Stop met dat gezanik over armoede !

Uitpers

Francine Mestrum

Dertig jaar armoedebeleid! Honderd jaar armoede!

Vorige week kwam de dertigste editie van het Jaarboek Armoede en Sociale Uitsluiting uit. En binnenkort zitten we weer in de (w)armste week, net na de Internationale Dag voor armoede

Armoedebeleid ? Francine Mestrum stelt vast dat het armoedebeleid faalt. Dat roept vragen op. Maar veronderstel nu eens dat ze zou mogen vaststellen dat het armoedebeleid lukt ? Betekent dit dan dat de armoede uit de wereld is ? Of nog: wat gebeurt er als dat effectieve armoedebeleid stopt omdat er geen armoede meer is ? Komt de armoede terug als het armoedebeleid stopt ? In het kapitalisme zeker wel !

Ik wil maar zeggen: zouden we niet naar een wereld moeten waarin het begrip armoedebeleid gewoonweg niet bestaat wegens overbodig ?

Mestrum legt terecht de klemtoon op het inkomen.

Het is niet eenvoudig om te bepalen wat armoede precies is en wanneer iemand al dan niet arm is.

Je kan dan denken aan de levensstandaard en een lijstje opstellen van zaken die bepalen of iemand arm is. 

Een Masai in Kenia leeft in een hut, door zijn vrouw(en) gebouwd van koeienstront. Zonder elektriciteit, stromend water…

Voor ons zijn die mensen arm. En toch zijn er rijke en arme Masai. Die rijkdom wordt bepaald door het aantal vrouwen dat zo ’n Masai heeft. Iedere vrouw heeft haar eigen hut. Als je een verzameling van tien hutten ziet, woont daar iemand die dubbel zo rijk is als de eigenaar van vijf hutten en vijf vrouwen. Het systeem is simpel: vrouwen worden aan het werk gezet als herder van de koeien. Hoe meer vrouwen hoe meer koeien de man kan houden. Het werkt ook andersom: hoe meer koeien, hoe meer vrouwen hij kan kopen. Een mooie “vicieuze” cirkel. Die vrouwen krijgen kinderen. Die worden ingezet als herder van de geiten…

Ik heb ooit gesproken met een jonge Masai die met een studiebeurs door een liefdadigheidsvereniging in de stad naar school werd gestuurd en afstudeerde met een diploma veehouderij. Op de vraag hoe hij zijn verder leven nu zag, antwoordde hij dat hij het nog niet wist. Hij had twee mogelijkheden: in de stad blijven en daar werk zoeken, of terugkeren naar zijn geboortestreek en daar het Masai-leven terug opnemen. Gaan leven in een stronthut of een frigo in huis hebben. Toen ik aandrong gaf hij toe dat hij waarschijnlijk zou terugkeren naar het oude Masai-leven. Zijn redenering: met mijn diploma zal ik een bekwamer veehouder zijn dan de mannen rondom mij; ik zal veel koeien, veel vrouwen en veel hutten hebben. Ik zal een rijke Masai worden…

Wat is armoede ?

Het begrip armoede is verbonden met het begrip rijkdom. Als je de armoede weg wil, moet ook de rijkdom weg. Dat heeft zelfs niets te maken met herverdeling. 

Ons sociaal systeem is fundamenteel een herverdelingssysteem: je hebt mensen met veel geld en mensen met minder geld, en dan gaan we wat afpakken van die rijkeren en het aan de armeren geven. We zorgen er daarbij natuurlijk wel voor dat de veel rijkeren duidelijk nog veel rijker blijven dan de armeren. Want anders pikken die rijkeren dat niet. En zij hebben de macht, wat vakbonden, linkse partijen of democraten ook mogen beweren.

Die herverdeling is ook enkel mogelijk omdat het geld dat door de herverdeling terecht komt bij de armeren, ook weer wordt uitgegeven en zo de economie ten goede komt, waarbij de rijkeren dan weer rijker worden. Als de herverdeling de rijken niet ten goede zou komen, zou ze niet bestaan. Maar daar gaat het hier verder niet over.

Waar het wel over gaat: waarom moet die herverdeling eigenlijk nodig zijn ? Waarom leven we niet in een systeem waarin niemand ooit rijk wordt en dus ook niemand ooit arm ? Als je de armoede wil afschaffen, moet je beginnen met de rijkdom af te schaffen.

Geef twee mensen die niets hebben ’s morgens elk een euro en ’s avonds zal de ene tien euro hebben en de andere geen meer. Het is het argument dat je altijd opnieuw te horen krijgt. En het is juist ! Maar het is enkel juist binnen ons huidig systeem met concurrentie, een markt en winstbejag.

Het is enkel juist binnen een systeem waarin arbeid zeer selectief tot inkomen leidt: vele vormen van arbeid worden uitgesloten, zoals de opvoeding van kinderen door hun ouders; het voorzitterschap van een amateur-sportclub; mantelzorg… kortom: heel wat activiteiten die bijdragen tot de opbouw van de samenleving, worden niet als arbeid gezien en geven geen inkomen.

Van de andere kant zijn er activiteiten die niets bijbrengen voor de samenleving maar toch tot enorme inkomens leiden. Denk maar aan spelers op de beurs die grote sommen gewoon verplaatsen. Als ik inleg op de beurs kan ik daardoor arbeidsplaatsen creëren. Maar als ik aandelen koop en weer verkoop, enkel wachtend op het juiste winstgevende moment, heb ik niets bijgedragen tot de opbouw van de economie…

Eigenlijk is het simpel: wie bijdraagt tot de opbouw van de samenleving, op welke manier ook, heeft recht van leven; menswaardig, fatsoenlijk leven. In feit betekent dit gewoon de toepassing van de universele mensenrechten.

Nu kan je die mensenrechten toepassen door aan mensen een woning, voeding, kleding… beschikbaar te stellen. Maar dan krijg je een uniforme samenleving en beknot je vrijheid.

Hierin kan geld een middel tot vrijheid worden: in plaats van een woning en voeding beschikbaar te stellen, kan je mensen het geld geven waarmee zij zich deze kunnen aanschaffen. Wie wat minder belang hecht aan comfort in zijn huis, maar lekker eten belangrijker vindt, kan door het geld dan zijn individuele persoonlijkheid beleven. Trek dit van woning en voeding door naar vrije tijd, cultuur…

Kortom: we moeten naar een basisinkomen, los van wat we nu arbeid noemen. Dit is zelfs geen kwestie van solidariteit: de implementatie van mensenrechten, heeft niets vandoen met solidariteit waarbij de sterkere de zwakkere steunt. In een gezonde samenleving is solidariteit overbodig.

Deze vorm van bestaanszekerheid stimuleert creativiteit en ondernemingszin: wie onderneemt, valt bij mislukking nog altijd terug op het basisinkomen.

Altijd komt dan de vraag: maar als iedereen een basisinkomen heeft, wie gaat dan nog willen “werken” ? Die vraag is geldig binnen het huidige systeem. Ze vervalt in een samenleving die winst-bejag uitschakelt doordat er geen kans is op winst maken; en vooral: die de arbeid zo organiseert dat mensen arbeid ervaren als een manier om zichzelf te verwerkelijken, in plaats van enkel een manier om te overleven.

Daar is uiteraard nog veel meer over te zeggen. Ik zal dat in deze blog niet meer doen, want ik heb het al gedaan in mijn boek Eutopia. Wie verder wil doordenken kan Eutopia op deze website gratis lezen en/of downloaden, ook in epubformaat.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.