Bedenksel op zondag: ja er is hoop !

Oikos

Interview met Christian Felber Felber door Simon J. Bellens 

‘Geen soevereine burger zou ongelimiteerde ongelijkheid toelaten. Parlementen wel’

Felber— Oostenrijks professor, auteur, activist (danser ook, las ik op Wikipedia) — is een van de boeiendste en meest innoverende stemmen op het gebied van democratische en economische vernieuwing. Zijn redenering lijkt kinderlijk eenvoudig: het economische systeem op basis van winstmaximalisatie en return on investment slaagt er vandaag niet in om maatschappelijk wenselijke resultaten te genereren. Ongelijkheid, klimaatbelasting, directe schade aan het leefmilieu, machtsconcentratie… er zijn teveel zogezegde neveneffecten die de klassieke economische logica niet kan uitbannen. We moeten de economie dus in overeenstemming brengen met het algemene belang. Zo simpel is het. En Felber heeft daarvoor de instrumenten ontwikkeld.

Een interessante visie waarin ik wel wat herken uit mijn boek Eutopia.

De grondslag is de evidentie zelf: de economie is er niet om winst te maken, maar om aan menselijke noden te voldoen. Of nog: ze is er niet om rijkdom te creëren, maar om het algemeen belang te dienen. Maar die grondslag mag dan wel evident zijn, het is niet evident om mensen overstag te laten gaan en het kapitalisme af te wijzen. 

Het is raar: ik kan me niet voorstellen dat iemand de visie van Felber afwijst, maar niemand gaat aan de slag om het kapitalisme door Felbers systeem te vervangen.

Ik zeg nu wel niemand, en dat botst met het optimisme van Felber, want die kan wel enkele voorbeelden aanhalen van plaatsen waar ze het proberen, maar wereldwijd gezien, betekenen die voorbeelden niets, en ze moeten nog de tijd doorstaan. Want streken die de Gemene Goed Balans toepassen, moeten in een geglobaliseerde wereld concurreren met streken die dat niet doen, en dan is het maar de vraag of ze die concurrentiestrijd kunnen winnen. Ik ben niet genoeg economisch onderlegd om op die vraag zo dadelijk een antwoord te geven, maar ik heb wel serieuze twijfels. Welke kapitalist zal nog willen investeren in een bedrijf waarin hij als eigenaar van de productiemiddelen niet meer vrij is om er mee te doen wat hij wil omdat hij zijn werkers moet laten meebeslissen in de strategie van het bedrijf ? Je kan je daarbij de vraag stellen of die werkers wel bekwaam zijn om te oordelen over  strategische beslissingen met wereldwijde impact. En wat als zou blijken dat door de strategie die de werkers hebben “opgelegd” het bedrijf de concurrentiestrijd verliest, en verlieslatend wordt ? Gaan de werkers dan ook mee het verlies dragen en de schulden betalen ? Eigenlijk komt het neer op mede-eigendom van de werkers van een bedrijf. Dat soort dingen is op het einde van de 19de eeuw al uitgeprobeerd in het utopisch socialisme, en leeft op dit ogenblik nog voort in coöperaties. Maar in de praktijk hebben de toepassingen nooit lang geduurd. De reden is eigenlijk simpel: je kan binnen het kapitalisme geen eilanden van socialisme in stand houden. En de meeste coöperaties worden na verloop van tijd overgenomen door kapitalistische bedrijven.

Daar beland ik dus op mijn fundamentele kritiek op Felber: hij denkt dat hij het kapitalisme geleidelijk aan kan ombouwen naar een menselijke economie. Ik ben er van overtuigd dat dit niet mogelijk is. Want de liberalen hebben gelijk: homo homini lupus – de mens is een wolf voor de medemens. De mens komt voort uit het dier, en heeft het dierlijke nog niet volledig overstegen. De wolf zit nog altijd in ieder van ons. Een echt menselijke samenleving veronderstelt echt menselijke mensen. En daar zijn we nog niet aan toe.

Maar de liberalen zeggen bij hun “homo homini lupus”: de mens is nu eenmaal zo, en zal altijd zo blijven. Ik ben er van overtuigd dat de mens niét altijd zo zal blijven. Waarom zou de evolutie stoppen met de mens zoals hij nu is ? 

In de evolutieleer stelt Darwin “the survival of the fittest”. Dat betekent niet het overleven van de sterkste, maar van de best aangepaste. Welnu, ik denk dat de mens op een bepaald ogenblik zal beseffen dat hij niet kan overleven als hij blijft steken in een mensbeeld dat de andere als een concurrent ziet. De mens zal beseffen dat hij enkel kan overleven als hij de mens radicaal als een evenmens ziet. En dan zal de menselijke soort zich aanpassen en evolueren naar echte menselijkheid. Als ik naar de solidariteit met baby Pia kijkt, en naar de Warmste Week, dan zie ik aanzetten of stappen in die evolutie. Als ik denk aan onze gehandicaptenzorg en die vergelijk met de houding van, bijvoorbeeld, de Oude Grieken, tegenover gehandicapte kinderen, dan zie ik toch vooruitgang. 

Uiteraard gaat elke evolutie met opgang en neergang, maar wie op langere termijn kijkt, ziet toch dat na een neergang de opgang wat verder gaat dan de vorige opgang, en de globale evolutie dus positief is.

We hebben een verschrikkelijke neergang gekend in het nazisme. Maar na de tweede wereldoorlog hebben we wel voor de eerste keer in de geschiedenis een sociale zekerheid geïnstalleerd.

Het ziet er naar uit dat we stilaan versnellend terug in een neergaande fase komen. Maar ik weiger aan te nemen dat die het eindpunt zal zijn.

In dat verband moet ik (weer) verwijzen naar het zinnetje uit het bijbelse scheppingsverhaal: “… en God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis…” Dat is natuurlijk mythologische taal en betekent niet dat de mens van bij zijn ontstaan een beeld geeft van God, maar wel dat de mens geroepen is om te groeien naar het beeld van God toe. En als God roept, mag je er van uitgaan, dat het ook kan en zal. (Het zou me véél te ver leiden om daarop in te gaan.)

En dan komt dat zinnetje uit de eerste brief van Johannes: “God is liefde”. 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *