God en het lijden

Kerknet

Hoe komt deze Hagar-cartoon op bureau van Joe Biden?

‘Waarom ik?’, vraagt Hagar terwijl zijn vikingschip ondergaat. ‘Waarom niet?’, klinkt een laconieke stem uit de hemel. Over rampspoed en hoop.

                 

Kerknet heeft dit overgenomen uit America Magazine, een weekblad van de Amerikaanse Jezuïeten. In de jaren negentig botste het met het Vaticaan door eerder progressieve artikelen over thema’s zoals homoseksualiteit, het priestercelibaat, geboortecontrole, abortus… In 2005 dwong het Vaticaan het om weer in de pas te lopen.

Nu lijkt America Magazine zich te lenen als een propaganda-instrument voor Biden. Dat is opmerkelijk, want Biden verzet zich tegen de abortuswet in Texas die abortus onmogelijk maakt en iedereen die meewerkt aan een abortus strafbaar maakt, tot en met de taxichauffeur die een vrouw naar een abortuskliniek voert.

Het verzet van Biden heeft geleid tot een controverse binnen de Amerikaanse bisschoppen. Een aantal daarvan zien in de houding van Biden tegenover abortus een reden om hem de communie te weigeren tijdens de eucharistie. Biden gaat normaal wekelijks naar een eucharistieviering.

Het Vaticaan is het niet eens met de weigering van de communie aan Biden.

De huidige paus is een Jezuïet. Dat een tijdschrift van de Jezuïeten nu propaganda voert voor Biden wijst op deze controverse tussen het Vaticaan en de oerconservatieve Amerikaanse bisschoppen.

Op zich kan dit een irrelevant verhaal lijken, maar het wijst er wel op dat er een katholicisme is dat ver af staat van het echte christelijke denken.

Dat conservatieve katholicisme is fel dogmatisch: vertrekkend van de natuurwet * komt het tot onweerlegbare besluiten waar verder niet meer over moet en zeker niet mag over nagedacht worden.

Jezus zelf was zeker geen dogmaticus. Hij was iemand die gewoon een boodschap bracht over God. Hij kwam in opstand tegen het oud-testamentische godsbeeld van een rechtvaardige God en stelde in de plaats het beeld van God als een goede vader. Dit beeld wordt voorgesteld in het verhaal van de Goede vader en de verloren zoon, waarbij die zoon na een liederlijk leven waarin hij zijn erfenisdeel er door heeft gejaagd, door de vader bij zijn terugkeer als armoezaaier weer werd ontvangen met een groot feest. Dat werd door de brave oudste zoon als onrechtvaardig ervaren… Maar die goede vader is niet bezig met rechtvaardigheid, maar met liefde.

Jullie weten dat ik niet veel op heb met vragen over het al dan niet bestaan van (een) God. Het is een onvruchtbare vraag in een denkpiste die niet geschikt is om over God na te denken, omdat ze de vraag stelt, los van de mens die denkt.

De vraag is niet: wie is God ? De vraag is: wie is God voor mij ?

In zijn eerste brief zegt de apostel Johannes: God is Liefde. Deze uitspraak wordt voorafgegaan door:

“Nooit heeft iemand God gezien,
maar als wij elkaar liefhebben
woont God in ons
en is zijn liefde in ons volmaakt geworden.”

Van mij mogen filosofen zich omscholen tot dogmatische theologen en gaan nadenken over de “natuur” van het wezen God. Het interesseert me niet. 

Als ik de Nieuw-Testamentische tekst van Johannes lees, kan ik niet anders dan God zien als een roeping. God is een oproep tot liefde, ook voor de mens die de liefde niet verdient, ook als je als mens die goedheid als onrechtvaardig zoudt ervaren.

Meer hoef ik niet te weten van God: hij roept mij.

Heb ik daar dan nog een God bij nodig ? Welnu, iedere ietwat “goede” mens ervaart in zijn leven wel ooit een oproep tot liefde. Liefde is een menselijk gegeven. Maar als de roeping goddelijk is, wordt ze opgetild boven de  normale menselijkheid uit.

Want los van de inhoudelijke vraag wie of wat God is, is er de vraag naar de betekenis van het woord. En dan zien we dat het woord God niets betekent zonder het woord mens. God gaat dan over dàt wat de mens overstijgt, dàt waarin de mens boven zichzelf moet/mag/kan uitstijgen. Of nog: de betekenis van een overstijgende God maakt dat ook de liefde mens-overstijgend moet zijn. De goddelijke liefde waartoe ik wordt opgeroepen, gaat hoger en dieper en verder dan de normaal menselijke liefde.

Op het ogenblik dat ik God in het spel betrek wordt ik opgeroepen om ook lief te hebben als dat menselijk gezien niet meer normaal is. Daarom is het belangrijk om te geloven in die God: geloven betekent dan dat ik aanvaard om te pogen om die goddelijke, radicale, onvoorwaardelijke liefde waar te maken in mijn leven.

Daar ligt dan ook het christelijke antwoord op de vraag naar het lijden.

Iedere godsdienst is een poging om om te gaan met het lijden.

Boeddhisten proberen het lijden te vermijden door totale onthechting.

Moslims, net zoals conservatieve christenen, verwijzen naar een God die doet wat hij wil (almacht), ook al is het voor de mens onbegrijpelijk en combineren dat met een geloof dat de rechtvaardige God het lijden van de rechtvaardige mens zal goed maken in een hemel.

Een christen is daar niet mee bezig. Zijn antwoord op het lijden is een-voudig: mensen moeten mekaar nabij zijn en van mekaar houden. In goede en kwade dagen; in ziekte en gezondheid. 

Als het over abortus gaat: als een vrouw problemen heeft met de aanvaarding van het ongeboren leven, moet een christen haar nabij zijn, of ze al dan niet tot abortus komt, is niet terzake.

Uiteraard mogen en moeten we lijden zoveel mogelijk vermijden en voorkomen. Maar we weten – ook al begrijpen we het niet – dat lijden onvermijdelijk is, al is het maar omdat er dood is waar er leven is.

Bij het (onvermijdelijke) lijden past de christelijke mens slechts één antwoord: liefde, nabijheid, zorg… en dat onvoorwaardelijk, totaal…

We leven nog in de kersttijd. Kerstmis is het feest van God als pasgeborene uit een familie van armoezaaiers. Zijn geboorte is een beeld van totale machteloosheid. Die machteloosheid komt nog veel radicaler terug bij de kruisdood van Jezus.

Onze God is een machteloze God, zoals de vader in de parabel onmachtig is om zijn zoon te beletten om verloren te lopen. Maar tegenover die machteloosheid stelt hij de liefde.

Ik ken geen beter antwoord op het onvermijdelijke lijden. Daarom geloof ik.

Dik Browne heeft in zijn cartoon het probleem van de rechtvaardige God begrepen: waarom ik ? Waar heb ik dat verdiend ? Maar hij is niet bij het christelijke antwoord geraakt: als hij God laat antwoorden “waarom niet ?” is hij blijven steken bij de God van de oerconservatieve katholieken en moslims: “ik doe toch wat ik wil ?” Het kan natuurlijk ook zijn dat hij bedoelt dat de deugdzame Hagar die de storm niet verdient, evenzeer een zondaar is, ook dan blijft het de rechtvaardige en dus niet-christelijke God.

Dat is natuurlijk niet erg, want Dik Brown moet niet het geloof verkondigen. Hij moet gewoon grappig zijn, en daar is hij goed in. Ik hou van Dik en zijn Hagar !

* De natuurwet heeft niets te maken met de wetten van de natuur (zwaartekracht, evolutieleer), maar met de “natuur” der dingen. Het gaat om de essentie van de dingen. Wat is iets in zichzelf ? Wat maakt dat een hond een hond is en een mens een mens ? 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.