Dierenrechten

Streven

Trees Dewever*

Waarom ik mijn vrienden niet opeet

Rondneuzend in mijn boekhandel werd ik getroffen door de titel Waarom ik mijn vrienden niet opeet. Het bleek een pleidooi te zijn voor mens, dier en aarde van de Franse wetenschapper en Tibetaanse monnik Matthieu Ricard. Omdat er elk jaar 60 miljard landdieren en 1000 miljard zeedieren voor menselijke consumptie worden gedood, is zijn boek een roep om meer menselijkheid en mededogen voor de dieren waarmee we onze planeet delen

Trees Dewever is leraar zijnsoriëntatie en meditatietrainer.

Rechtuit gezegd als ik dat lees heb ik het al gehad met deze Trees. Dat hele gedoe is puur narcisme. Nu is iedereen wel in zekere mate narcist en hoort narcisme bij het mens zijn. Maar het gaat over de mate. Als je je narcisme begint te cultiveren is er iets mis. En als je dan stelt dat je narcisme vermindert door het te cultiveren is het belachelijk.

Ik heb respect voor vegetariërs. Zelf heb ik iedere week wel enkele vleesvrije dagen. Ja, we eten te veel vlees en als mensen me zeggen dat ze geen vlees willen eten van wezens die pijn voelen, dan spreekt dat me aan.

Ethische normen en waarden zijn geen vastgelegde gegevens. Ze evolueren. Die evolutie gaat met vooruitgaan en terugkeren en opnieuw vooruitgaan. Ze gaat niet overal in de wereld even snel. Maar ik denk wel dat er globaal gezien vooruitgang is, al gaat het te traag. 

Ons aanvoelen voor wat goed en kwaad is verfijnt. Er zijn ooit volkeren geweest die er geen enkel probleem mee hadden om kinderen levend in de muren van een huis te metsen om de welwillendheid van de goden af te smeken. Er zijn nu nog beschavingen waarin een meisje minder waard is dan een jongen. Maar “ons” aanvoelen van goed en kwaad laat dit soort zaken niet meer toe.

Tussendoor: je kan de Azteken niet verwijten dat ze mensenoffers brachten, net zoals je de oude Romeinen niet kan verwijten dat ze slaven hielden. Een mens leeft in zijn tijd. Wie de mensen van toen beoordeelt volgens de maatstaven van nu, ontkent de evolutie.

Het zou kunnen dat het besef van dierenleed dat leidt tot de afschaffing van dierconsumptie een stap vooruit is in de evolutie van het moreel besef. Een beetje spottend gezegd: na het kind het dier. Ik sta dan voor de vraag of ik de vooruitgang van het moreel besef wil bevorderen, of dat ik op de rem ga staan. Maar ik weiger wel te luisteren naar leraars zijnsoriëntatie omdat de argumentatie waardeloos is.

Neem nu de idee dat de mens niet boven het dier staat. Natuurlijk is de mens het resultaat van de evolutie. Of zoals Trees zegt: een schepping vanuit het dierenrijk. Maar als de evolutie een evolutie is, dan is er een verschil tussen een vorige en een latere fase in de evolutie. Het is dat verschil dat Trees ontkent.

Als ik naar de evolutie kijk, dan denk ik dat je mag stellen dat die niet zo maar lineair is. Je hebt fases van langzame vooruitgang, afgewisseld met sprongen waarbij er plots een grote stap vooruit wordt gezet. Mag ik zeggen dat de stap van dier naar mens zo ’n sprong is ? Ik ga dat hier niet argumenteren. Als je het niet ziet, kan ik er ook niets aan doen.

Dus ja, de mens staat boven het dier.

Laat me toch één element naar voor halen: de mens staat boven het dier omdat hij zich de vraag stelt of het wel correct is om een “ander dier” op te eten. Ik heb niet de indruk dat leeuwen veel morele problemen hebben met het verscheuren van een mals oka pietje. En er zijn weinig aanwijzingen dat binnen een aantal eeuwen de leeuwen wél tot het besef zullen komen dat ze dat okapietje pijn doen.

Of nog: als de mens dan toch maar een dier is zoals de andere dieren, dan valt elk argument voor vegetarisme weg, want dan heeft de mens sowieso het recht om, net zoals andere dieren vlees te eten. Je kan er dan natuurlijk voor pleiten dat de mens zich niet moet spiegelen aan de leeuw, maar wel aan de koe, maar dat lijkt me toch wel wat arbitrair. In ieder geval is het niet zo dat die koe geen vlees omdat ze een ander dier geen pijn wil doen.

Ik citeer: “Matthieu Ricard droomt alvast van een Universele Verklaring van de Rechten van Levende Wezens met als voornaamste artikel: ‘Ieder levend wezen heeft het recht te leven zonder slachtoffer te worden van lijden dat hem door anderen wordt aangedaan.” Dat klinkt mooi, maar moet ik hieruit dan besluiten dat we alle leeuwen moeten slachten om de rechten van de okapi’s te vrijwaren ? Meer algemeen gesteld: moeten we dan alle vleeseters het recht op leven ontzeggen en de wereld voorbehouden voor herkauwers ?

Als het een zaak is van evolutie en vooruitgang in moreel besef, gaan we dan na het besef van het leed van de varkens ook tot het besef komen van het leed van de mieren die door de koeien mee worden opgegeten als ze gras eten ? En als je de boomfluisteraars moet geloven dan moeten we de koeien ook gaan verbieden om gras te eten, want als de bomen het voelen dat ze omhelsd worden, kan je dan nog beweren dat gras niéts voelt ?

Ik wil maar zeggen dat het argument van de vooruitgang van moreel besef me op dit ogenblik niet overtuigt, al houd ik de mogelijkheid open.

Ondertussen ben ik het er wel volmondig mee eens dat we niet het recht hebben om dieren onnodig te laten lijden. De industriële veehouderij en vleesproductie is een schande. Maar ja, die is verbonden met het kapitalisme. Dat een “menselijke” veehouderij er toe zou leiden dat mensen minder vlees kunnen eten, is geen argument. Wie elke dag minstens eenmaal een stuk vlees op zijn bord eist, is een even erge extremist als een vegetariër die ruzie maakt in een restaurant.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *