Over kleinschaligheid en het matteüseffect

De Groene Amsterdammer

Floor Milikowski

Een klein land met verre uithoeken

De platte polder is niet zo plat meer

Kapitaal, kennis en welvaart concentreren zich steeds meer in enkele steden en regio’s. Nederland heeft behoefte aan een nieuw verhaal voor de toekomst, waarin iedereen weer het gevoel heeft serieus genomen te worden

Een groene Àmsterdammer is natuurlijk vooral bezig met problemen in Nederland. Maar eigenlijk doet het er niet toe, want de Nederlandse toestand is vergelijkbaar met de belgische.

Ik wil het hier hebben over twee thema’s: schaalgrootte en subsidiepolitiek.

Laat het alvast duidelijk zijn: het subsidiariteitsprincipe is voor mij heilig: wat op een lager niveau kan gedaan worden, moet niet op een hoger niveau gebeuren. En alles moet gebeuren op zo  klein mogelijke schaal. Dat geldt voor bedrijven, net zoals voor bestuursniveau’s.

In dat verband moeten we eens goed gaan nadenken over de massaproductie. Voor een aantal producten is massaproductie noodzakelijk omdat er een massa van die producten nodig is, of omdat bij kleinschalige productie de maakprijs te hoog wordt.

Maar er zijn zeker een aantal producten waar dit niet voor geldt, en die toch in massa geproduceerd worden. Getrouw aan het principe geef ik een voorbeeld dat kort bij ons bed ligt: de bakker. Op dit ogenblik vind je bijna geen warme bakker meer die zelf zijn brood bakt. Bakkerijen zijn broodwinkels geworden. Het brood wordt elders industrieel in massa gebakken en dan verdeeld over een aantal winkels. Dat drukt de maakprijs van het brood. Maar het maakt een brood daarom niet goedkoper, want de betere maakprijs gaat niet naar de consument, maar naar de industriële bakker. Ja, ik weet het: handwerk is onbetaalbaar geworden. Maar waarom ? Omdat het te duur is ? Neen, omdat de mensen te weinig verdienen. De mensen verdienen te weinig omdat de industriële bakker meer winst wil maken, en dus zijn personeel zo weinig mogelijk betaalt. Dat is het kapitalisme.

Op grotere schaal toegepast betekent dit dat mastodonten van luchthavens en andere bedrijven moeten ontmanteld worden en opgedeeld in kleine eenheden. Voor sommige opdrachten zal de kleine schaal niet volstaan. Dat mag geen reden zijn om de kleine bedrijven te laten opgaan in één groot geheel, maar wel om ze te laten samenwerken.

Nu hoor ik je al zeggen: “ In onze moderne tijd is dat niet mogelijk ! ”. Welja, je hebt gelijk. Binnen het kapitalisme is dat niet mogelijk. Nochtans is kleinschaligheid ook een zaak van menselijkheid. Breng mensen samen in een massa, en hun menselijkheid vermindert. Hitler heeft daar efficiënt gebruik van gemaakt. Maar het kapitalisme is nu eenmaal niet bezig met menselijkheid, maar met winst.

Milikowski vertelt dat de Nederlandse regering eerst een politiek heeft gevoerd waarbij de steun ging naar de armere regio’s. Die politiek bleek niet succesvol. Dan werd het roer omgegooid en werd er ingezet op sectoren, bedrijven, regio’s, die al sterk stonden, om die nog te versterken. Dat bleek wel een goede zet om de positie van Nederland in de wereldeconomie te verbeteren.

Op dit ogenblik zien we in Vlaanderen iets gelijkaardigs: de regering Jambon heeft er onder impuls van de n-va voor gekozen om coronasteun te geven, niet aan bedrijven die al in moeilijkheden waren, maar aan bedrijven die al sterk staan. 

Het lijkt een juiste keuze. Want je kan een zwak bedrijf onmogelijk zoveel steun geven dat het dadelijk kan concurreren met de sterke bedrijven. Zeker niet in een geglobaliseerde wereld. En als het niet dadelijk kan concurreren komt het in de kortste keren opnieuw in moeilijkheden, en ben je water naar de zee aan ’t dragen.

Als we na de coronacrisis zo snel mogelijk naar een Vlaamse economie willen die kan concurreren met de andere economieën, is dit de juiste politiek.

Maar ondertussen laat je natuurlijk de zwakkeren in de steek, zowel als het over bedrijven, mensen, of regio’s gaat.

Het principe is duidelijk. Het is een toepassing van het recht van de sterkste. Of wie van bijbelse vergelijkingen houdt: het matteüseffect: …aan wie heeft, zal gegeven worden, en hij zal leven in overvloed; maar van wie niet heeft, zal afgenomen worden, wat hij al heeft… Ik waag me hier niet aan een exegese van deze tekst.

Het recht van de sterkste is een basisprincipe van het kapitalisme. Binnen het kapitalisme kan je dat principe niet ontkennen. Als je dat wel doet, kom je in het kamp van de verliezers terecht.

Dat is wat de liberalen bedoelen met: de koek moet eerst gebakken worden voor je hem kan verdelen. Het probleem is dat binnen het kapitalisme bij het verdelen ook weer het matteüseffect speelt: de rijken krijgen het meest. De armen zo weinig mogelijk.

Tussen haakjes: dit is ook een mooie illustratie van een aspect van de maatschappij-analyse die zegt dat de politiek per definitie in dienst staat van het kapitaal: binnen het kapitalisme is er geen andere politiek mogelijk.

Ook in Eutopia zal zich het probleem stellen van regio’s met grotere economische mogelijkheden tegenover regio’s met minder mogelijkheden. Maar de kleinschaligheid zal al veel opgelost hebben, want ze betekent ook dat er veel minder zal geconcentreerd worden. Daarbij zal steun aan de zwakkeren wél zin hebben omdat ze niet in een concurrentiepositie zullen zitten. Die steun zal er op de eerste plaats op gericht zijn om de mogelijkheden te versterken en tot ontwikkeling te brengen. Als dan nog geen aanvaardbare gelijkheid tot stand komt, begint het herverdelingsmechanisme te spelen. En dat kan omdat er geen liberalen meer zullen zijn.

Overigens nodig ik jullie uit om een en ander toe te passen op de belgische toestanden. 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *