Mens en gemeenschap

In deze laatste vakantiedagen van juli, wil ik even ideeën aanreiken die voor mij de basis zijn van mijn bedenksels. Ik haal ze uit mijn boek Eutopia dat je op deze website gratis kan lezen en/of downloaden ook in ebookformaat.

Ik – wij

Men kan op vele manieren nadenken over het fenomeen “mens”.

Een fundamentele tegenstelling: zie ik de mens als een “ik” of als een “wij ? Nuancering: zie ik de mens eerder als een ik dan als een wij… Of omgekeerd.

Zie ik de mens als concurrent van de andere mens ? “Homo homini lupus.” “De mens, een wolf voor de andere mens”, zoals de oude Romeinen al zegden ? Of zie ik de mens als een solidair wezen, deel van een gemeenschap ?  

Kortom: zie ik de mens als een individu of als behorend tot een gemeenschap ?

Als ik de gemeenschap belangrijk vind, mag en moet de mens dan binnen de gemeenschap zijn individuele persoonlijkheid behouden, of moet hij helemaal opgaan in de gemeenschap en zich voor de gemeenschap opofferen ? 

Ik neem voor mezelf de bepaling van de existentiële fenomenologie over:

De mens is een Ik, in de wereld, met de anderen, en met God.

Hierin wordt de mens gezien als een persoonlijkheid in relatie met…

Ongelovigen krijgen de toestemming om “met God” weg te laten.

Het IK is dus belangrijk: ieder kind dat geboren wordt is een project met (hopelijk) vele mogelijkheden en het is belangrijk voor de gemeenschap dat dit project ten volle zijn mogelijkheden ontwikkelt en benut, want waardeloze mensen, brengen niets bij aan de gemeenschap. De gemeenschap zal er dus alles aan doen om de mogelijkheden van het individu  tot volle ontwikkeling te brengen, bijvoorbeeld door onderwijs te organiseren. Dit is dus een kerntaak van de gemeenschap.

Maar al staat dit individu dus duidelijk in dienst van de gemeenschap, toch heeft dit individu ook het recht om zelf mee te beslissen over de ontwikkeling van het eigen project. Ook al heeft iemand de onmiskenbare talenten om een super-balletdanser(es) te worden, toch kan en mag de gemeenschap dit individu niet dwingen om ook effectief te gaan dansen. Zo werkt het immers niet: de beste danser wordt een slechte danser als hij tegen zijn zin moet dansen… Meer algemeen gesteld: de vrijheid van het individu moet altijd bewaakt blijven en dit in het belang van de gemeenschap.

Individu – volk

Er zijn vele vormen van gemeenschap mogelijk. Een daarvan is het volk.

In een schemaatje verbind ik twee tegenstellingen: individu – volk; concurrentie –  solidariteit.

Zoals gesteld: ik kan de mens zien als een individu in concurrentie met andere individuen, of als solidair met anderen in een gemeenschap. In deze context valt de gemeenschap samen met het volk. Dat geeft dus  volgend schema:

 

 

concurrentie

solidariteit

individu

liberalisme

socialisme

volk

nazisme – fascisme

volksnationalistisch pacifisme

Bij het misschien minder bekende volks nationalistisch pacifisme: een strekking in de vroegere Volksunie. Zij denken over de mens in termen van volk. En streven naar vrede (en niet concurrentie) tussen de volkeren. Daartoe behoorden o.a. Willy Kuijpers en Bart Staes, nu Groen, die ondertussen het nationalisme heeft afgezworen, en zichzelf nu een flamingantische linkse noemt. 

De christen-democratie (personalisme) poogt de tegenstellingen te nuanceren en te overbruggen. 

Natuurlijk kan men ook denken in termen van andere gemeenschappen dan het volk, waar mensen al dan niet vrijwillig deel van uitmaken. En waar vroeger het begrip “volk” voor iedereen duidelijk was, ook al kon bijna niemand verwoorden wat dit eigenlijk inhield, is door de migratie  het begrip meer en meer wazig geworden. Kan men nog wel spreken over het “Vlaamse” volk ? Wie hoort hiertoe ? Laat het mij nu al zeggen: al heb ik begrip en waardering voor de mensen die “hun volk” belangrijk vinden, al was het maar omdat ze zich hierdoor bekennen tot degenen die de gemeenschap aanhangen en niet  blijven steken in het individualistische liberalisme, toch wil ik niet spreken en denken in termen van “volk” en zeker geen volksnationalist genoemd worden. Er zijn andere gemeenschappen mogelijk dan deze van het volk. Bijvoorbeeld: in de tijd van de verzuiling maakten mensen deel uit van de katholieke gemeenschap, de socialistische, de liberale en werd binnen die gemeenschappen solidariteit georganiseerd. Behalve natuurlijk in de  liberale. Al doen die wel alsof met hun liberale vakbond. Deze gemeenschappen  waren belangrijk, maar ingebed in de staat. En ja, ik denk met enige nostalgie terug op deze tijd van verzuiling. Tot woede van de agressief-atheïstische-pseudo-socialisten. Graag gedaan !

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.