Ik ben geen rechtsgeleerde. Maar…

VRT NWS

Plus chaud que la loi?

Wat is recht? En hoe bepalen we wat rechtvaardige wetten zijn? Over deze ogenschijnlijk simpele vragen hebben een kransje briljante rechtsgeleerden en filosofen zich eeuwenlang het hoofd gebroken. Ook binnen het huidige klimaatdebat zijn deze vragen niet zonder belang. Want het antwoord hierop is misschien wel determinerend voor de aanpak van het klimaatvraagstuk binnen onze samenleving.

Een interessant artikel van Hendrik Schoukens. Schoukens is een advocaat, gespecialiseerd in milieurecht en duidelijk aanhanger van de klimaatpaniek. Hij signaleert een tendens in de rechtspraak. En hij schijnt positief te staan tegenover deze tendens. In ieder geval lees ik geen enkele kritische noot.

Hij stelt twee benaderingen van het recht tegenover mekaar: het natuurrecht (Lees hier wat Wikipedia daarover zegt.) En het rechtspositivisme (Wikipedia hier) De tendens bestaat er dan in dat steeds meer rechters de milieuproblematiek benaderen vanuit het natuurrecht, i.p.v. vanuit het positief recht. Schoukens schijnt dat ok te vinden. Dat is natuurlijk te begrijpen vanuit zijn klimaatfanatisme. Maar is het ook juist ?

In zijn betoog doet Schoukens beroep op filosofen. Dat had hij beter niet gedaan. Zo bijvoorbeeld misbruikt hij Rawls, een filosoof die een meesterwerk heeft geschreven over rechtvaardigheid. Maar rechtvaardigheid is niet gelijk aan gerechtigheid in de zin van wettelijkheid. Zo bijvoorbeeld word ik verondersteld om rechtvaardig te zijn, ook al ben ik er wettelijk niet toe verplicht. En het is onmogelijk en onwenselijk om alle aspecten van het leven die te maken hebben met rechtvaardigheid in wetten te gieten. Of nog: rechtvaardigheid is een zaak van moraal. Nu ben ik het niet eens met de fundamentalistische aanhangers van het rechtspositivisme  die stellen dat het gerecht niets vandoen heeft met de moraal (de procedurepleiters !), want uiteraard moet elke wet rechtvaardig zijn (De wetten van Hitler waren dat niet.) Maar een rechter mag de wet niet negeren om rechtvaardig te zijn, want dan is het hek van de dam, en zijn we  totaal afhankelijk van het subjectieve rechtvaardigheidsgevoel van de rechter. Met andere woorden: dan is er geen objectieve rechtspraak meer.

In het voorgaande werd duidelijk waar het in het verhaal van Schoukens om gaat, en waar hij in de fout gaat: de wet moet rechtvaardig zijn, maar de rechtspraak moet zich enkel bezig houden met de wet. Of nog: het is niet de taak van de rechters om zelf wetten te maken. Toegepast in de termen van natuurrecht en positief recht: het natuurrecht moet gevolgd worden door de politiek die wetten maakt. Het rechtspositivisme is van toepassing in de rechtspraak.

Schoukens heeft het ook over Habermas, een filosoof die ik zeer waardeer. En hij stelt terecht dat Habermas er geregeld heeft op gewezen dat grondwettelijke beginselen zich moet aanpassen aan nieuwe maatschappelijke uitdagingen. Ik ben het daar mee eens. Maar Schoukens heeft Habermas niet goed begrepen. Want deze heeft het duidelijk over grondwettelijke beginselen. Let op het woord beginselen. Beginselen zijn geen wetten. Uiteraard spelen grondwettelijke beginselen mee in de interpretatie van de wet, maar het zijn geen wetten. 

Toepassing: Schoukens heeft het over rechters die beroep doen op de mensenrechten. Ik vind de mensenrechten fundamenteel en veel te weinig gerespecteerd. Als ik zie hoeveel kinderen er in de wereld geen onderwijs krijgen terwijl dat toch een mensenrecht is, word ik kwaad, heel kwaad. En ik ben blij dat het recht op onderwijs in onze wetgeving is ingeschreven. En in de toepassing van het mensenrecht moet dat dan gratis onderwijs zijn. Maar veronderstel dat dit niet zo was. Veronderstel dat we ergens in de Congo zijn, waar er zelfs van onderwijs geen sprake is. Mag een rechter dan na een klacht van een ouder uitspreken dat dit kind gratis onderwijs moet krijgen ? Neen, want hij functioneert in een samenleving waarin 1. gratis onderwijs door de economische toestand gewoon onmogelijk is, waardoor 2. het principe van gratis onderwijs gewoon niet in de geesten van de mensen (behalve bij die ene ouder) kàn opkomen. Deze rechter zou dus totaal de maatschappelijke context ontkennen, en zijn rechtspraak zou totaal wereldvreemd en zinloos zijn. En erger nog: ongeloofwaardig. En als de rechtspraak ongeloofwaardig is, vervalt de rechtstaat. Deze rechter zou zich beter onbevoegd verklaren omdat er geen positieve wet is waarop hij kan terugvallen. En als hij het meent zou hij zijn loon kunnen gebruiken om een beweging voor de mensenrechten op te richten. 

De rechters die overhellen naar het natuurrecht en die Schoukens instemmend aanhaalt omdat ze in zijn ideologie passen, gaan dus hun boekje te buiten.  Het is triestig dat een waarschijnlijk goed jurist zich door star ideologisch denken laat verleiden tot miskenning van de basisfilosofie van de rechtspraak.

PS Dit thema is ook aan bod gekomen bij het Marrakesh pact. Daar werd benadrukt dat het pact niet bindend was. Rechtsgeldig bindend. Niet bindend volgens het positief recht. Maar het werd wel gegrondvest op de mensenrechten. Terecht. Maar gezien de evolutie van de rechtspraak die Schoukens aanhaalt zou het dus, bij inschakeling van de ideologisch juiste rechters tot bindende gerechtelijke uitspraken kunnen leiden. De kritiek van de anti Marrakeshisten is dus terecht.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *