Zijn psychiaters charlatans ?

De Wereld Morgen

Paul Verhaeghe

Wie is nou eigenlijk gek? De cliënt, de psychiatrie of de maatschappij?

Ewout Kattouw schreef een evenwichtig werk, waarin hij persoonlijke ervaringen afwisselt met wetenschappelijke onderbouwde gegevens, met als doel een bijdrage tot een betere organisatie van de psychiatrische hulpverlening. Verplichte lectuur voor artsen-in-opleiding, volgens recensent Paul Verhaeghe

Als Paul Verhaeghe spreekt kunnen anderen beter zwijgen en luisteren.

Ik weet niet hoe jij je voelt als je dit leest, maar ik word kwaad.

Ik word kwaad op de farma-industrie die niet gericht is op het leningen van noden, maar op het winst maken op het lenigen van noden.

Ik ben kwaad op de psychiatrie. Verhaeghe spaart zijn collega’s als hij het heeft over de psychiatrie en niet over de psychiaters. Ik ben kwaad op de psychiaters. Ik ben kwaad omdat ze, hoog opgeleid, niet bekwaam zijn om uit de cultus van de procedures te stappen en niet in staat zijn om mensen als mensen te zien, en niet als “gevallen”.

Ik ben kwaad op de opleiding van de psychiaters die van hen hoog opgeleide gedrilde apen maakt die met een schema zitten en dan hun beeld van hun patiënten vervormen tot ze passen in dat schema.

Ik ben kwaad op de obsessie om te labelen. Eigenlijk is het een uiterst perverse vorm van hokjes denken. Steek het beest in het juiste hok en volg de richtlijnen op de omheining om het het juiste voer te geven.

Labelen is mensen opsluiten, ook al doe je dat niet fysisch. Het fysisch opsluiten (de opname) is dan niets anders dan het logische doortrekken van de opsluiting door het label.

En neen, daarmee heb ik niet gezegd dat elke medicatie of opname verkeerd is. Ik volg daarin Verhaeghe. Wie zou ik zijn om hem tegen te spreken.

Maar er is wel iets fundamenteel mis.

Ik had het zojuist al over “het beest in het juiste hok”.

Dat woord beest is belangrijk, want het duidt er op dat er iets mis is met het mensbeeld. Of liever dat het mensbeeld geen beeld meer is van een mens, doch van een fenomeen in de evolutie, terug gebracht tot scheikundige processen.

Ik haat de weldenkenden die de natuur verheerlijken en de mens reduceren tot een beest in de natuur. Het zijn de maniakken van de gelijkheid die niet kunnen verdragen dat de mens uitsteekt boven het dier. Weldenkend spreiden ze het bedje voor de machtigen die baat hebben bij een samenleving waarin de wetten van de jungle gelden. Ze beseffen niet dat ze door de mens gelijk te stellen met het beest, tegelijkertijd ook de machtigen installeren boven de zwakke beesten.

Heeft dat iets te maken met het probleem in de psychiatrie ?

Ja natuurlijk, want daar gaat het om: in de natuur is er geen plaats voor zwakheid. En in de psychiatrie wordt de mens het recht ontzegd om zwak te zijn. De hele medicatie en behandeling is er op gericht om de zwakke mens kunstmatig op de been te houden.

Kunstmatig wijst naar de scheikunde. De mens wordt teruggebracht tot een aantal scheikundige processen. Als we ingrijpen in die scheikundige processen, kunnen we de problemen oplossen… denken ze.

Natuurlijk zijn er de scheikundige processen. Maar ondertussen zouden de hooggeleerden toch al moeten beseffen dat ze nog lang niet bekwaam zijn om de scheikundige processen die de mens vormen echt te doorgronden. Ze begrijpen hier iets en daar iets, en daar grijpen ze dan op in, maar ze hebben totaal geen benul van het geheel. Het zijn leerlingtovenaars die dozen van Pandora opentrekken. Het is een vorm van hubris. Mensen met zo ’n hubris horen zelf opgenomen te worden.

Wie de mens herleidt tot zijn scheikunde maakt de mens klaar voor de Brave New World van Aldous Huxley. De huidige psychiatrie is een oefenterrein voor Schwab van het Wereld Economisch Forum die droomt van een mensheid die onder leiding van enkele machtigen door medicatie zich goed voelt in miserie.

In die wereld wordt de mens teruggebracht tot de economische mens. Hij is geprogrammeerd om te produceren en genietend te consumeren.

Als je de mens reduceert tot de economische mens, maak je hem klaar voor de psychiatrie. Want produceren en consumeren kàn niet de zin van het leven zijn.

Ons onderwijs zit in de problemen. Wat niemand schijnt te zien is de totaal foute gerichtheid er van: het is er op gericht om mensen voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Het wordt er in geprent: studeer goed om later goed te verdienen. De zin van studeren is teruggebracht tot de economische factor. Het is dan onvermijdelijk dat ook voor de volwassen mens dààr de zin van zijn leven gaat liggen. Die zin is ijdel.

De mens is méér dan een radertje in de economische machine.

Veel mensen zullen zichzelf genoeg verdoven door terrasjes, festivals en pretparken om daarin te overleven. Maar het kan niet anders of veel mensen zullen op een onbestemde manier aanvoelen dat er méér moet zijn.

Mensen staan er over verbaasd dat in onze rijke welvarende samenleving het aantal mensen met psychische problemen zo groot is. Je moet gewoon zelf een beetje mens zijn om het te begrijpen.

Geen enkele medicatie kan hiervoor een oplossing bieden.

De mens bestaat niet zonder zijn fysische, scheikundige onderbouw. Maar daarboven is er meer. Vroeger noemde men dat de ziel. De atheïsten hebben de ziel afgeschaft.

Wat die ziel precies is, is moeilijk te zeggen. Misschien is ze niets anders dan dat besef van méér en is dat het verschil tussen mens en dier: de mens beseft dat er méér is.

Dàt is wat mensen nodig hebben: je moet hen bevestigen in hun aanvoelen dat er méér is en méér màg zijn. Zo worden ze mens.

Psychiaters moeten bezig zijn met de geest. Maar als ze de ziel vergeten zijn het charlatans.

 

 

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.