijn/haar geliefde en idealiseert hem/haar:  je hoort dan het zinnetje: “ik ben je niet waard”. (Sorry, maar dat hem/haar kan ik niet volhouden in de rest van mijn tekst. Vanaf nu laat ik dus de macho in mij los en heb het enkel nog over “hem”.) Door die blindheid richt hij zijn liefde niet op de geliefde zelf, maar op een droombeeld. Een verliefde houdt van iemand anders…

De verliefde heeft ook het gevoelen dat hij zijn geliefde niet kan missen. Je hoort dan het zinnetje: ieder dag van mijn leven zonder jou is een dag dat ik niet geleefd heb. Dat is mooi, maar slaat nergens op.

Wie écht van iemand houdt, is dat stadium voorbij. Hij kan zonder zijn geliefde, maar wil er niet zonder.

Welnu, ik kan zonder het geloof, maar ik wil er niet zonder. 

Daar heb ik mijn redenen voor. Maar die ga ik hier niet behandelen, daarover moet ik een boek schrijven.

Maar toch iets over Pasen.

De Paasdriedaagse begint op Goede Vrijdag.

Goede Vrijdag en Kerstmis moet je samen zien.

Tijdens eucharistievieringen reciteren gelovigen het Credo, de geloofsbelijdenis van Nicea. Daarbij wordt er over het leven van Jezus dit gezegd: … die geboren is uit de maagd Maria… die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven “ Niets over het leven van Jezus, over zijn woorden en daden… Het gaat enkel over geboorte en dood, over Kerstmis en Goede Vrijdag.

Beide feesten hebben één element cruciaal: machteloosheid.

Bij Kerstmis de machteloosheid van een baby, geboren in een gezin van armoezaaiers, in een stal omringd door het ergste uitschot van die tijd, de herders, die in hun mannelijke eenzaamheid troost en sex zochten bij mekaar en bij hun schapen.

Op Goede Vrijdag de machteloosheid van de gekruisigde.

Daar hoeft verder geen tekeningetje bij.

En dan komt Pasen: de verrijzenis en hemelvaart (die één geheel vormen): de triomf van de machteloosheid.

En zo is dit verhaal van extreem speciale gebeurtenissen, ook het verhaal van iedere dag:

Ja, het kwaad bestaat, de machtigen en de strevers naar macht verrichten hun destructieve arbeid, iedere dag opnieuw. En ze winnen. Maar hun overwinning is nooit definitief, want telkens iemand een daad van machteloze goedheid stelt in een wereld vol rotzooi, is dat een verrijzenis en wordt het kwaad weer overwonnen. En ook dat gebeurt iedere dag. Ook nu door de helden van de coronacrisis.

En neen, ik ben geen dromer en zie ook dat de verrijzenis nooit definitief is, en het kwaad telkens opnieuw weer opduikt.

Maar de hemelvaart betekent dat de verrijzenis van Jezus voltooid wordt. Ze is niet meer terug te draaien. Ze gaat de eeuwigheid in. Ze is definitief.

Zo zegt mijn christelijk geloof me dat ooit het goede zal zegevieren en Trump verschrompelt tot een zielig verschijnsel.

Ik gebruik hier met opzet het woord geloof. Want ik weet het niet. Maar ik heb beslist dat ik het wil geloven. Hoe sterker mijn geloof, hoe meer ik iedere dag de verrijzenis opnieuw zal doen gebeuren.

Nu hoor ik de rabiate heiden al zeggen: maar ik heb je geloof niet nodig om goed te zijn ! Dat is natuurlijk juist, ik zeg de hele tijd al niet anders. Maar door me tot het geloof te bekennen aanvaard ik dat ik goedheid moét. Ik aanvaard om mijn zelfbeschikkingsrecht op te geven als het gaat over de plicht van goed zijn. En ook: naast een plicht, brengt het geloof ook een radicalisering: ik moet ook goed zijn voor mensen waarvoor ik spontaan niet goed zou zijn.Als ik me beken tot het geloof weet ik dat ik nooit helemaal zal kunnen voldoen aan de eis tot goedheid, maar dat brengt geen frustratie, maar vooral de kracht om opnieuw te beginnen, altijd opnieuw. En ja, dat kan ook zonder geloof, maar geloof helpt wel. Of beter: het geloof zet me in een andere modus; voor de autofanaten: in een andere versnelling.

Sorry Maggie, ik  kan zonder je, en ik wil zonder je. Als ik jou zie verlies ik even mijn geloof. Ik ben God niet.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *