Van angst naar liefde

Streven

Hessel Zondag

Angst. De dreiging van de demon van niet-zijn

Angst in 2020

Zo staat ze voor me: haar hoofd half verscholen in een hoog opgeslagen kraag, het bovenstuk van een gewaad dat haar lichaam helemaal omsluit. Haar armen heeft ze strak over elkaar geslagen en krampachtig tegen zich aangedrukt. Moet ze iets beschermen, voelt ze zich onbehaaglijk in haar lijf? Ze lijkt wel bevroren, verstijfd. Zo staat het voor me: het beeld Angst van de Tsjechische beeldhouwer Otto Gutfreund (1889-1927) in het Praagse museum Veletrzni Palac. Een vrouw opgesloten in een kleed van angst. Angst die haar gijzelt, verstikt, opsluit, omsingelt. Aan haar lot overgeleverd wacht ze verstijfd op wat zal komen

Een lang artikel, maar de moeite waard. Vermits mijn commentaar naar alle waarschijnlijkheid minder de moeite waard zal zijn, zal ik die kort houden.

Als beginnende puber was ik lid van de scouts. Niet lang, want dat militarisme lag me niet. Op kamp was er geregeld een nachtspel. Daarbij kregen we ieder drie kaartjes die een leven voorstelden, en een lint dat we op onze rug achter onze broeksriem staken. Als iemand ons dat lint kon ontfutselen, al dan niet door verrassing of in een openlijke “gevecht”, verloren we een leven. In voorbereiding van het spel moesten we ons verspreiden in het bos. Bij een fluitsignaal begon de strijd om te overleven. Voor mij was het hele spel één tijd van angst. Angst om een leven te verliezen. Daarvoor had ik een mooie oplossing: als het fluitsignaal weerklonk lag ik verborgen in een gracht met een tak over me heen. Het eindsignaal was voor mij het moment om uit mijn schuilplaats te komen. Ik leverde altijd drie levens terug in.

Dit verhaal was tekenend voor mijn “bestaan” in die tijd: ik was de vleesgeworden angst en vluchtte voor elke “strijd”. Men zei van mij dat ik geen zelfvertrouwen had.

Dat heeft verschillende jaren geduurd. Tot ik besefte dat mijn angst eigenlijk hoogmoed was: de idee om te verliezen was voor mij onverdraaglijk. Ik kon niet aanvaarden dat anderen sterker waren dan ik.

Op het ogenblik dat ik dit besefte, heb ik een besluit genomen. Ik wilde mijn hoogmoed verlaten en moest verlies leren aanvaarden. Nu zegt men van mij dat ik een onwrikbaar zelfvertrouwen heb. Maar mijn zelfvertrouwen berust niet op het geloof dat ik de uitdaging aankan, maar op de aanvaarding van de mislukking. Het lijkt contradictorisch, maar juist in die aanvaarding vind ik de kracht om door te gaan waar anderen het opgeven. Soms leidt dat tot grandioze mislukkingen. Et alors ?

Maar genoeg over mezelf, want de essentie van mijn verhaal ligt juist in de idee dat je jezelf moet durven loslaten om je zelf te worden. Daarmee overwin je ook je angst.

Maar er zit een angeltje onder het gras. Want als ik er aan werk om mezelf te leren loslaten, blijf ik nog altijd bezig met mezelf. 

In de mate dat ik slaag in dat loslaten zal ik natuurlijk een zekere rust bereiken; een harmonie met mezelf. Die harmonie met mezelf is een voorwaarde, maar ook een aanzet voor harmonie met anderen en met de wereld rondom mij. Het is de kracht van het boeddhisme.

Maar ook als ik streef naar harmonie met anderen, blijft het nog altijd om mij gaan.

In het christendom heb ik ontdekt dat het nog dieper kan. Want in de christelijke boodschap staat de liefde centraal. De liefde vraagt me om mezelf los te laten, niet om mezelf te vinden, maar omwille van de andere. 

Nu is liefde geen simpele zaak. Eerst en vooral botst ze op mijn aangeboren egocentrisme en mijn nooit helemaal overwonnen egoïsme. Maar zelfs als ik uit mijn egoïsme weg geraak, en goed ben voor de andere, ben ik er nog niet. Liefde is iets anders dan goed zijn. Want als mijn liefde voor de andere echt om hem/haar gaat, moet ze de andere aanzetten tot loslaten van zichzelf, en, in het christelijke denken, tot liefde als verdiept loslaten van zichzelf…

Goed zijn voor de andere, kan ik nog vanuit egocentrisme. Egocentrisme valt niet samen met egoïsme.

Ik gebruik hier algemene termen die vragen om concretisering. Wat is dat eigenlijk: de andere aanzetten tot loslaten van zichzelf ? En waarom veronderstelt dit dat ik mezelf loslaat ?

Welnu, in toepassing hiervan daag ik je uit om zelf het antwoord te vinden op die vragen. Om dat antwoord te vinden, moet je jezelf loslaten. En zo pas ik mijn idee dadelijk toe op jullie.

Ik heb toch gezegd dat ik het kort zou houden ?

PS Christenen vieren vandaag Pinksteren. Dit is het feest van de apostelen die versteend van ontgoocheling en angst zichzelf opgesloten hadden, zoals ik me verstopte in een gracht. Op Pinksteren hebben ze die angst van zichzelf afgeworpen en zijn de wereld ingetrokken om de boodschap van Jezus te verkondigen. Tot in Compostella toe. Vorige week had ik het over Walter Voordeckers. Hij was Pinksteren vandaag.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *