Kristien Hemmerechts weet wat geloven is. En neen, dit is geen spot !

Kerknet

Piet De Loof

Hemmerechts ontmoet kardinaal: ‘Geloven is geen multiple choice’

Op de boekenbeurs LEES! in Antwerpen ontmoetten kardinaal De Kesel en schrijfster Kristien Hemmerechts elkaar voor het eerst

Er is een tijd geweest dat ik veel respect had voor de de schrijfster Kristien Hemmerechts. Daarna had ik veel misprijzen voor de arrogante betweterige denkster die dacht dat ze vrij dacht; het type dat je wel meer tegenkomt bij mensen die van zichzelf denken dat ze hun vrijheid bevochten hebben en daaruit een soort zelfvertrouwen putten, terwijl ze niet beseffen dat ze het ene onvrije denken hebben ingeruild voor een ander onvrij denken. Je vindt ze bij de gelovigen van het dogma: Scientia vincit tenebras.

Nu dwingt Kristien Hemmerechts weer mijn waardering af, al was het maar omdat ze de bereidheid en bekwaamheid, en nederigheid, heeft gevonden om te veranderen.

En ja, de ene mens heeft al wat meer tijd nodig dan de andere om wat dieper door te dringen in de essentie van ons bestaan. Ik persoonlijk ben daar al redelijk jong in geslaagd. 🙂 Nogal wat mensen komen er nooit toe en blijven een heel leven lang steken in vrolijke oppervlakkigheid. 

Je kan niemand verplichten om gelukkig te worden of te zijn. Je kan het ook niemand leren. Je kan mensen enkel smalle wegeltjes tonen – het gaat nooit via brede wegen – en dan is het aan hen om die keuze te maken tussen zo’n wegje berg op en die autostrade berg af. Dikwijls ben je al blij dat ze het bergpadje willen of kunnen zien.

Maar goed, Hemmerechts heeft het durven zien en is op weg gegaan. Chapeau !

En natuurlijk blijft in haar de vrijdenkster levend. Niets op tegen. Integendeel, echt geloof is per definitie vrijdenkerij, meer nog: het mààkt vrij !

En even natuurlijk heeft ze het over woorden. Voor een schrijfster zijn woorden belangrijk. En dan staat daar in het evangelie van Johannes: “… En het woord is vlees geworden….” Johannes zet zich hier in de traditie van een verhaal dat zeshonderd jaar eerder al werd geschreven: het bijbelse scheppingsverhaal dat eigenlijk begint met “En God sprak, er zij…”

De woordenschrijfster Hemmerechts heeft het woord geloven goed begrepen als ze het vertaalt naar “verbondenheid”.

Ik heb het in eerdere blogs al herhaaldelijk aangegeven: geloven heeft niets te maken met het aanvaarden van waarheden. Het heeft te maken met het aanvaarden en beseffen van mijn eigen kleinheid in de oneindige grootsheid van de schepping. Als je valt over het woord 🙂 schepping, mag je het van mij kosmos noemen.

Die aanvaarding van kleinheid en aanvoelen van grootsheid gaat samen met een gevoelen van diepe verbondenheid met dat overdonderend geheel waarvan ik deel uitmaak. Dat is religie.

In het christendom wordt die verbondenheid met de schepping doorgetrokken naar verbondenheid met de andere; naar verbondenheid tussen mensen. Dat wordt verwoord in dat andere zinnetje van Johannes: “God is Liefde”.

Maar er is meer.

Er is mijn aanvaarden en overgave aan mijn verbondenheid met de schepping en de andere.

Maar na “Het woord is vlees geworden…” zegt Johannes: “… en het heeft onder ons gewoond.” God is mens geworden (in Jezus). God is naar de mens toegekomen. Dit is natuurlijk mythologisch taalgebruik, maar het drukt uit dat het verlangen naar verbondenheid niet enkel in mij bestaat, maar ook in de schepping. De schepping verlangt er naar om (ook) met mij verbonden te zijn. De schepping houdt niet van kleingeestige zelfgenoegzame mensen.

Wat waar is voor de verbondenheid met de kosmologische grootheid is ook waar voor de verbondenheid met de andere mens: niet enkel ik verlang naar verbondenheid met de andere. Ook de andere verlangt naar verbondenheid met mij (Levinas ?)

In deze dynamiek speelt zich de echte menselijkheid af.

Je kan het vergelijken met échte muziek.

Als ik naar een concert ga, moet ik en wil ik me openstellen voor de klanken. Maar ook de klanken verlangen. Ze hopen dat ik me open stel voor hen.

Als ik met dat besef naar muziek luister, verdiept zich mijn beleving. Er komt een bijkomende en verrijkende ontroering: de klanken verlangen naar mij…

In de mate dat dit proces gelijkt op dat van de religieuze beleving wordt ook deze muziekbeluistering een groei in menselijkheid.

Ik heb een slecht karakter, dat geraak ik niet zo maar kwijt door dit soort bedenkingen.

En dan kijk ik rondom mij en zie overal mensen die er totaal niet voor openstaan. Hun menselijkheid speelt zich af op het niveau van vreten, zuipen en wanhopige zoektochten naar orgasmes. Weerzin en minachting overvallen me.

Tot ik bedenk dat ik hiermee alles verraad wat ik hierboven geschreven heb over verbondenheid.

En dan zie ik hoe deze mensen slachtoffer zijn van een samenleving die wordt gedomineerd door een ideologie die individualiseert; voorhoudt dat eigen gewin primeert; mensen hersenspoelt tot ze hun geluk zoeken in genotservaringen (tegenwoordig heet dat in commerciële kringen: een winkel moet een “beleving” zijn…), consumentisme, het goed gevoelen tijdens een rondje shopping, toppunt van vrijetijdsbeleving, …

Het is dus niet verwonderlijk dat in deze samenleving religie op een laag pitje brandt.

Ik kan er niet veel aan doen. Ik kan enkel oproepen – jullie weten al dat oproepen en roeping belangrijke thema’s zijn voor mij. Ik kan me enkel inschakelen in mijn God die me fluisterend roept en smeekt om me te verbinden met de oneindige grootsheid en de andere kleine mens.

Daar is nog veel meer over te zeggen. Maar, vwala, met deze blog heb ik in ieder geval mijn plicht van roepende in de woestijn vervuld. De hemel zal mijn deel zijn.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *