Kwetsbaarheid vraagt en geeft kracht

Ignis

Bert Daelemans SJ 

Kwetsbaarheid als paradoxale bron voor méér leven

Kwetsbaarheid is door de jaren heen voor Bert Daelemans een steeds krachtiger begrip geworden. “Kwetsbaarheid opende meer deuren en vensters dan de dingen waar ik goed in ben.

“Als men u op de ene wang slaat, biedt dan de andere aan…”

Ooit heb ik het daar moeilijk mee gehad. Nu niet meer. Maar ter attentie van mijn geliefde vijanden: ik heb slechts twee wangen. Na de tweede krijg je een welgemeende dreun terug !

Ik wil maar zeggen: Bert Daelemans kan hier wel kwetsbaarheid verheiligen, maar er zijn grenzen: te veel kwetsuren kunnen ook doen sterven. Voor Jezus was dat sterven geen probleem. Hij wist toch dat hij zou verrijzen. Als je God bent, kan en mag je al wat meer. Maar ik ben God niet.

Ik kan er hier wel wat mee zwanzen. Maar geef toe dat het niet altijd zo simpel is als Daelemans het hier voorstelt.

Misschien moet ik meer de nadruk leggen op kwetsbaarheid.

Dat ik me kwetsbaar opstel wil nog niet zeggen dat ik zo maar aanvaard om gekwetst te worden. Als ik iemand tegemoet treed zonder pantser, doe ik dat omdat ik hoop dat hij me juist daardoor niet zal kwetsen.

Het is een klassieke scene in misdaadverhalen: de goede en de slechte staan tegenover mekaar met pistolen (revolvers zijn niet meer in) en de goede legt zijn wapen neer… Dat is natuurlijk wel een beetje smering, want hij heeft de slechte psychologisch ontleed en is er van overtuigd dat die niet zal schieten op een weerloze. Maar tegelijkertijd is het toch ook wel moedig.

Het vraagt moed om zich kwetsbaar op te stellen, maar het opent deuren en bouwt vertrouwen op.

Een intense relatie kan niet zonder wederzijdse kwetsbaarheid.

Liefde veronderstelt kwetsbaarheid. Als mensen in liefde gaan samenleven moeten ze hun pantser afleggen en voor mekaar kwetsbaar durven zijn.

We stoten hier op de mooie betekenis van naaktheid (er zijn andere betekenissen mogelijk). Kleding betekent hier bescherming. Kleding afleggen wordt dan onbeschermdheid of kwetsbaarheid. Daaruit spreekt een immens vertrouwen in de andere.

Je kan het verhaal van Jezus helemaal in dit kader plaatsen. (Als ik over Jezus of God spreek, gebruik ik mythologische taal.) In deze mythe stuurt God zijn zoon naar de mensen. Hierbij laat hij alle macht varen en in zijn zoon wordt hij totaal kwetsbaar en toont daardoor dat onvoorwaardelijk vertrouwen…

In deze mythe wordt het christelijk verhaal een puur humanisme: een voorbeelding van de liefde tussen mensen.

Maar de feiten bewijzen het, zowel in de mythe als in ons werkelijk leven: het is onvermijdelijk dat wie zich kwetsbaar opstelt ook gekwetst wordt.

Op dat ogenblik wordt vergiffenis essentieel. Vergiffenis is in feite het volhouden van kwetsbaarheid na een kwetsuur. Tegelijkertijd is het een teken van ongelooflijke kracht.

Liefde is machteloos, maar oneindig krachtig.

Op zijn kruis zegt Jezus: “Vader, vergeef het hen, want ze weten niet wat ze doen.” Hij geeft de liefdesrelatie van God met de mens niet op.

Ook hier weer verbeeldt de mythe wat mensen nodig hebben om diep te leven. Ook dàt is humanisme. Maar er zijn veel humanismen. Ik zie veel oppervlakkig humanisme. Het christelijk humanisme toont grote diepgang. We situeren God altijd “boven”, maar eigenlijk zit God diep. Diep in mij.

De Tachtiger Willem Kloos schreef “Ik ben een God in het diepst van mijn gedachten.”

Kloos was een Hollander en dat verklaart veel. Ik zou het anders zeggen: “Er is een God in het diepst van mij.” Laat die gedachten maar weg.

En Jezus zegt dat die God Liefde is. Ik ken geen beter antwoord op de vraag wie God is.

Door die uitspraak wordt God tegelijkertijd ook een opdracht: heb lief. En als het woord God iéts betekent, dan wel dat dat liefhebben dan ook totaal moet zijn en het belangrijkste in mijn leven.

En ja dus: ik moet kwetsbaarheid cultiveren. God vraagt van mij (mythologische taal) dat ik bewust kies voor kwetsbaarheid en voor de ontwikkeling van de innerlijke kracht die wordt gevraagd om vergiffenis te kunnen schenken.

Wil dat zeggen dat ik word geroepen tot naïviteit ?

Om te beginnen en nog eens: ik ben God niet. De opdracht is totaal. Het zal nooit genoeg zijn. Maar tegelijkertijd blijf ik een mens die nooit het totale van God zal evenaren. Die menselijke zwakheid moeten anderen en ik zelf kunnen aanvaarden. Ook voor die zwakheid bestaat vergiffenis.

Mijn leven speelt zich ook niet enkel af op het vlak van persoonlijke relaties, intimiteit…

Ik denk dat ik kwetsbaarheid duidelijk heb gekaderd in de relationele sfeer, en meer nog in een sfeer waarin liefde een essentieel element is.

Als het nog niet duidelijk zou zijn: ik zal me niet kwetsbaar opstellen in zakelijke relaties. Als het over mijn centen gaat, neem ik geen risico’s…

En ter attentie van mensen met een slecht karakter die me zouden verwijten dat ik mijn christelijke inspiratie niet laat spelen als het over De Croo of de koninklijke hark gaat: berg alle hoop maar op in de vuile koten van jullie geest: er is strijd die ongenadig moet gevoerd worden, precies vanuit christelijke inspiratie: de strijd voor een menswaardig bestaan, ook voor de zwakkeren, de kwetsbaren…

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *