Mijn auto, aanslag op mijn privacy

De Groene Amsterdammer

Saskia Naafs en Parcival Weijnen

De auto als datavergaarbak

‘U rijdt zo langs ons Big Mac-menu’

Over een jaar of drie zijn alle nieuwe auto’s in Europa connected. Gegevens over je auto maar óók over jouzelf worden dan non-stop naar de fabrikant geseind. Of je parkeert voor de McDonald’s, of bij een homo-strandje. Wie je contacten zijn, wat zij jou mailen. Waar komt de delete-knop

Privacy is nooit absoluut geweest. In de goede oude tijd kon je in een dorp ook niet veel voeten verzetten zonder dat iemand het gezien had. Sanseveria’s of vrouwentongen zijn door de Schepper speciaal ontworpen om vrouwen te verbergen die van achter hun vensterbanken de straat in het oog houden, al dan niet met licht gordijngeritsel. Dat betekent dat de Schepper vond dat die vrouwen een nuttige functie hadden. Of nog: absolute privacy is niet nodig en misschien zelfs onwenselijk.

Als ik een klein weergalmend protje laat, kijk ik rond om te zien of iemand het gehoord heeft. Wat zou het leven saai worden zonder deze fijnzinnige akkefietjes.

In mijn pleidooien voor een menselijke ruimtelijke ordening benadruk ik altijd dat er hoekjes moeten zijn waarin kinderen kunnen denken dat niemand ze ziet. Je kan pas genieten van de uitzonderlijke toestand dat niemand je ziet, als de normale toestand er in bestaat dat iemand je wél kan zien.

In mijn lagere school hing er in ieder klaslokaal een plakkaat met een oog in een driehoek met als onderschrift: “God ziet mij”. Er waren medeleerlingen die daar schrik van hadden. Ik moest er mee lachen. Want eigenlijk betekende het dat “de meester” mij niet altijd kon zien, wat tot kansen leidde. Dat God mij zag vond ik niet erg want die had me nog nooit met ezelsoren in de hoek gezet. En als ik een beetje geluk had kon ik op mijn sterfbed nog altijd een laatste biecht spreken en vergiffenis krijgen voor elk propje dat ik ooit tegen het bord heb gemikt, of schoensmeer op de stoel van de meester.

Ik bedoel maar: we moeten niet overdrijven met onze hang naar privacy.

De onvolprezen Franse filosoof Levinas heeft het over “het aangezicht van de andere” als een oproep tot medemenselijkheid. Wie zou een pas geboren baby in de ogen kunnen kijken en hem kwaad doen ? Om menselijk te zijn heb ik het nodig dat de andere naar mij kijkt, en ik naar hem. Het is een vreselijke fout als mensen de ogen sluiten als ze kussen.

Maar die menselijkheid veronderstelt wel respect voor de andere. Voor Levinas is het aangezicht van de andere een oproep om verantwoordelijkheid te nemen voor de andere. 

Maar je kan ook heel anders naar de andere kijken: je ziet dan iemand die je voor je kar kan spannen. Eigenlijk ontmenselijk je hem dan. Je maakt er “iets” van dat je in je dienst plaatst.

Dat is precies wat de aanslagen op de privacy via de digitale wereld doen.

De vrouw die van achter haar sanseveria’s stiekem de straat af speurt, is een mens die naar een andere mens kijkt. Ze kan afkeurend kijken of vergevend, maar op een of andere manier blijft het een interactie tussen mensen. Ik zal niet beweren dat er totaal niets objectiverends is in haar gedrag, maar het blijft iets menselijks hebben. Het is misschien fout gedrag. Maar het is gedrag.

Dat is totaal anders met de digitale loer-cultuur: daar is het een ding dat naar een ding kijkt. Dat is geen gedrag.

Het is een machine die gegevens produceert door mensen als dingen te behandelen. De eigenaar van die machine heeft slechts één doel: winst. Het hele verhaal is een illustratie van wat kapitalisme is: mensen gebruiken als dingen om winst te maken.

Vergis je daarin niet: ook als een ondernemer een goed mens is die zijn werkers menselijk behandelt, verandert dat niets aan de essentie van het systeem: hij kan in zijn persoonlijke verhouding met zijn werkers menselijk zijn, maar in zijn “systemelijke” verhouding met zijn werkers blijven ze middelen voor winst. En als de concurrentie hem er toe dwingt zal hij met pijn in het hart zijn werkers op een menselijke manier tot machines moeten degraderen.

In het artikel vragen ze zich af wanneer er een delete knop komt. Juristen en politiekers hebben het over privacywetgeving. Als je het probleem situeert in het kapitalisme zijn die delete knop of die wetgeving eigenlijk praat voor de vaak. Ze kunnen proberen om de schade wat te beperken, maar aan het fundamentele probleem doen ze niets.

Het is toch raar: als ik daar puur rationeel over nadenk zou ik zelfs kunnen zeggen: wat interesseert het me dat in Beieren een machine weet dat ik graag Mac Donalds bezoek (Mac Donalds leveren geen voedsel, maar vulsel. Ik haat Mac Donalds) ? En is het eigenlijk niet meer dan juist dat ik mijn verzekering duurder betaal omdat ik “sportief” rijd ?

Ik kan het als een persoonlijk nadeel ervaren dat ik een job niet krijg omdat de ondernemer via een databank weet dat ik zwanger ben (tegenwoordig kan alles), maar in het systeem is het de logica zelve. Via wetgeving kan je beletten dat die ondernemer dat weet. Maar die wetgeving lost het échte probleem niet op: dat ik niet genoeg bijdraag tot de winst omdat ik zwanger ben… en dus geen plaats krijg in het systeem en geparkeerd word in een werklozenstelsel. Zelfs als de werklozenvergoeding ruim is, verandert dat weer niets aan de kern van de zaak.

Het gaat er niet om dat mijn gegevens anoniem worden gemaakt. Het gaat er om dat ik niet als een mens wordt gezien. Het systeem ziet mij en gebruikt me als een ding voor de verrijking van rijken.

Binnen het kapitalisme is er geen oplossing voor het probleem.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *