Op weg in de woestijn

 

De Wereld Morgen

Ilse Geerinck .

Woestijnervaring

Naar aanleiding van de Vastenperiode die voor katholieken aanvangt op Aswoensdag, pende Ilse Geerinck haar gedachten neer over de verdwaling in het eigen leven, die velen volgens haar meemaken in deze neoliberale tijd. “Eigenaardig genoeg biedt de Vasten aanknopingspunten om het neoliberale tijdsritme van excelleren of opdrijven aan te pakken.

Vorige woensdag was het as-woensdag, het begin van de katholieke vasten. Heb jij daaraan gedacht ?

Tegenwoordig zijn er nogal wat mensen die meer aandacht hebben voor de Ramadan dan voor de katholieke vasten. En neen, ik heb het nu niet over moslims.

Misschien begrijp ik dat zelfs. Want de hedendaagse heidenen zijn totaal ongevoelig geworden voor wat een beetje hoger hangt dan hun eigen zeer persoonlijke navel en vullen hun geest met betaald niets.

Je hebt natuurlijk ook de gefrustreerde ex-katholieken  die dikwijls terecht de rug hebben gekeerd naar de verkrachting van de vastenidee die de pastoors hen hebben ingelepeld, maar het kind met het badwater hebben weggegoten.

En ja, dan heb je natuurlijk ook nog de meerwaardezoekers, de mindfulnessadepten… Tel daar ook nog maar een stel “activisten voor om het even wat, als het maar goed klinkt”, bij, en je jogt met  de narcistenclub in natuurgebied waar kinderen, opgejaagd door lichthoofdige onderwijzers blikjes hebben geraapt. Want dat staat in de eindtermen.

Ilse Geerinck heeft het over de “woestijnervaring als het verdwaald zijn in het eigen leven”.

Ik ben het eens met haar als ze het heeft over het verdwaald zijn in het eigen leven. Maar ik weet toch niet of je dat een woestijnervaring mag noemen. Ik zie het juist andersom.

Kennen jullie nog het verhaal van Gulliver ? 

In Gullivers reizen brengt Jonathan Swift in 1726 ( ! ) een scherpe satire op de Engelse (en Europese) samenleving, het hof, de wetenschap en de menselijke moraal.

Gulliver komt terecht in het land van de Lilliputters, extreem klein maar dapper, die de reus Gulliver gevangen nemen door hem tijdens zijn slaap vast te ketenen met duizende kleine draadjes.

Je kan dit zien als een metafoor voor de mens die mentaal en moreel geketend is door zijn gehechtheid aan macht, genot, aanzien… die in oneindig vele vormen ons leven beheersen.

Dat is de vasten: ons los maken van die bindingen om zo de geestelijke vrijheid te bereiken.

Vasten is: de woestijn intrekken. 

Daar is geen CEO die me onder druk zet, en geen concurrent voor promotie. Daar zijn geen shoppingcentra die me verleiden om het aanschaffen van het nodige als een belevenis te zien, en om gelukkig te zijn met de aankoop van een broek. Knaldrang, de uitlaatklep van de hopelozen, die nog niet beseffen dat ze hopeloos zijn, heeft daar geen plaats. Er is veel plaats in de woestijn. Maar niet voor voetbalarena’s waar mensen samen drommen met een extreme nood aan stamgevoelen, primitief surrogaat voor eenzaamheid.

De woestijn is de plaats waar ik loskom van verslavingen allerhande en finaal de ijdelheid der ijdelheden besef om zo bekwaam te worden voor de liefde. Want al dat gestreef, genot, snakken naar aanzien en succes op Tiktok… focussen me op mezelf en niet op de andere. En zo wandel ik enthousiast mezelf zijnde (volgens de heidense wereld) voorbij het geluk.

Vasten is de woestijn intrekken en de draadjes doorknippen om vrij te worden. Echt vrij. Niet de vrijheid van kunnen doen wat je wil maar van de mens die, niet gehinderd door narcisme, egocentrisme, egoïsme… echt kan open staan voor de andere, zelfs voor de niet zo aangename andere. Het is de vrijheid waarin de mens zijn eigen kleinmenselijkheid overstijgt; waarin hij opstijgt boven zichzelf. Om het in religieuze termen te zeggen: het is de vrijheid die leidt naar de verrijzenis. De tocht door de woestijn, de vasten, leidt naar Pasen.

Nu kan je natuurlijk een en ander ook buiten de religieuze sfeer situeren.

Stoïcisme en boeddhisme streven ook naar ont-hechting. Voor mijn part zijn ze waardevol.

Maar ten gronde blijven ze ik-gericht. Ze zoeken het eigen geluk. Natuurlijk leidt hun onthechting naar een leef-stijl waarin conflicten worden vermeden, naar vrede (met zichzelf en anderen). Mensen die deze onthechting beleven zijn aangename mensen. Daar ben ik voor.

Maar het christendom gaat verder. Daarvoor is het religie: het eigene van religie is juist dat ze verder gaat. Religie – de godsidee – is per definitie extreem, radicaal. Religieus denken, voelen en leven, is niet ergens naartoe gaan. Het is op weg zijn naar nergens. Het is een weg die geen einde kent. Het is de weg in de woestijn. Als je denkt dat je bent aangekomen, opent zich een nieuwe horizon.
Als de mens denkt dat hij zijn volle menselijkheid heeft bereikt zegt religie: je kan nog meer. Het woord God kan je vertalen als: een oproep om nog verder te gaan.

De weg van het christendom is de weg van de liefde. Ja, wij zijn geschapen om gelukkig te zijn. 

Maar wie streeft naar het geluk, zal het niet bereiken. Wie, echter, streeft naar het geluk van de andere zal het geluk krijgen als een geschenk.

Ik probeer hier de boodschap van de evangelies – de boodschap van de Jezus van de evangelies – te vertalen naar filosofische taal want de evangelies hanteren een andere taal: de taal van verhalen, metaforen… en eigenlijk is die taal rijker: ze maakt de boodschap tastbaar, brengt ze dichter bij het menselijke denkproces waarin ratio en emotie met mekaar verweven zijn.

Lees voor mijn part in verband met ons onderwerp van vandaag het verhaal van Jezus in de woestijn, bijvoorbeeld in Lucas 4, 1-13 en herken de draadjes van Gulliver.

Ik wens jullie de moed om de woestijn in te trekken.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.