Over regenbogen

Sampol

Thijs Verbeurgt

Over regenbogen en bondgenoten, echte en valse

De internationale dag tegen homo-, bi- en transfobie lijkt steeds meer een dag van regenbogen allerhande dan van echte strijd. En dat frustreert steeds meer lgbtqi+’ers. ‘Wat zijn we met regenbooglogo’s als we ondertussen in elkaar worden geslagen?’ Ik begrijp die frustratie. Maar laat ons, tussen de regenbogen door, vooral bondgenoten blijven zoeken

Thijs Verbeurgt heeft gelijk. Zwaaien met vlaggen en regenboogzebrapaden zijn zeker niet de oplossing. En ja: bondgenoten zijn belangrijk.

De aanvaarding van LGTBQ+ is een zaak van niet-LGTBQ+ers.

Laat me eerst beklemtonen dat ik respect eis voor iedereen, wie hij ook is en welke keuzes hij ook maakt.

Het onderscheid tussen “zijn” en keuzes is belangrijk.

Iemand “is” holebi of “is” transgender.

Het interesseert me niet of iemand “zo geboren” is, of door vroege ervaringen in zijn kindertijd “zo geworden” is. Ja, ik weet dat die vroege ervaringen tegenwoordig door de meerderheid niet meer aanvaard worden als oorsprong, en ik begrijp ook waarom: als het om vroege ervaringen zou gaan, zou men op het spoor komen van eventuele “behandeling” en dus op het spoor dat hetero zijn toch beter is. Dat soort redeneringen is niet aan mij besteed. Zelfs als iemand zou denken dat hetero beter is – ik denk dat niet – dan nog moet hij de andere respecteren, ook als hij is wat hij is doordat hij een keuze heeft gemaakt. 

Veronderstel dat de wetenschap zou aantonen dat iemand holebi kan zijn door vroege ervaringen en dat behandeling mogelijk is, dan nog zou het aan de betrokkene zelf zijn om al dan niet voor die behandeling te kiezen en dan moet iedereen die keuze respecteren. Als iemand er ook in die omstandigheden voor kiest, om welke reden ook om holebi te blijven, is dat zijn goed recht.

Ik denk dat het een vergissing is als mensen zich “laten ombouwen” (ik vind dat een rare uitdrukking). Eigenlijk komt zich laten ombouwen neer op een vorm van niet-aanvaarding van zichzelf. Als iemand zich vrouw voelt in een mannenlichaam, dan is dat zijn zijn. Niets mis mee. De opgave wordt dan om zichzelf te aanvaarden als vrouw in een mannenlichaam. Na de ombouwing moet die mens zichzelf aanvaarden als “omgebouwd”, terwijl die man toch nooit echt helemaal vrouw is geworden… 

Maar ik moet toegeven dat ik me op glad ijs bevind. Ik denk dat het niet mogelijk is om op deze diepte van psyche een ander mens echt te begrijpen. Dus moet ik zwijgen en respect tonen voor de mens die tegenover me staat.

De LGTBQ+ beweging lijkt soms de “Join the club ! ” toer op te gaan. Dat lijkt me wel een serieuze vergissing, want daarmee maakt ze dezelfde fout als hetero’s die propaganda maken voor heteroseksualiteit.

Er is nog altijd bij vele mensen een aversie voor alles wat met LTBQ+ te maken heeft. Dat leidt dan tot vormen van discriminatie. Ik denk dat die discriminatie wettelijk ondertussen wel opgeheven is, maar in de dagelijkse omgang binnen de samenleving is ze zeker nog aanwezig.

Dat is het eigenlijke onderwerp van Thijs Verbeurgt: hoe maken we ons aanvaard, ook bij mensen die ons nu afwijzen.

De basis hierbij lijkt me de cultivering van conformisme. Ja, ik weet dat dit een controversiële uitspraak is. Maar een samenleving kan niet zonder een minimum aan conformisme. Van mij mag iedereen uit de band springen, maar dan moet hij er wel tegen kunnen dat hij niet meer (helemaal) tot de band behoort. Als je tegen de richting van de massa in loopt, zal je botsen. Spookrijden op de autostrade is niet gezond.

Het gaat er voor de anders geaarde dus om om zijn anders geaardheid niet te benadrukken. Hij moet ze natuurlijk niet proberen te verbergen. Maar er mee uitpakken helpt de zaak niet vooruit.

Dat uitpakken gebeurt in een extreme vorm in de gay parades door het volkje op nogal wat wagens. Ik vind wat ik daar zie walgelijk. Soms om wat ik zie, maar voornamelijk omdat ik het op die rondtrekkende wagens zie. Het zou de beweging vooruithelpen als ze zich van dat soort spektakel zou distantiëren. 

De meeste mensen houden niet van “het vreemde”. Ze staan wantrouwig tegenover het/de andere. Maar de meeste mensen overwinnen dat wantrouwen wel als ze ervaren dat dat/die andere “toch nog niet zo slecht is”.

Maar er zijn natuurlijk ook mensen waar het dieper zit. Daar wordt een soort van primitief aanvoelen dikwijls nog versterkt door rationaliseringen, verwoord in ideologieën. De islam is daar een voorbeeld van, maar ook bij extreem-rechts is het aanwezig. Deze mensen zijn moeilijker te bereiken.

Ik zie voor die groep slechts één echte weg: de invloed van gezaghebbende persoonlijkheden.

De beweging speelt daar al op in, door bijvoorbeeld, bekende figuren in de media die zich “outen”. Van mij mag het, maar ik denk dat de invloed slechts oppervlakkig is. Het zwakke punt is dat de invloed komt, juist van de mensen die worden afgewezen.

De echte invloed moet komen van gezaghebbende hetero’s. En dan niet van hetero’s in de media of de politiek, kortom het openbare leven, maar de hetero’s in de leefwereld van de betrokkenen. Ik denk nu op de eerste plaats aan gerespecteerde leerkrachten, want de vooruitgang zal toch van de jeugd moeten komen.

Belangrijk is het vermijden van strijd. Strijd verhardt de standpunten.

Ik lees van een gemeenteraad die beslist om zebrapaden te “verregenbogen”. Een vlaams blokker protesteert. De linksen binden de strijd aan. Wat bereiken ze ? Niets ! Integendeel: ze versterken de tegenstanders. Voor mij zijn die zebrapaden en die vlaggen een vergissing. Ze zijn fijn voor de overtuigden, maar overtuigen de anderen niet. Integendeel: ze versterken hun ergernis.

Dat heeft die vlaams blokker goed begrepen: hoe meer heisa over dat zebrapad, hoe liever. Ik stel me zijn gezicht al voor als de linksen op zijn protest reageren met de laconieke boodschap: wel ja, het is goed, we gaan dat niet doen… Daarmee halen ze hem helemaal de wind uit de zeilen. Is dat capituleren ? Wie dit als capitulatie ziet is al even primitief als de haters.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.