Kan bekering tot domheid leiden ?

Doorbraak

Stijn Ledegen

Racisme is niet blank, niet zwart maar doorzichtig

Het was om 10u ‘s ochtends op een koude regendag dat ik me bijna verslikte in mijn koffie. Niet omwille van het feit dat de koffie te warm of te slap was maar naar aanleiding van het lezen van een opiniestuk over racisme van Darya Safai. Ik was met verstomming geslagen over hoe eenvoudig het hele racisme debat werd geminimaliseerd tot een bijna fait divers. Ik zou dit nog bijna als een accident de parcours hebben beschouwd als ik kijk hoe een mooie route mevrouw Safai heeft afgelegd op professioneel vlak, maar dit is wel iets te kort door de bocht

Ik heb je twee dagen geleden lovend een artikel aangeboden van Darya Safai. Ledegen reageert daar op. Het past dat ik hier ook zijn reactie bespreek.

Stijn Ledegen is een dwaas. Niet omdat hij zich tot de islam bekeerde. Dat is zwakheid. Maar hij is een dwaas omdat hij niet goed kan lezen, en vooral omdat hij niet begrijpt hoe mensen mekaar begrijpen.

Maar eerst dit: beweert Stijn nu dat het qua racisme in Engeland of Duitsland beter is dan hier ? Wil Stijn daarmee zeggen dat wij in Vlaanderen racistischer zijn dan de Engelsen of de Duitsers ? Van Duitsland weet ik te weinig, althans van na de oorlog. Maar als het over Engeland gaat kan ik Stijn wel begrijpen: in dat land heeft de islam inderdaad veel sterker voet aan de grond gekregen dan hier. Waarschijnlijk ligt dat aan het feit dat Engeland als koloniale mogendheid vroeger dan wij hier te maken heeft gekregen met de import van moslims. Dat heeft er toe geleid dat er op dit ogenblik ganse wijken verworden zijn tot moslim enclaves waar de sharia heerst, met islamitische rechtspraak, islamitisch bankieren… en dus ook met gestructureerde schending van de mensenrechten als het over vrouwen, homo’s… gaat. Als Stijn dàt bedoelt als hij zegt dat wij ons moeten spiegelen aan Engeland, moeten we hem zo snel mogelijk opsluiten. “Kan bekering tot domheid leiden ?” verder lezen

Socialisme en Vlaanderen

Doorbraak

Luc Pauwels

De Vlaamse socialist Edmond Van Beveren

Hoe de Vlaamse socialisten Belgisch werden (2) De charismatische Emiel Trossaert alias Moyson (1838-1868), die we gisteren voorstelden, belichaamde als geen ander een verbinding van Vlaamse en socialistische idealen. In het decennium na zijn overlijden komt de socialistische partijvorming van de grond. En weer wordt dit een Vlaams initiatief. Kom mee naar Gent, neem tram 1 en stap af op het Van Beverenplein

Dit is het drama van de Vlaamse beweging: ze is in de handen gevallen van (extreem) rechts. En dat is de schuld van links dat de Vlaamse beweging verraden heeft. Ook vandaag nog maakt links dezelfde fout: het distantieert zich van alles wat met “Vlaams” te maken heeft en verdedigt enthousiast belgië en het belgisch koninklijk profitariaat.

Laat het duidelijk zijn dat de Vlaamse beweging van oorsprong een sociale beweging was. We krijgen hier het verhaal van de socialisten Van Beveren en Moyson aan vrijzinnige kant. Aan katholieke kant is er Daens.

Socialisten van nu beklemtonen graag dat de Waalse arbeiders in die tijd even zeer werden uitgebuit als de Vlaamse. Dat is natuurlijk juist. Maar belgicisme maakt blind en dus weigeren ze te zien dat in die tijd de taal een oorzaak was van discriminatie: wie geen Frans kende telde niet mee. 

De Franstalige bourgeoisie die belgië heeft gesticht, keek met misprijzen neer op dat patois brabbelend volkje zonder cultuur. In zo ’n situatie heb je altijd opportunisten die omhoog likken en naar beneden slaan en dus was er ook een grote groep Vlamingen die de Franstalige bourgeoisie vervoegden. Anseele was een van hen.

Ik probeer hem en de huidige linksen te begrijpen en stoot dan op de idee van de internationale. Voor mij een idee waar ik achter sta. Het is een evidentie dat enkel een internationale werkersbeweging een efficiënte tegenmacht kan vormen tegen de macht van het stelende kapitaal. In Europa is het een drama voor links dat het op Europees vlak niet  bestaat en toelaat dat de Spaanse Fordarbeiders van Valencia de Vlaamse Fordarbeiders van Genk als concurrenten zien. Ik kan onmogelijk begrijpen dat het Europees Verbond van Vakverenigingen er niet in slaagt om al was het maar een begin van internationale solidariteit te bewerkstelligen. Ik kan natuurlijk niets bewijzen, maar ondertussen ben ik er van overtuigd dat de top van de vakbonden verkocht is aan het kapitaal. De voorzitter van het Europees Verbond van Vakverenigingen is Rudy De Leeuw. Op wereldvlak zit er aan de vakbondstop ook nog ene Luc Cortebeeck, oud-voorzitter van het ACV die door eigen militanten als een verrader werd beschouwd en het ACV-schip ijlings heeft verlaten toen de Arco-affaire losbarstte. De man is Groot Officier in de Kroonorde. Dat zegt genoeg. “Socialisme en Vlaanderen” verder lezen

Pasen, een feest, ook voor heidenen

Ja, ik weet het, een aantal mensen haken af als ze een religieus woord horen. Toegegeven: ook ik heb het lastig met het gezwets dat blijkbaar bij religie hoort. Ik begrijp totaal niet hoe mensen hun hoop kunnen stellen in een god die elke dag opnieuw de mens in de steek laat. Als die machtige goede God er wél was, zouden Trump en Maggie het blok er niet zijn. – Blijkbaar ben ik nog niet echt in paas stemming.

Laat het duidelijk zijn: ik ben overtuigd christen, maar ik heb God voor niets nodig. Ik ben geen zwakkeling.

Ken je het verschil tussen verliefdheid en liefde ?

De verliefde is blind en ziet enkel de goede eigenschappen van zijn/haar geliefde en idealiseert hem/haar:  je hoort dan het zinnetje: “ik ben je niet waard”. (Sorry, maar dat hem/haar kan ik niet volhouden in de rest van mijn tekst. Vanaf nu laat ik dus de macho in mij los en heb het enkel nog over “hem”.) Door die blindheid richt hij zijn liefde niet op de geliefde zelf, maar op een droombeeld. Een verliefde houdt van iemand anders…

De verliefde heeft ook het gevoelen dat hij zijn geliefde niet kan missen. Je hoort dan het zinnetje: ieder dag van mijn leven zonder jou is een dag dat ik niet geleefd heb. Dat is mooi, maar slaat nergens op.

Wie écht van iemand houdt, is dat stadium voorbij. Hij kan zonder zijn geliefde, maar wil er niet zonder.

Welnu, ik kan zonder het geloof, maar ik wil er niet zonder. 

Daar heb ik mijn redenen voor. Maar die ga ik hier niet behandelen, daarover moet ik een boek schrijven.

Maar toch iets over Pasen.

De Paasdriedaagse begint op Goede Vrijdag.

Goede Vrijdag en Kerstmis moet je samen zien.

Tijdens eucharistievieringen reciteren gelovigen het Credo, de geloofsbelijdenis van Nicea. Daarbij wordt er over het leven van Jezus dit gezegd: … die geboren is uit de maagd Maria… die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven “ Niets over het leven van Jezus, over zijn woorden en daden… Het gaat enkel over geboorte en dood, over Kerstmis en Goede Vrijdag.

Beide feesten hebben één element cruciaal: machteloosheid.

Bij Kerstmis de machteloosheid van een baby, geboren in een gezin van armoezaaiers, in een stal omringd door het ergste uitschot van die tijd, de herders, die in hun mannelijke eenzaamheid troost en sex zochten bij mekaar en bij hun schapen.

Op Goede Vrijdag de machteloosheid van de gekruisigde.

Daar hoeft verder geen tekeningetje bij.

En dan komt Pasen: de verrijzenis en hemelvaart (die één geheel vormen): de triomf van de machteloosheid.

En zo is dit verhaal van extreem speciale gebeurtenissen, ook het verhaal van iedere dag:

Ja, het kwaad bestaat, de machtigen en de strevers naar macht verrichten hun destructieve arbeid, iedere dag opnieuw. En ze winnen. Maar hun overwinning is nooit definitief, want telkens iemand een daad van machteloze goedheid stelt in een wereld vol rotzooi, is dat een verrijzenis en wordt het kwaad weer overwonnen. En ook dat gebeurt iedere dag. Ook nu door de helden van de coronacrisis.

En neen, ik ben geen dromer en zie ook dat de verrijzenis nooit definitief is, en het kwaad telkens opnieuw weer opduikt.

Maar de hemelvaart betekent dat de verrijzenis van Jezus voltooid wordt. Ze is niet meer terug te draaien. Ze gaat de eeuwigheid in. Ze is definitief.

Zo zegt mijn christelijk geloof me dat ooit het goede zal zegevieren en Trump verschrompelt tot een zielig verschijnsel.

Ik gebruik hier met opzet het woord geloof. Want ik weet het niet. Maar ik heb beslist dat ik het wil geloven. Hoe sterker mijn geloof, hoe meer ik iedere dag de verrijzenis opnieuw zal doen gebeuren.

Nu hoor ik de rabiate heiden al zeggen: maar ik heb je geloof niet nodig om goed te zijn ! Dat is natuurlijk juist, ik zeg de hele tijd al niet anders. Maar door me tot het geloof te bekennen aanvaard ik dat ik goedheid moét. Ik aanvaard om mijn zelfbeschikkingsrecht op te geven als het gaat over de plicht van goed zijn. En ook: naast een plicht, brengt het geloof ook een radicalisering: ik moet ook goed zijn voor mensen waarvoor ik spontaan niet goed zou zijn.Als ik me beken tot het geloof weet ik dat ik nooit helemaal zal kunnen voldoen aan de eis tot goedheid, maar dat brengt geen frustratie, maar vooral de kracht om opnieuw te beginnen, altijd opnieuw. En ja, dat kan ook zonder geloof, maar geloof helpt wel. Of beter: het geloof zet me in een andere modus; voor de autofanaten: in een andere versnelling.

Sorry Maggie, ik  kan zonder je, en ik wil zonder je. Als ik jou zie verlies ik even mijn geloof. Ik ben God niet.

Solidariteit in belgië ( 2/2 )

Gisteren had ik het over de belgische solidariteit en de corruptie er van in Wallonië. Vandaag ga ik dieper in op het basisprobleem van die solidariteit en op de vraag:

Kan de sociale zekerheid belgië samenhouden ?

Bij de verdedigers van de belgische constructie heb je drie categorieën.

Eerst en vooral zijn er de romantici die houden van het vaderland. Ze gruwen van de idee dat ze niet meer zouden kunnen supporteren voor de belgische nationale voetbalploeg en zijn fier, niet op hun eigen prestaties, maar op die van de dopingzondaar Eddy Merckx, een simpele jongen die zich heeft laten inpakken door de misdadige grandeur van het paleis.  Ze dwepen met de koninklijke hark en zijn aanhangsels die toch zo goede mensen zijn die bezorgd zijn om hun onderdanen. Hun nieuwe afgodin is het meisje Elisabeth dat negerkindjes wiegt en waar het land kan op rekenen. Ze zingen uit volle borst de brabançonne zonder te beseffen wat voor nonsens daar eigenlijk in staan.

O Dierbaar belgië…wees ons doel in arbeid en in strijd

Ja, voor wie arbeiden ze dan eigenlijk ? In ieder geval niet voor zichzelf of hun kinderen. 

En voor wie of wat gaan ze strijden ? Voor wie of wat hebben de sukkelaars in de loopgrachten van de eerste wereldoorlog het leven gelaten ? Ja, op de gedenkstandbeelden staat dat ze hun leven hebben gegeven voor het vaderland. Maar, sorry, de overgrote meerderheid heeft zijn leven niet gegeven. Het is hen gewoon afgepakt. En wie het wél gegeven heeft was een onnozelaar. Want die oorlog was puur een strijd tussen Duitsland en Frankrijk om de staal- en steenkool rijkdom. “Solidariteit in belgië ( 2/2 )” verder lezen

Valentijn

Het roodborstje

Het roodborstje tikt tegen het raam en kijkt verlangend naar binnen, maar vliegt weg als ik het raam open .

Net zo kijk ik naar de vrouw die ik liefheb, maar vlucht weg als ze me wil binnen laten.

Mijn angst heeft geen fundament, maar is groter dan mijn verlangen.

Vrijheid vraagt verbondenheid. Onvrijheid is mijn deel. 

Ik wilde dat ik een roodborstje was.

Albert Frère

Deze blog is een vervolg op die van gisteren.

Albert Frère heeft zijn eerste rijkdom vergaard door de oorlog in Korea.
Maar zijn grote slag heeft hij geslagen door chantage van belgische politiekers van alle partijen, maar  vooral van de Waalse socialisten.
Hij was eigenaar van een hotel in de sjiekste laan van Brussel, de Louisalaan. Dat hotel werd  graag bezocht door politiekers die wel eens wat seksueel wilden uitspatten. Wat de idioten niet wisten:  Frère had er overal verborgen camera’s hangen…
Het Waalse staal, eigendom van de staat, was verlieslatend: de productie was te duur. Het bedrijf werd  in stand gehouden door een enorme geldstroom aan subsidies.
Het was dus aangewezen om die staalbedrijven (Cockerill-Sambre) te sluiten, maar dat zou voor  Wallonië een economische ramp betekenen, met massale werkloosheid, en dat kwam de PS niet goed  uit.
Frère is er dan door chantage in geslaagd om de Waalse politiekers zo ver te krijgen dat het bedrijf  werd opgesplitst: een deel was de productie, het andere deel de verkoop. De productie bleef eigendom  van de staat, de verkoop werd eigendom van Frère. De staat subsidieerde de productie zodat Frère zijn  staal van de staat kon “kopen” tegen een prijs waarbij hij toch nog winst kon maken in de verkoop… In dit verhaal  spelen ook Willy Claes en de Luikse socialist André Cools een rol. Cools zal later vermoord worden… Spijtig genoeg is dat niet gebeurd met Claes. Ik trek deze woorden met spijt terug.
Uiteraard was het op de lange duur onmogelijk om die subsidie vol te houden, wat betekende dat de  staalproductie dan toch moest stil gelegd worden. Frère was ondertussen door heel het spel stinkend rijk geworden. Maar welke politieker kon of wilde het staalbedrijf sluiten ? De politiekers die in de macht  van Frère waren konden het niet, en de anderen wilden het niet om niet verantwoordelijk gesteld te  worden.
Ze hebben dan de Fransman Gandois naar belgië gehaald met de opdracht om het staalbedrijf te  sluiten met zo weinig mogelijk sociale gevolgen. Als er dan toch sociale gevolgen waren (en dat was  onvermijdelijk), konden ze die in de schoenen van die Fransman schuiven. Dat kon die gast natuurlijk  niet schelen, want zijn schoenen zaten al vol met geld van de belgische staat… “Albert Frère” verder lezen

Bedenksel op zondag

Godsdienst is ontstaan toen het beest mens begon te worden en zich er van bewust werd dat er krachten waren die het niet de baas kon. Vermits dat wezen toen ook begon te beseffen dat het een ik en persoon was, begon het, bijvoorbeeld donder en bliksem te verpersoonlijken. De goden waren geboren.

Al snel kwam dan ook de neiging om te pogen om die goden gunstig te stemmen. Dat kan je doen door ze iets te vragen – we noemen dat gebeden – maar je kan je vraag kracht bijzetten door ook aan de god te offeren. Hoe meer het offer je zelf kost, hoe gemakkelijker de god je gebed zal verhoren.

Op dat ogenblik is religie geboren, en dat is dus al heel lang geleden gebeurd, eigenlijk kan je het laten samenvallen met het ontstaan van de mens. Het is dus nogal primitief.

En dat primitieve heeft stand gehouden tot nu. De pastoors van Scherpenheuvel, Lourdes, Banneux, Beauring… leven van de kaarsen die de mensen offeren om gunsten te bekomen. Natuurlijk houdt die cultus enkel stand als er ook gunsten bekomen worden, en daarom hangen die tempels vol met krukken, maandverbanden en keramiekjes – ook daar hebben de pastoors weer aan verdiend -met dank voor de verhoring van de gebeden. Primitiever kan niet. Het is voor mij onbegrijpelijk dat dit primitieve nog altijd leeft in onze verwetenschappelijkte samenleving. Je zou verwachten dat de wetenschap dat soort ongein zou weggevaagd hebben – en dat heeft ze bij veel mensen ook gedaan – maar toch is er nog een domme massa die zich aan dat soort slappe kost overgeeft. Nu moet ik oppassen dat ik geen Nietzsche wordt en die mensen als slappelingen ga afschilderen. Het is wel slappe kost, maar daarom zijn die mensen nog niet slap. En als iemand uit dat geloof kracht kan putten, gun ik hem dat, en wil ik hem dat niet afpakken. Nu ben ik natuurlijk wel hypocriet, want door dit te schrijven, pak ik het hem af. Maar goed: Nietzsche verklaarde daarop god dood. Welnu, de god die hij doodverklaarde mag van mij morsdood zijn.

In Leuven is er een kerk waar nog al wat studenten af en toe binnenspringen om er een kaarsje te branden. Vooral in de examentijd krijgt die kerk studentenbezoek. Ik heb zo’n student gekend die diepgelovig ook aan kaarsenverbranderij deed in de hoop dat die hem zou helpen om te slagen. Hij buisde. Daaruit besloot hij dat god geen probleemoplosser is, en heeft hij nooit nog een kaarsje gebrand, wat hem niet belet heeft om in de volgende jaren telkens in eerste zit te slagen.

Er zijn nog al wat mensen die op die basis het geloof vaarwel zeggen. Ze hebben gelijk als ze dàt geloof vaarwel zeggen. Een aantal van hen willen toch nog vasthouden aan het idee van een god, en gaan dan over naar god als een kracht. Als je aan mensen vraagt: “bestaat god ?”, zullen een aantal je antwoorden: er moet toch iets zijn ? Er moet toch een kracht zijn die de heleboel op gang heeft gebracht en op gang houdt ? Als ze die kracht dan bij zichzelf als deel van het leven betrekken, gaan ze over van een gebed om de lotto te winnen, naar een gebed om de kracht om, het goede te kunnen doen. Welnu, ik heb geen kracht van buiten uit nodig. De kracht ligt in mezelf. Maar natuurlijk: als de idee van een god als krachtvoer je helpt om goed te zijn voor mij, zal ik je niet veroordelen omdat je die idee koestert.

Nog altijd in de sfeer van een god die ik nodig heb, ontstaat automatisch de vraag: hoe wil die god dat ik leef ? En zo komen we bij de geboden en verboden. Religieus gezien hebben ze dezelfde functie als de offers, maar er is iets nieuws in het spel gekomen: maatschappelijke betrokkenheid. Het gaat er dan om dat het geloof door de machthebbers gebruikt wordt om het handelen van de mensen te beïnvloeden. Soms met goede bedoelingen, zoals ik vorige week beschreef in het geval van Abraham en de mensenoffers, soms ook gewoon om hun macht te vestigen. Dat is van alle tijden. Naast het verhaal van Abraham, zijn ook de tien geboden een mooi voorbeeld: ze zijn ontstaan tijdens de jarenlange tocht van de Joden door de woestijn na hun vlucht uit Egypte. Het was een zooitje ongeregeld dat er op los moordde en neukte. Maar ze ontdekten dat ze daardoor hun kracht als volk afbraken, en dus werd moorden en er op los neuken verboden. De volksleider Mozes drukte die visie door met zijn stenen tafelen, door God van tekst voorzien.

Ook nu nog is die praktijk gangbaar als de staat ons gedrag wil sturen. Maar nu doet de overheid dat niet meer door beroep te doen op God, maar op onze hebzucht, zoals bijvoorbeeld met het rekeningrijden.

Ik heb nu al wat goden dood verklaard. Ik ben blij nu te kunnen aankondigen dat ook de god van de geboden en verboden dood is. Hij is vermoord door het christendom. 

Die god van geboden en verboden tiert wel nog levendig in de islam en het jodendom. De Joden kennen 613 leefregels. Wie god liefheeft probeert die te volgen. Natuurlijk is dat niet doenbaar, en dus vinden ze uit dat god een barmhartige god is.

Ook de islam wordt gekenmerkt door een sterk wettische inslag. Islamitisch gelovig zijn veronderstelt een trouw naleven van hallal, vermijden van haram, enz. Voor mij is dat dwaasheid. Maar dat wist je al. Dat het dwaasheid en achterlijkheid is, is erg, maar niet onoverkomelijk. Veel erger is dat het een perversie is van de werkelijke God. Islam en Jodendom maken de échte God onzichtbaar.

Nu moet ik niet hoog van mijn toren blazen, want ik ben ook lange tijd katholiek geweest, en de katholieke kerk kent er ook wat van als het gaat om wettisch gebazel. Geen haar op mijn hoofd dat er aan denkt om de katholieke kerk zo maar te verheffen boven islam of jodendom. Maar dat is het verschil: de islam en het jodendom zijn de islam en het jodendom, maar de katholieke kerk is het christendom niet.

Volgende week boom ik daarop verder en haal ik er de verrader Petrus bij. En dan moet er eindelijk ook serieuze praat verkocht worden.

Bezinning op zondag

Het onze Vader

Lucas 11,1-13  

Op een keer was Jezus ergens aan het bidden. Toen Hij ophield, zei een van zijn leerlingen tot Hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals Johannes het ook aan zijn leerlingen geleerd heeft.’ Hij sprak tot hen: ‘Wanneer ge bidt, zegt dan: Vader, Uw Naam worde geheiligd, Uw Rijk kome. Geef ons iedere dag ons dagelijks brood,

Over croissants en boterhammekes met stroop

We lezen hier het Onze Vader in de korte versie. In het gewone gebruik bidden we altijd de langere versie die we terugvinden bij Matteus.

Het Onze Vader is voor de christen dé klassieker onder de gebeden. En daarbij is er iets raars, want de betekenis wordt door de gewone christen zo weinig onderzocht en bemediteerd. Het is een gewoonte geworden waarbij we niet meer nadenken. En toch.

Neen nu de aanspreking van God: Abba, lief vadertje. Iedereen gaat er dan van uit dat dat vadertje lief is voor ons. Maar wat als Jezus bedoelt dat hij houdt van zijn vader en wil lief zijn voor hem ? Natuurlijk als je de context ziet waarbij wij van alles vragen aan die vader, dan is de klassieke betekenis voor de hand liggend. Maar misschien verandert onze liefde voor God, de betekenis van de vragen ? In ieder geval kan je niet ontkennen dat Jezus hield van zijn Vader.

Allereerst dit: trouwe lezers kennen ondertussen mijn godsbeeld. Het gaat niet om iets of iemand, ooit en altijd, ergens en overal, maar om wat ik in mijn leven onvoorwaardelijk als het allerbelangrijkste beschouw, en waarvoor ik wil leven. Dat kan van alles zijn. Voor sommigen is genot hun god. Voor anderen geld… Jezus biedt mij de liefde aan als mijn God. Maar niet zo maar een liefde, niet enkel een voortzetting van verliefdheid, of een binding van een vader of moeder met hun kinderen… maar een universele liefde die niemand uitsluit, ook de verachtelijke en zelfs de vijand niet… Het is een liefde die menselijk gezien niet haalbaar is, en ik zal er dus ook niet op afgerekend worden als ik ze niet consequent kan beleven. Maar ik moet er wel naar streven.

Het eerste gedeelte van het Onze Vader is een citaat uit een klassiek Joods gebed. Maar dan komen de concrete vragen. En daarbij “vraagt” Jezus dus een en ander aan iemand. Dat wil dus zeggen dat hij er van uitgaat dat “ons dagelijks brood” afhangt van die iemand. Als hij het ons niet wil geven, hebben we het niet…

Laat me nu terugkomen op dat godsbeeld van de liefde, en de idee dat het niet gaat om God die mij liefheeft, maar om ik die God liefheb. Dan betekent die vraag dat ons dagelijks brood afhangt van onze consequente liefde voor mekaar, ook voor degenen die we normaal niet zouden liefhebben…

Hierbij moet ik doen opmerken dat er in het Onze Vader één woordje totaal ontbreekt: ik. De vraag naar ons dagelijks brood wordt door dat “ons” een sociale vraag. Het is een kwestie van solidariteit.

Neen, natuurlijk heeft Jezus die “linkse” sociale dimensie niet expliciet op die manier bedoeld. Hij was nu eenmaal een kind van zijn tijd en cultuur, en voor hem was er wel degelijk iemand, ooit en altijd, ergens en overal. Maar de kern van zijn boodschap van universele liefde houdt wel degelijk die sociale dimensie in. Als zijn God niet Liefde was, zou de vraag naar ons dagelijks brood een collectief egoïsme zijn waarbij we een hogere macht voor onze kar proberen te spannen. Maar de God die Liefde is, verandert de hele zaak. Het vraaggebed is niet zo maar een vraag meer, maar een belijdenis van toewijding aan de goddelijke liefde, die, nog eens, niet gaat over de liefde van iemand, ooit, altijd, ergens, overal, voor ons, maar over de liefde die voor mij alles overstijgt, en die door de evolutie in het denken over samenleving een radicale sociale dimensie krijgt.

Aan iemand, die, conservatief katholiek, absoluut wil vasthouden aan het klassieke godsbeeld en dus het vraaggebed louter als vraag wil zien, wil ik doen opmerken dat de vraag die we aan God mogen stellen qua brood nogal sober is. Het gaat niet over ’s zondagse croissants, maar om dagelijks brood. 

Lieve katholiek, het onze Vader leert je dus dat je niet moet streven naar luxe en rijkdom. Je moet ook mensen hun schulden kwijtschelden. Let daarbij op het woordje “ieder”. Ook geld uitlenen mag dus  geen bron van rijkdom zijn…

Als we dan hard werken en veel produceren, en iedereen is tevreden met weinig, zal ook iedereen genoeg hebben. Verdomd, het evangelie maakt van mij nog een communist !

Bezinning op zondag

Arm schaap !

Johannes 10,27-30.

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: ‘Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij.

Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven.

Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft, is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven.

Ik en de Vader, Wij zijn één.’

Ik heb dit altijd een moeilijke tekst gevonden. Tegen een brave katholiek heb ik ooit gezegd: nu weet je wat je bent: een arm schaap… Die mens was daar niet blij mee. Maar als ik zo iets zeg, lees ik de tekst met de ogen van een mens van nu, en met een opvatting over een schaap zoals we dat nu zien ronddrentelen, tot iemand het met zijn kont naar ons gekeerd de strot open snijdt. “Bezinning op zondag” verder lezen

De rotzooi van de media

Dwarsliggers

Nog eens onvervalste mediakritiek…

Mijn inspiratie om in 2002 mijn eerste kritische bijdragen over de media te schrijven kwam voort uit mijn ervaring met de media in het jaar 2000. Het was in Wenen dat ik voor het eerst kennis maakte met hun macht. België was één van de EU-aanstokers die Oostenrijk veroordeelden omwille van de deelname aan de regering van de rechts-populistische FPÖ, van Jörg Haider. Terwijl de Nederlandse koninklijke familie vakantie hield in de Alpen meende buitenlandminister Louis Michel (MR-liberaal) dat het immoreel was om nog in Oostenrijk op vakantie te gaan en ordonneerde defensieminster Flahaut (PS, socialist) dat alle Belgische militairen die daar toen een bergtraining volgden om de volgende dag Oostenrijk te verlaten. Het ‘besmettingsgevaar’ was te groot om de training af te maken.

Een onthutsend artikel. De toon er van doet me er aan twijfelen of de auteur zelf beseft hoe ernstig dit is.

Op de eerste plaats moet het voor iedere verstandige mens al lang overduidelijk zijn dat we aan de reguliere media niets meer hebben voor echte, eerlijke, onafhankelijke informatie. Toch ontmoet ik nog dagelijks mensen die ik als verstandig aanzie, en ze vertellen me nog altijd de onnozele of ronduit misdadige praat die ze ergens in die reguliere media hebben opgepikt.  “De rotzooi van de media” verder lezen