Kerstmis, het feest van de ezel

Vervolg van mijn blog van gisteren.

De wereld staat vol met ruiterstandbeelden van koningen in krijgshaftige houdingen.

In Bethlehem hebben ze de grot gevonden waarin Jezus geboren is. Over die grot hebben ze een kerk gebouwd. Je kan je voorstellen dat die een massa bedevaarders en toeristen aantrekt. Wat dan ook dadelijk opvalt als je die kerk ziet, is de lage ingang. De bouwers van de kerk wilden absoluut vermijden dat een koning te paard de kerk kon binnen rijden. En de grot zelf binnen de kerk kan je niet in zonder te bukken.

Jozef en Maria waren een zooitje ongeregeld. Zij te jong en zwanger van een onbekende. Hij te oud en een armoezaaier. Ze waren niet eens getrouwd. Hoogzwanger kloppen ze in Bethlehem aan bij een herberg. Maar toen al was er discriminatie en ze mochten er niet in. Om te beginnen hadden ze een vreemde naam, want ze kwamen uit Galilea, een verre provincie waarvan de bevolking niet goed aangeschreven stond. Die herbergier had natuurlijk dadelijk geroken wat er aan de hand was en wilde geen bloed aan zijn lakens, en vermits hij niet zeker was van betaling zei hij dus maar dat de kamer al verhuurd was.

En zo trokken ze terug de stad uit en daar kwam dan Jezus op de wereld in een stal/grot. Bij gebrek aan beter legden ze hem in een beestentrog tussen een os en de ezel waarop Maria de reis had doorstaan. Emmanuel, God met ons. 

Herders waren afgekomen op het gekreun en gehijg en waren de enige mensen buiten de ouders die God zagen komen.

Herders vormden de basse classe; het laagste van het laagste. Mannen die zelfs niet binnen de stadsmuren mochten komen omdat ze stalen en stonken. Ze stonken naar zichzelf en schapen, maar niet naar geld.

Het was een wereldje van enkel mannen, homo’s en schapen neukers, want velen hadden hun lievelingsschaapje. En dat ruig volk werd stil – stille nacht – omdat het besefte dat hier iets speciaals gebeurde. Zij beseften wat deftige mensen niet beseffen: het ging over hen. God tussen de mensen.

En toen vond God dat er toch iets schoons moest zijn aan de geboorte van zijn zoon en hij zond een engelenkoor met het lied “Vrede op aarde”.

Dat gezang bereikte de inwoners van de stad, en dus ook de spionnen van koning Herodes. Die hadden snel begrepen dat iets niet loos was. Er was een verdacht element: de ezel.

In het oude testament wordt er ergens aangekondigd (ik weet niet meer precies waar) dat er ooit een koning zal komen die eindelijk echt vrede brengt op aarde. Hij zal komen, niet als een fiere ruiter en krijgsheer te paard, maar gezeten op een ezel. Anders dan een paard dat de ruiter boven de gewone mensen verheft, houdt de ezel zijn berijder laag bij de grond, neder-ig. 

Herodes was een vooruitziend man en nam niet het risico dat er vrede zou komen, wat zijn einde als koning zou betekenen, en dus gaf hij het bevel om alle recent geborenen in Bethlehem onverdoofd te slachten.

Jozef en Maria sloegen gelukkig tijdig op de vlucht. Maria met het kind weer gezeten op de ezel. En al was er nog geen conferentie van Genève, de grenzen waren nog niet gesloten en zo bereikten ze Egypte dat toen nog asiel gaf…

In de mis zeggen christenen de geloofsbelijdenis van Nicea, het Credo, ik geloof.

Het is opvallend dat van het leven van Jezus in die tekst slechts twee elementen worden aangegeven: hij is geboren en gestorven. Niets over wat Hij gezegd of gedaan heeft. Dat betekent dat de betekenis van de figuur Jezus vervat ligt in die twee  gebeurtenissen: zijn geboorte en sterven.

Eigenlijk is zijn dood eenzelfde verhaal als dat van zijn geboorte. Hij is geboren tussen krapuul. En Hij sterft tussen krapuul; als een misdadiger, uitgestoten. De kruisdood was de pijnlijkste dood die de Romeinen hadden kunnen bedenken. Wie de Romeinen kent weet wat dat betekent.

Op Palmzondag zal de ezel weer op het toneel komen: Jezus trekt Jerusalem binnen, gezeten op een ezel, symbool van de machteloze koning die vrede brengt.

 

Het hele tafereel, zowel geboorte als dood, is er een van machteloosheid; niet van de macht van koninklijke ruiters, niet van de macht van de rijken, niet van de macht van rechters of politiekers. Als het over vrede gaat, brengen ze niets bij. Integendeel. Vrede kan niet als er machtigen in de buurt zijn. Macht is de tegenpool van de vrede.

We leven in een tijd van oorlog.

Het verhaal van Kerstmis krijgt acute relevantie.

Vrede. 

Wie vrede wil moet machteloos durven zijn.

Onze God is een machteloze God; een baby, een stervende. Machteloosheid is voorwaarde voor verrijzenis.

En voor vrede. Daarover gaat mijn blog van morgen.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *