Van Rerum Novarum naar échte solidariteit

Knack

Bruno Spriet

‘Engagement in tijden van koopkrachtverlies: we hoeven niet alles over te laten aan de overheid’

‘Ik zie dat mensen in mijn wijk niet meer toekomen op het einde van de maand, terwijl mijn gezin wel nog comfortabel leeft. De overheid zou zeker effectievere keuzes kunnen maken, maar ook ik draag hierin een verantwoordelijkheid’, schrijft Bruno Spriet van Logia

Bruno Spriet is een theoloog. Het siert hem dat hij tussen de gewone mensen leeft (theologen zijn geen gewone mensen) en met hen meeleeft. Dat is voor een theoloog niet evident. Het is ook de normaalste zaak van de wereld dat hij zich laat inspireren door Rerum Novarum en de sociale leer van de katholieke kerk.

Ik waardeer die sociale leer. Rerum Novarum is een belangrijke gebeurtenis geweest in onze sociale geschiedenis.

Natuurlijk is Rerum Novarum een antwoord op het socialisme. Het komt dus na het socialisme. Maar op dat ogenblik was de katholieke kerk nog de dominante speler in de samenleving en dat die speler van de ene kant de socialisten wel bestreed, maar tegelijkertijd van de andere kant ook de socialistische boodschap verkondigde, heeft zeker bijgedragen tot de verspreiding van het sociale bewustzijn.

Merk op dat het socialisme in die tijd nog fel samenviel met het communisme en de strijd van de kerk in feite tegen het communisme gericht was.

Ik schets nu grote lijnen.

Het communisme wijst het kapitalisme radicaal af. Zowel het socialisme als Rerum Novarum aanvaarden het kapitalisme maar proberen via de vakbonden en politieke partijen dat kapitalisme een sociaal gezicht te geven.

De socialisten zullen het niet graag horen, maar de facto heeft het huidige socialisme grotendeels de visie van Rerum Novarum overgenomen. Nog eens: ik denk nu in grote lijnen. 

Een verschil in visie vond je tot binnenkort nog in de houding tegenover liefdadigheid. Het socialisme wijst de liefdadigheid af; de sociale leer van de kerk benadrukt dat liefdadigheid altijd nog belangrijk zal zijn. Op die discussie ga ik hier nu even niet in, maar waar het om gaat is het feit dat zelfs de PVDA zich nu tot de liefdadigheid bekeerd heeft. Kijk naar haar aanwezigheid op de oevers van de Vesder. De PVDA verkoopt haar liefdadigheid nog als solidariteit. Maar het is echt wel liefdadigheid. Welke de motieven zijn van de PVDA hiervoor zijn nu even niet terzake.

Katholiek theoloog Spriet pleit hier dus voor liefdadigheid.

In zijn keuze voor liefdadigheid, zet hij zich af tegen de rol van de staat. Niet enkel de staat moet iets doen aan de groeiende noden, maar ook de individuele burger zelf. Ik ben het daar mee eens.

Als personalist vind ik de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens essentieel in de groei naar menselijkheid. Het is een zware fout dat in onze samenleving die persoonlijke verantwoordelijkheid wordt weggenomen van de schouders van de burger. Dat geldt zowel voor de zorg voor de evenmens – die is overgenomen door de staat – als voor de toestanden op de werkvloer. Onderzoek heeft uitgewezen dat het groeiende aantal burn-outs tegenwoordig – ook – te wijten is aan het feit dat werkers te weinig persoonlijke verantwoordelijkheid krijgen.

Het geheel leidt tot een decadente samenleving.

Als anarchist wil ik zo weinig mogelijk staat. Een staat, ook een democratische staat, oefent altijd macht uit over de burger. Ik ben niet altijd extremist en dus wil ik niet betogen dat alle macht moet verdwijnen, maar ze moet wel zo veel mogelijk verdwijnen. En dus moet er zo weinig mogelijk staat zijn.

Ik marcheer dus mee met Spriet in zijn pleidooi voor persoonlijke verantwoordelijkheid en dus ook voor liefdadigheid, maar wil toch beklemtonen dat liefdadigheid enkel een aanvulling kan zijn voor de échte oplossing: solidariteit.

In feite wordt deze solidariteit in de vorm van onze sociale zekerheid door de staat georganiseerd.

Dat betekent dat de solidariteit door de macht van de staat wordt opgelegd. De persoonlijke verantwoordelijkheid van de burger hierin beperkt zich tot de verkiezingen waarbij hij kan kiezen tussen partijen die al dan niet meer sociale zekerheid willen.

Tegelijkertijd leidt dit verplichte karakter en de staat als organisator er toe dat de sociale zekerheid – en dus de solidariteit – zelfs niet meer als solidariteit wordt herkend: de sociale zekerheid is een dienstverlening geworden waarvan de burger klant is en waarbij hij systematisch probeert om zoveel mogelijk voor zichzelf uit de pot te halen. Dat kan je moeilijk solidariteit noemen. Onze sociale zekerheid heeft in de geesten van de mensen niets meer te maken met solidariteit. En dus is het geen solidariteit meer.

Het wordt tijd dat links zich opnieuw gaat bezig houden met échte solidariteit: een houding waar burgers bewust voor kiezen. Dat kan niet met solidariteit, georganiseerd door de staat. Ik heb hierboven aangegeven waarom dat zo is.

Is er wel een alternatief voor de staat ?

Het marxisme kleurt onvermijdelijk elk links. En het heeft de staat als oplossing in de geesten van de linksen geramd. Het is fout.

Solidariteit veronderstelt gemeenschap.

De staat is geen gemeenschap. Natiestaten proberen wanhopig de burgers er van te overtuigen dat dat wel zo is. Hier ligt de contradictie van huidig links: het wijst het nationalisme af (terecht), maar rekent wel op de nationalistische staat om solidariteit te organiseren.

Zeker binnen het kapitalisme is dat nonsens, want binnen het kapitalisme staat de politiek per definitie in dienst van het kapitaal. In feite rekent links dus op het kapitaal voor solidariteit. Kapitaal en solidariteit is een contradictio in terminis.

De socialisten zitten fundamenteel fout. Maar dat geldt ook voor Rerum Novarum, waar het pleit voor samenwerking tussen kapitaal en arbeid.

Ziekenkassen, werkloosheidskassen, pensioenkassen… moeten georganiseerd worden door werkers die uit vrije wil, telkens herhaald door de betaling van lidgeld, samen hun solidariteit organiseren.

Die organisatie moet kleinschalig zijn om het essentiële aspect gemeenschap levend te houden. Daarom moeten die kassen zo plaatselijk mogelijk georganiseerd worden.

Maar ook voldoende schaalgrootte is vereist en het is duidelijk dat we dan de internationale toer op moeten.

Ik pleit dus voor Europese organisaties van werkers, die de solidariteit organiseren en die bestaan uit samenwerkingsverbanden van kleine plaatselijke kassen.

Als Spriet dit leest kan hij Paus Franciscus misschien inspireren tot een nieuw Rerum Novarum.

Met dank aan Charles Maymarx.

PS Ter attentie van de PVDA: deze internationale (Europese) kassen zouden een enorme kracht kunnen zijn in de strijd tegen het kapitalisme. Veel krachtiger dan politieke partijen.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.