Klei

Ignis

Jolanda leert haar onvolmaaktheid omarmen door pottenbakken

Sinds kort leert Jolanda pottenbakken. Het blijkt een spirituele ontdekkingsreis. De woorden ‘Stof zijt gij en tot stof zult ge wederkeren’ spreken nu op een andere manier tot haar

Vandaag vieren we de eerste zondag van de vasten.

Ik ben wel geen fan van het Rooms gedoe, maar dat de kerk door haar kerkelijk jaar de tijd ritmeert van de mensen die er voor open staan, is natuurlijk een goede zaak.

Potten bakken.

Het scheppingsverhaal zoals we het in het boek Genesis van de bijbel terugvinden is een compilatie van verhalen van verschillende tradities. Niet dat ik die tradities kan herkennen – daarvoor moet je gestudeerd hebben en slimmer zijn dan ik – maar ik weet wel dat het zo is en daarbij: soms is het wel duidelijk, bijvoorbeeld als het gaat over de schepping van de mens.

In een eerste versie wordt er enkel verteld dat God besliste om de mens te maken – naar zijn beeld en gelijkenis – en dat deed Hij dan ook. Geen sprake van boetseren of blaastechnieken.

Maar in de tweede versie vinden we:

“… Toen boetseerde Jahwe God de mens uit stof, van de aarde genomen, en Hij blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen.*  8Daarna legde Jahwe God een tuin aan in Eden, ergens in het oosten, en daarin plaatste hij de mens die Hij geboetseerd had …”

Als je dit tot je laat doordringen krijgt boetseren iets magisch. Die magie straalt af op de pottenbakkende Jolanda.

In de Freudiaanse ontwikkelingspsychologie beleeft een baby eerst de orale fase waarin het gedrag van het kind gekenmerkt wordt door de drang om alles in zijn mond te steken. In die fase ontwikkelt de baby het vermogen om te genieten.

De tweede fase is de anale. De baby is dan een dreumes geworden en krijgt aandacht voor zijn uitwerpselen. Hij speelt daar graag mee. Wat later zal hij zich uitleven in de zandbak en vormpjes vullen met zand en water …

Natuurlijk zien ouders en de kinderopvang niet graag dat het kind zijn uitwerpselen “hanteert”, want dat is natuurlijk niet hygiënisch en juist daarom is er in de kinderopvang een zandbak en krijgen de kinderen klei om mee te spelen in vervanging van hun uitwerpselen.

Dat is belangrijk, want in het spelen met zijn uitwerpselen, in het kneden … beleeft het kind een ervaring van macht. De ontwikkeling van die machtservaring is positief, want na wat oefenen wordt ze scheppend.

Dat die oude Joden dat al wisten, lang voor Freud, is toch wel opmerkelijk.

Maar natuurlijk: als de goedmenende en bezorgde ouders het kind mordicus gaan verbieden om met zijn uitwerpselen bezig te zijn en geen alternatieven bieden, zal het kind zichzelf gaan verbieden om een gezond machtsgevoelen te ontwikkelen.

Daarmee verdwijnt de drang naar macht niet, maar de beleving van macht zal dan ontaarden en niet gericht zijn op schepping, maar op vernietiging.

Jolanda zegt dat het pottenbakken haar leert om te gaan met falen, met onvolmaaktheid … met onmacht.

In het eerste verhaal van de schepping van de mens staat dat God de mens schiep “naar Zijn beeld en gelijkenis”. Er staat niet dat Hij de mens schiep als gelijk aan Hem. De mens is niet volmaakt. Kan ook niet, want hij is geboetseerd.

Het hele verhaal maakt ook duidelijk dat de idee van een Almachtige God belachelijk is, want anders zou de mens volmaakt zijn. 

Ik vind het mooi dat Jolanda al pottenbakkend ervaart wat een grondidee is van dat scheppingsverhaal: wij moeten niet volmaakt zijn, want wij zijn slechts stof en as, zoals we vorige woensdag gehoord hebben.

Het heeft dus allemaal te maken met macht.

De vasten is een oefening in een gezonde beleving van macht; gericht op schepping; mét erkenning dat de perfectie niet mogelijk is en ook niet nodig.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *