Het misdadige onbenul van Greenpeace

Knack

Joeri Thijs

Expert Duurzame Mobiliteit en Luchtkwaliteit bij Greenpeace

‘Na verbod op tabaksreclame is het tijd om hetzelfde te doen voor sector van fossiele brandstoffen’

‘De Europese Unie heeft met een reclameverbod de tabaksindustrie aan banden gelegd. Hetzelfde moet nu gebeuren voor de sector van fossiele brandstoffen, een sector die nog schadelijker is voor mens en planeet’, schrijft Joeri Thijs van Greenpeace

Enkele dagen geleden vervuilde Joeri Thijs mijn scherm in een debat op De Afspraak over de kernuitstap. Als je op geen enkel argument van je tegenspreker een valabel antwoord hebt, moet je toegeven dat je stelling fout was. Dat is aan Joeri dus niet besteed. Nu is hij daarmee natuurlijk niet alleen: mensen die in de Afspraak worden opgevoerd komen daar niet om te debatteren, maar om hun stelling te etaleren en die stelling staat vast. Voortschrijdend inzicht is voorbehouden voor politiekers die niet anders kunnen dan toegeven dat ze zich vergist hebben in de coronaproblematiek. Vandenbroucke vergist zich nooit.

Overigens heb je er bij mij al gelegen als je optreedt in naam van Greenpeace. Ooit had ik bewondering voor deze actievoerders, maar die tijd is al lang voorbij. Greenpeace is verworden tot een multinational, uit op winst op de markt van de menselijke paniek.

De job van CEO van Greenpeace is tegenwoordig een opstapje naar een topfunctie bij een financiële instelling. Dat zegt genoeg.

Natuurlijk heeft Thijs gelijk als hij af wil van de fossiele brandstoffen. En even natuurlijk heeft hij gelijk als hij die reclame aan banden wil leggen. Maar de vergelijking met de reclame voor tabak gaat niet op omdat tabak gewoon een overbodig consumptieproduct is, terwijl de fossiele brandstoffen op dit ogenblik nog onmisbaar zijn. Of nog: bij tabak gaat het enkel over de houding van de consument. Bij de fossiele brandstoffen heeft die houding weinig of geen effect.

Het voorbeeld dat Thijs aanhaalt over de reclame van Audi in Engeland toont enkel aan dat reclame inderdaad wérkt. Maar als die reclame er niet zou geweest zijn, zou gewoon een ander merk zoveel auto’s verkocht hebben. Joeri weet dat even goed als ik en dus lult hij er maar wat op los om, net zoals in Terzake, gelijk te krijgen van een kijker die hij voor dom houdt.

Wie geregeld mijn blogs leest weet dat ik tegen reclame ben. Fanatiek, onvoorwaardelijk, àlle reclame ! Omdat reclame manipulatie is, enkel gericht op consumptie en als zodanig wakkert reclame hebzucht en genotzucht aan, ondeugden die het samenleven van mensen belemmeren. Manipulatie is ook onvrijheid in haar ergste vorm omdat de mens er zich zelfs niet van bewust is dat hij gemanipuleerd wordt en zich dus niet tegen de onvrijheid kan verzetten.

Maar Greenpeace is niet tegen reclame. Want Greenpeace zelf is één grote reclamecampagne. Vroeger zag ik Greenpeace als een stimulans tot bewustwording van belangrijke problemen. Tegenwoordig is het eigenlijk enkel nog bezig met reclame voor zichzelf en is de bewustwording een middel om zichzelf te promoten.

Dat geldt dus ook voor dit pleidooi voor verbod op reclame voor activiteiten die steunen op fossiele brandstoffen.

Joeri wéét dat dat verbod niets zal uithalen. Maar door dat verbod nu aan te kaarten, krijgt hij goede punten van het groene volkje onbenul. En punten zijn centen.

Dat verbod zal niets uithalen omdat de kapitalistische economie niet klaar is voor de uitstap uit de fossiele brandstoffen. Er is met die brandstoffen nog veel te veel geld te verdienen.

Nu zal Joeri opwerpen dat dat geld finaal dan toch van de consument komt, en als je de consument dus zo ver kan brengen dat hij geen fout gemaakte producten meer koopt, er dus ook geen geld meer te verdienen valt met de foute energie. In theorie klopt dat. In de werkelijkheid slaat het nergens op.

Ooit ben ik, politiek correct erg fout, in Zuid-Afrika geweest in de tijd van de apartheid en van de boycot, hier, van Zuid-Afrikaans fruit. Het was toen voor politiek correcten ten strengste verboden om Zuid-Afrikaanse Outspan appelsienen te eten. Het moesten Israëlische Jaffa’s zijn. De Palestijnen hadden toen nog niet genoeg gemoord om politiek correct mee te tellen.

Ik logeerde toen bij een Vlaming, die na de oorlog, ook al fout, naar Zuid-Afrika was uitgeweken en professor was aan een of andere universiteit. Hij vertelde me dat de apartheid inderdaad op het punt stond om te verdwijnen. Maar niet omwille van de boycot, want die raakte wel, maar zeker niet genoeg om evangelisch geïnspireerde boeren tot bekering te brengen. Wél was het zo dat de Zuid-Afrikaanse economie moest overschakelen van laag geschoolde arbeid naar arbeid door hoger opgeleide mensen. En dus negers, want in Zuid-Afrika werkten enkel negers. Blanken gaven enkel bevelen. Ik overdrijf. Maar dat doe ik graag.

Zuid-Afrika begon dus met die hogere opleidingen en het was duidelijk dat je de apartheid wel nog kon opleggen aan een massa ongeschoolden, maar niet meer aan een massa geschoolden. De apartheid zou verdwijnen, maar niet door ethisch inzicht, niet door de boycot, maar door de economische toestand.

Of nog: niet het denken bepaalt de economie, maar de economie bepaalt het denken.

Overigens heeft het afschaffen van de apartheid in Afrika weinig of niets betekend voor het lot van de gewone zwarte. Veel zwarten hadden het beter in de tijd van de apartheid. Verdenk me er nu niet van dat ik de apartheid verdedig !

Bedenk daarbij dat je duizend maal aan armen kan uitleggen dat ze hun huis elektrisch moeten verwarmen omwille van het milieu, het klimaat, onze gezondheid… Als die arme goedkoper af is met steenkolen, zal hij steenkool stoken. En hij heeft gelijk. 

Er zijn veel armen in de wereld en de laatste weken komen er, ook bij ons, nog heel veel bij !

In het huidige economische bestel dat teert op concurrentie en gericht is op winst, is er voor geen enkel serieus probleem een oplossing.

Greenpeace moet niet strijden tegen een bepaalde reclame. Het moet strijden tegen àlle reclame. Het moet strijden tegen het kapitalistische systeem.

Maar dat doet het niet, want het heeft binnen dat systeem een manier gevonden om geld binnen te halen. Maar niet meer mijn geld.

Want dàt is het probleem met Groenen, Greenpeace… ze geven goedmenenden de indruk dat ze “er iets aan doen”, terwijl het allemaal oppervlakkig onvruchtbaar geneuzel is. Zo houden ze die goedmenenden weg van de échte strijd: die tegen het kapitalisme. Greenpeace is een feitelijke bondgenoot van het kapitalisme.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.