Heeft het leven zin ?

Trouw (Nl)

Frank Martela

Wat de zin van het leven is? Volgens filosoof Frank Martela moeten we die vraag niet langer stellen

Hoe leid je een zinvol en betekenisvol bestaan? De jonge Finse filosoof Frank Martela stelt voor: zoek niet naar ‘de zin van het leven’, maar naar zin in je eigen leven

Heeft het leven zin ? Heeft mijn leven zin ? Heb ik zin in leven ?

Dit artikel geeft interessante inzichten, maar… Ik vind altijd wel een maar.

Martela beschouwt zichzelf als wetenschapper. Vandaar heeft hij de neiging om de wetenschap als belangrijker dan “geloof” te beschouwen. Je zou kunnen stellen dat hij vindt dat “zijn” wetenschap “geloof” kan vervangen. Ik vind dat pretentieus. Als je aan de religieuze mens verwijt dat hij pretentieus de mens als het centrum van de wereld beschouwt, moet je oppassen dat je zelf  niet pretentieus wordt. Zo bijvoorbeeld gaat hij er van uit dat de wetenschap dat er miljoenen sterrenstelsels en waarschijnlijk ook leven elders zijn, aantoont dat de mens niet het centrum is. Dat is natuurlijk nonsens. Dat er miljoenen sterrenstelsels zijn is een wetenschappelijke vaststelling. Of de mens het centrum is, is een existentiële vraag. Overigens: bij mijn weten is de wetenschap nog altijd  niet bekwaam om vast te stellen waar het centrum van de wereld zich bevindt. Dus kan ze ook niet vaststellen dat zich daar niet de mens bevindt. Ik spot er nu mee, maar mijn voorstelling van zaken toont aan dat de wetenschap haar boekje te buiten gaat.

Voor Martela bestaat de zin van het leven in behoeftebevrediging. En meer bepaald in de bevrediging van drie welbepaalde behoeften, die gebeurt door het aanboren van vier even welbepaalde bronnen.

Afgezien van de fundamentele vraag of zingeving wel kàn samenvallen met behoeftenbevrediging, komt Martela hier in zijn aanduiden van die bronnen wel op een interessant spoor. Hij heeft het over gericht zijn op anderen, en gerichtheid op zichzelf. Ik wil daarin meegaan, maar als christen breng ik een hiërarchie aan: iets betekenen voor anderen is het doel. Mezelf ontwikkelen is het middel om iets te kunnen betekenen voor anderen. Of nog: mijn leven krijgt zin doordat ik iets beteken voor anderen. Maar ik kan slechts iets betekenen voor anderen, als ik mezelf ontwikkeld heb. Wie zelf niets heeft, heeft niets te bieden.

Het is belangrijk dat mensen hun talenten maximaal ontwikkelen. Of dat veel of weinig talenten zijn maakt op zich niets uit. Maar de ontwikkeling van talenten krijgt pas zin als anderen er iets aan hebben. Als iemand muzikaal talent heeft, moet hij er alles aan doen om een goede muzikant te worden, maar pas als hij als uitvoerder anderen een hoogstaande culturele ervaring kan geven, krijgt zijn talent zin. Voor minder getalenteerden kan het voldoende zijn dat mensen zich dansend kunnen amuseren. De moderne heiden of kapitalist ontwikkelt zijn talenten om geld te verdienen.

Het christendom brengt me nog diepere inzichten, waar het stelt dat God Liefde is. 

De tip van Martela aan zijn studenten om driemaal per week een goede daad te doen is eigenlijk belachelijk. Een goede daad is in ieder geval nog geen liefde. Die goede daad geeft zijn studenten een goed gevoel. Als ze goede daden doen om zich goed te voelen is dat mentale zelfbevrediging. Hier kom ik dus terug op het thema behoeftenbevrediging. Behoeftenbevrediging is per definitie ik-gericht. De relationele factor van Martela is belangrijk voor mijn zingeving. Martela cultiveert het egocentrisme, ook als hij mensen oproept om goed te zijn voor mekaar.

Het christendom draait de zaken om. Wie een beetje inzicht heeft in de evangelies weet dat Jezus voortdurend de zaken omkeert. Ik nodig jullie uit om eens wat evangelie te lezen met dit in je achterhoofd.

Jezus keert niet enkel om, maar radicaliseert ook altijd. Om bij het thema te blijven: “goed doen aan iemand” wordt liefde.

Maar wat is dat eigenlijk “liefde” ? Als het over de menselijke liefde gaat, hanteer ik graag de definitie van de Franse filosoof Maurice Nédoncelle: “ l’ amour, c’ est la promotion de l’ autre dans ‘l autre. “ Liefde is het bevorderen van het andere in de andere. Ik heb hier niet de plaats om dit diepgaand uit te werken. Als je hier dieper wil op ingaan, moet je maar het boekje van Nédoncelle lezen: Vers une philosophie de l’ amour. Maar in ieder geval trekt dit “andere” de minnaar weg uit zichzelf. Het egocentrisme wordt overwonnen. Natuurlijk is dit in de praktijk niet totaal mogelijk. Het is een opgave die nooit voltooid zal zijn en beleefd wordt met vallen en opstaan.

Maar Jezus stelt het dus nog radicaler. God is nu eenmaal per definitie een radicaal begrip. Radicaler kan niet. Iedere gelovige is een “radicalist”.

Jezus gaat dus op zoek naar de uiterste vorm van anders zijn. In menselijke termen komt hij dan bij de liefde voor de vijand.

Hier ligt ook het antwoord op de vraag of het leven van iemand die zwaar gehandicapt is toch nog zinvol kan zijn. Want in de normale menselijke liefde vertrekt de liefde van de waarde van de beminde. De vijand echter heeft geen (positieve) waarde voor mij. Daarom is de liefde voor de vijand zo moeilijk, zo niet 

onmogelijk. Maar de goddelijke liefde wordt niet opgewekt door de waarde van de andere, maar de andere krijgt juist waarde doordat hij bemind wordt. De zwaar gehandicapte heeft op zich misschien weinig of geen waarde; hij heeft niets waarmee hij iets kan betekenen voor een ander. Toch heeft zijn leven zin als hij bemind wordt.

In het scheppingsverhaal worden we opgeroepen om mens te worden naar Gods beeld en gelijkenis. We worden opgeroepen om in de mate van het onmogelijke Gods liefde te beleven.

PS Als het woord God valt, bevinden we ons altijd in een mythe.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *