Mijn vrouw begrijpt me niet

Doorbraak

Jurgen Pieters

De troost van de filosoof en het verlangen van de dichter

Op 10 mei 1637 verliest de Nederlandse dichter-diplomaat Constantijn Huygens zijn vrouw. Uit zijn in het Latijn geschreven dagboek weten we dat Suzanna Van Baerle die dag om half zes in de namiddag het leven liet. Een week later neemt Huygens samen met zijn vijf kinderen zijn intrek in het nieuwe huis op het Plein in Den Haag waarvan zijn echtgenote de bouw persoonlijk had overzien. ‘Helaas’, zo lezen we in het dagboek, ‘zonder mijn duifje’ — ‘sine mea turture’

Verlangen naar een geliefde kan geen liefde zijn. Het is ik-gericht.

Daarmee heb ik niet per definitie iets verkeerds gezegd over dat verlangen. Ja, het is egocentrisch. Maar dit is de natuur der dingen: wij worden puur egocentrisch geboren. Het is pas fout als we ook puur egocentrisch sterven. Maar je zou dus kunnen stellen dat het egocentrisme de afstootplank is vanwaar we kunnen springen naar de liefde. De wetenschapper zal nu dadelijk wijzen op de wet van de zwaartekracht: we kunnen niet blijven hangen in de liefde. Vroeg of laat vallen we terug op onze egocentrische kont.

Springen is een goed woord: het betekent “los komen”. Dat los komen vraagt inspanning.

Is er leven na de dood ? Er is slechts één argument voor dit leven na de dood, dat ik begrijp: de overtuiging van de minnaar voor wie het een ondraaglijke idee is dat hij zijn geliefde voor eeuwig kwijt is. “Het is onaanvaardbaar dat wij mekaar niet meer terug zien”. Uiteraard is dit geen rationeel filosofisch argument. Maar ik begrijp het wel. En het stoort me niet dat mensen vanuit dit aanvoelen een constructie in mekaar knutselen met rijstpap en gouden lepeltjes. Alleen spijtig: ik lust geen rijstpap.

Orpheus was de zoon van koning Oiagros van Thracië en had van zijn moeder Calliope de gave van de zangkunst geërfd, waarmee hij alle mensen in vervoering bracht. Wanneer Orpheus zijn gezang liet horen, kon niemand de goddelijke macht ervan weerstaan. Alle dieren, de bomen en zelfs de stenen werden ontroerd. En toen trouwde Orfeus met de nimf Eurydice . Hun geluk was van korte duur. De nimf werd niet graag verkracht en dus vluchtte ze toen de geile Aristaios rare dingen begon te vertellen.Tijdens die vlucht werd zij door een adder gebeten en stierf. Orpheus kon zich echter geen leven zonder Eurydice voorstellen. Daarom daalde hij af in de  onderwereld. Bij de troon, van Hades, de heerser over de doden nam hij zijn lier en begon te zingen. En de onderwereld viel stil. Tantalus, de Danaïden, Sisyphus… allen staakten ze hun dwaas geraas. Ook Hades was diep geroerd en gaf Euridice de toestemming om Orfeus te volgen, terug naar de wereld der levenden. Maar er was één voorwaarde: Orpheus mocht niet naar zijn geliefde omkijken, voor ze het zonlicht hadden bereikt. Hij moest zijn egocentrisch verlangen om haar te zien, overwinnen.

Zo liepen ze naar boven, Eurydice achter Orpheus. Orfeus mocht niet omkijken, maar hij mocht wel praten en dus stelde hij voortdurend vragen aan Eurydice om te horen of ze hem nog wel volgde. Maar liefde verdraagt geen wantrouwen en daarom antwoordde Euriydice één keer niet. Toen draaide Orfeus zich wel om… en moest verder zonder Eurydice. Voor de verdere lotgevallen van de geliefden, moeten jullie zelf maar wat googlewerk doen.

Liefde is in essentie los laten. Daar is iets raars: in het loslaten van de geliefde, laten we eigenlijk onszelf los. Of omgekeerd. Door zich om te draaien naar Eurydice toonde Orfeus dat hij haar niet kon los laten, maar ook dat hij er niet in slaagde om zichzelf los te laten. Lief hebben is een vorm van sterven. Sterven aan mekaar, en juist daardoor leven.

Lief hebben is de beoefening van de machteloosheid.

De twee voornaamste christelijke feesten: kerstmis en de kruisdood van Jezus, tonen beide pure machteloosheid. De kruisdood hoeft geen commentaar. Kerstmis  brengt het beeld van een pasgeboren baby. Dat op zich is al machteloosheid. Maar  dat kind wordt dan ook nog geboren in een stal in een familie armoezaaiers, een stelletje ongeregeld: een (te) jonge vrouw, met een (te) oude man die niet de vader is, terwijl de “echte” vader onbekend is. Ze zijn omring door uitschot dat zelfs niet binnen de stadsmuren mocht komen: herders, homo’s en schapenneukers…

Pasen brengt natuurlijk ook de verrijzenis. Maar de verrijzenis is geen overwinning of triomf, want de liefde kan nooit worden uitgedrukt in termen van overwinning. De verrijzenis is niet iets wat gebeurt na de dood, maar in de dood, in de machteloosheid van het leven. In het dagelijkse sterven verrijzen we door de liefde. Verrijzen is kunnen leven en gelukkig zijn in machteloosheid. Ik doe het elke dag. 🙂 

Verrijzenis is krachtgevende troost. Troost is heling, terug heel maken, heiliging… Maar verrijzen is geen “daad” van de verrijzende, die daarbij zou gericht zijn op zichzelf, maar het resultaat van liefde.

In het christendom vallen lijden en sterven samen met lief hebben en verrijzen. Aardse sterfelijkheid ontmoet hemelse verrijzenis. En die ontmoeting gebeurt in de liefde. Vervang hemelse verrijzenis door geluk en je ontwikkelt geluk binnen het lijden. Godsdiensten pogen een antwoord te geven op de vraag naar de omgang met het lijden. In het christendom is dat antwoord de liefde.

Maar als ik mijn vrouw mijn liefde betuig door te zeggen dat ik haar goed kan missen, begrijpt ze me niet. 

PS Bekijk de schitterende film van Marcel Camus:  Orfeu Negro . Dit is een bevel.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *