Het belang van de stilte

Streven

Hannes Cools

De herontdekking van de stilte

Een ronkende 4×4 komt met een zuchtje tot stilstand als ik de meest kostbare en meest zeldzame oase in de woestijn bereik. De lucht is helblauw, net zoals het licht in mijn hoofd. De chauffeur opent de deur. Verfrommeld stap ik uit en voel hoe het zand over mijn huid rimpelt. De wind staat hoog, pikt zand op en weeft het zachtjes als mist over de vlakte. Het wervelt, niet als een wolk, maar als een dromerig, zijdeachtig schouwspel aan de hemel

Stil zijn is ook niet lezen. Dus stop ik met schrijven.

 

 

 

 

Voor de meesten onder jullie zal deze korte stilte al wel lang genoeg geduurd hebben, want, inderdaad, Hannes Cools heeft gelijk: we kunnen niet meer tegen de stilte. Mensen worden nerveus van stilte. En ook waar: gebrek aan stilte belast de geest en kan oorzaak zijn van psychisch onwelbehagen.

Nu is er natuurlijk ook stilte die écht niet aangenaam is. Op restaurant zie ik dikwijls koppels tegenover mekaar zitten die mekaar niets meer te vertellen hebben… Maar, om in de sfeer van dit thema te blijven: dat komt natuurlijk doordat ze op zichzelf te weinig tijd hebben gemaakt voor stilte. Wie genoeg stil is, heeft wél wat te vertellen.

Luister eens naar de hedendaagse radiozenders voor jongeren. Die mensen kunnen niet meer gewoon praten, ze kunnen enkel nog schreeuwen. Heb je ooit iemand iets horen schreeuwen dat inhoud had ? Schreeuwen is een teken van domheid. Neen, ik beweer niet dat die schreeuwers per definitie dom zijn, maar ze verspreiden wel domheid.

Vroeger was stilte vanzelfsprekend. Een boer op zijn land beleefde stilte. Niet dat er niets te horen was. Vogels floten, je hoorde de hoeven van zijn paard en de ploeg die voren trok. Maar die geluiden waren geluiden in de stilte en ze maakten de stilte hoorbaar. Nu is geluid geluid in geluid, en maakte de stilte onhoorbaar.

Ja, we moeten dus tijd en ruimte maken voor stilte. Ook ruimte, want niet iedere ruimte is geschikt voor stilte. Cools beleeft de stilte in de woestijn. De woestijn is een geschikte ruimte omdat ze oneindig is. Daarin gelijkt ze op de stilte. Ook die is oneindig. Ik kan dat oneindige niet goed verwoorden. Hoe vat je iets (in woorden) dat niet te bevatten is ? Daar duikt dus het thema verwondering op: het niet-bevattelijke is wonderlijk.

In mijn ogen is het een verschrikkelijk hiaat in de opvoeding van de kinderen van vandaag: we leren ze niet meer om verwonderd te zijn. We willen niet weten van wonderen. Alles moet worden verklaard. 

De klank van een cello is een wonder. Ja, je kan dat wonder ontrafelen en ontdoen van zijn wonderlijkheid en de wetenschappelijke verklaring aanbrengen. Dat kan soms nuttig zijn. Maar om mooie muziek te maken heb je geen wetenschappelijke uitleg nodig, maar een wonder. Pas als de klank van de cello een wonder is, wordt die klank een bondgenoot van de stilte en de stilte een bondgenoot van de klank.

De cello sonates van Bach spreken na zoveel eeuwen nog altijd  mensen aan. Waarom ? Voor mij ligt het antwoord in de stilte die in die sonates verweven zit met de klank. Voor de liefhebbers: die muziek is lineair. Dat betekent dat ze niet berust op akkoorden die verticaal zijn, maar op lijnen die met mekaar verweven worden. Ik hou het simpel: bij een instrument als de piano kan je met iedere hand een andere lijn spelen. Maar wat met instrumenten waarmee je eigenlijk met slechts één hand speelt ? Denk aan blaasinstrumenten. Maar ook aan de viool of cello. In principe kan je hier slechts één lijn laten horen. Toch slaagt Bach er in om meerdere lijnen samen te brengen. Maar door de technische beperkingen, moet hij die lijnen soms onderbreken. De klank zou moeten voortduren, maar dat kan gewoonweg niet omdat er slechts één hand beschikbaar is. Wie goed luistert hoort dus plots een stilte in één lijn, terwijl de klanken in de andere lijn voortgaan. Voor mij is die stilte de wonderlijkheid van deze muziek van Bach.

Terug naar de ruimte: het is niet mogelijk stil te zijn in een luidruchtige ruimte. Met luidruchtigheid bedoel ik nu niet geluid, maar vormen en kleuren. Er is tegenwoordig nogal wat schilderkunst die geen stilte toelaat.

Het is niet voor niets dat in musea de stilte belangrijk gevonden wordt. Als de kunstwerken wonderlijk zijn, kunnen ze enkel in wonderlijke stilte bewonderd worden.

Ik ben er voor om kinderen mee te nemen naar musea. En daar horen dan ook speciale programma’s voor kinderen bij. Die programma’s zijn dikwijls luidruchtig. Waarschijnlijk kan dat soms niet anders. Maar als er naast die luidruchtigheid, ook voor kinderen geen stilte is, gaat het museumbezoek aan zijn voornaamste doelstelling voorbij. En, a.u.b. houdt de “uitleg” bij de kunstwerken tot na voldoende stille tijd van kijken. Zoals gezegd: uitleg haalt dikwijls de verwondering weg.

Tegenwoordig worden er nogal wat programma’s aangeboden voor mensen met een jachtig leven om burn-outs en depressies te voorkomen. Denk aan yoga, zenmeditatie, tai-chi. Geen slecht woord daarover. Maar ze zijn slechts smeermiddel op een wonde. De enige echte remedie is een minder jachtig leven. 

De stilte is geen therapie, of preventie. Ze hoort bij ons mens-zijn.

PS En nu allemaal naar de abdij van Orval. De trappist is een wonderlijk brouwsel.

PS Maar niet allemaal tegelijk. Hoe minder volk als ik er kom, hoe liever ik het heb.

PS Westmalle is ook wel te smaken. Maar daar zingen ze niet zo mooi.

PS Blijf weg uit de Abdij Sint-Benedictusberg in Vaals. De gastenpater is een nurk. En ze hebben er geen trappist.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *