Van lage emissiezones naar een sociale samenleving

De Wereld Morgen

Luc Vanheerentals

Steden moeten in het kader van coronapandemie ook luchtvervuiling aanpakken

Een oproep aan stadsbesturen om te midden van de actuele ernstige coronapandemie iets te doen aan de luchtvervuiling? Jazeker. Er is immers een duidelijk verband tussen de mate van luchtvervuiling en het risico dat mensen lopen om ernstig ziek te worden van het coronavirus

Als iemand me er van verdenkt dat ik niet inzit met luchtvervuiling en de milieu-problematiek in het algemeen, zal ik hem hoogstpersoonlijk van zijn probleem gaan verlossen door zijn strot dicht te knijpen. Dan heeft hij nergens nog last van.

Ja, laat ons dus op zoek gaan naar manieren om er iets aan te doen.

Maar ik steiger wel als ik asocialen zoals deze Vanheerentals bezig hoor. Je moet toch geen genie zijn om te beseffen dat een onding als een lage emissiezone, net zoals een slimme taks op vervuilende wagens op de eerste plaats de minder begoeden treft. Het zijn zij die met oude wagens rijden. Rijken rijden niet met oude wagens. En het zijn die minder begoeden die zich die nieuwe wagens niet kunnen veroorloven. Je gaat dus de minder begoeden hun geld afpakken, en de rijken laat je met rust.

We stoten hier op de ziekte van de milieufanaten (er zijn ook milieubewuste mensen die geen fanaten zijn) waarbij ze het gedrag van de domme massa willen sturen door beloning en bestraffing. Bijna altijd gaat dit ten koste van de minder begoeden.

Overigens haat ik het als iemand mijn gedrag wil sturen. Maar natuurlijk besef ik ook dat de samenleving het recht en de plicht heeft om mij regels op te leggen. Individueel gedrag – ook al kan ik het voor mezelf perfect verantwoorden – gaat niet altijd samen met het algemeen belang. Maar dan moet dat algemeen belang wel duidelijk zijn en democratisch gedragen. Een onrechtvaardige of asociale maatregel gaat nooit samen met het algemeen belang.

Ik wil toch, meer ten gronde, nog iets kwijt over dat belonen en bestraffen.

Eigenlijk gaat het over de motivatie voor het menselijk handelen. Er zijn verschillende niveau’s van motivatie.

Het laagste niveau is dat van beloning of bestraffing. Als ik iets doe gewoon omwille van een beloning of bestraffing, dan zit ik op het niveau van een hond. “Zit !” en je krijgt een koekje. Mensen die enkel het mondmasker dragen omdat ze anders een boete riskeren, weten dus dat hun motivatie niet uitstijgt boven die van de beesten. Dat geldt ook voor het kind dat hard studeert om goede punten te halen en daarvoor dan een beloning krijgt van zijn ouders. Die ouders houden hun kind op een laag motivatieniveau. Ze zijn niet bezig met opvoeding maar met gedragsconditionering. Als iemand enkel werkt omwille van het loon, kan dat pure noodzaak zijn. Op zich geen slecht woord daarover. Maar het is wel een aantasting van zijn menselijkheid, omdat de motivatie voor een belangrijk deel van zijn handelen op het niveau van beesten zit.

Je kan ook presteren omwille van aanzien; omwille van de waardering die je krijgt van anderen: leraren, chefs… Eigenlijk kan je die waardering zien als een soort beloning, maar dan op een ietwat hoger niveau.

Een meer aanvaardbaar motief is het streven naar zelfontwikkeling. In mijn handelen, mijn werk, mijn studie, ook in mijn vrije tijd, kan ik mezelf verwerkelijken. Ik ontwikkel mijn talenten en groei als persoonlijkheid.

Een grote stap voorwaarts bereik ik als ik mijn ontwikkelde talenten en persoonlijkheid in dienst ga stellen van anderen. Ik streef er naar om voor anderen iets te betekenen; om die anderen te stimuleren om ook zichzelf te verwerkelijken.

De hoogste vorm vind je bij mensen die zich niet enkel richten op de mensen rondom hen, maar op de samenleving als groter geheel. Ze werken bewust mee aan de opbouw van de samenleving.

Natuurlijk kan een samenleving er niet van uitgaan dat iedereen, of zelfs maar de meerderheid het hoogste motivatieniveau heeft bereikt. Het is zelfs mogelijk dat mensen op bepaalde levensterreinen op een ander niveau zitten dan op andere elementen van hun leven. Ik had het over mensen die enkel werken voor het loon. Maar het is mogelijk dat die mensen in hun vrije tijd wél hun talenten inzetten voor anderen. Het kan zelfs dat ik vandaag hondser ben dan gisteren of morgen. 

Beloning en bestraffing zullen dus noodzakelijk zijn. Maar als we naar een echt samen leven willen, zal dat niveau niet voldoende zijn. Ik zie op dit ogenblik in de opvoeding, zowel thuis als op school, te weinig aandacht voor groei in motivatiepeil. De jeugdbeweging zou een geschikt opvoedingsmilieu kunnen zijn, maar ook hier lijkt me de toestand niet altijd en overal positief te evolueren.

Als er één instantie niet geschikt is om op te voeden is het de politiek en de liberale staat. Frank Vandenbroucke roept op tot het naleven van de coronamaatregelen: doe het voor jezelf; doe het voor de anderen. Hij zou er ook kunnen aan toevoegen: doe het voor ons allemaal. Precies omdat het uit de mond van een politieker komt, bereikt het een massa mensen niet. Dàt is het drama van deze coronacrisis: de liberale staat is niet geschikt om dit soort situaties aan te pakken. Niet enkel omdat hij een democratie is, maar dieper gaand: omdat hij als liberale staat in normale omstandigheden niet geïnteresseerd is om mensen te stimuleren tot opvoeding tot samenlevingsopbouw en die motivatie dus te weinig aanwezig is.

Van links zou je verwachten dat het hier wel mee bezig is. Maar ik zie dat nergens. Als je tegen mensen zegt dat ze recht hebben op een goed pensioen, mag je duizend maal gelijk hebben: het is geen opvoeding tot samenlevingsopbouw. Als je niet oppast bereik je juist het tegendeel. Je speelt dan enkel in op een vorm van egoïsme. Die mensen kunnen dan duizendmaal recht hebben op dat pensioen, en je voert dan wel een sociale politiek, maar je groeit niet naar een sociale samenleving.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *