Bij de nationale staking

Waar gaat de nationale staking eigenlijk over ? Iedereen kent het antwoord: over de koopkracht van de modale burger. Over de rijke burger hebben we het niet.

Maar hoe komt het dat er een staking nodig is om de koopkracht van de modale burger te vrijwaren ?

Koopkracht betekent loon.

In belgië wordt het loon vastgelegd door onderhandelingen tussen “werkgevers” en “werknemers”.

Allereerst dit: deze termen zijn zo vals als maar mogelijk is.

Want wat is iemand die afstudeert en op de arbeids”markt” komt ? Is hij vraag of aanbod ? Het antwoord is duidelijk: niettegenstaande hij psychologisch vrager om werk is, is hij in termen van vraag en aanbod in feite het aanbod: hij biedt zich aan op de arbeidsmarkt. Als ik eieren aanbied op de markt, en die raken verkocht, word ik daarvoor betaald. Hetzelfde principe is waar voor de arbeider: als hij zijn werkkracht aanbiedt op de arbeidsmarkt, en, zijn werkkracht geraakt verkocht, wordt hij betaald. Dat toont duidelijk aan dat hij aanbod is. De zogenaamde werkgever is dus eigenlijk de vrager ! Maar onze mensen zijn zo gehersenspoeld dat ze zich bij het woordgebruik geen vragen meer stellen. Nochtans is dit belangrijk, want door de term werkgever lepelt het kapitaal de arbeider in dat hij blij en dankbaar moet zijn voor de enorme goedheid van de kapitalist die hem werk “geeft”. Sta me dus toe om de termen “werkgever en werknemer” niet meer te gebruiken, en te spreken van arbeid en kapitaal, of arbeider en kapitalist.

Nog zo’n term: de loon”last”. Ja, het is voor de arme kapitalist een geweldige last dat hij “zijn” arbeiders” loon moet uitbetalen !

En over die loonlast gaan nu de onderhandelingen: de kapitalist wil zo weinig mogelijk loon betalen. Dat is natuurlijk te begrijpen, want hij zit in een concurrentiepositie, en zelfs een kapitalist met een goed hart die de arbeiders meer loon zou gunnen, is daardoor verplicht om zo veel mogelijk te besparen op loon. Dat is nu eenmaal het systeem.

Op belgisch niveau betekent dat, dat de belgische kapitalisten moeten concurreren met de Duitse. Telkens opnieuw wordt er bij de loononderhandelingen gewezen op onze concurrentiepositie ten overstaan van Duitsland: de lonen bij ons mogen niet uitstijgen boven die in Duitsland. En dus willen de kapitalisten niet ingaan op de looneisen van de vakbonden. En dan ontspint zich een vermakelijke dialoog:

in belgië: wij kunnen niet meer loon geven, want wij moeten concurreren met de Duitsers.

in Duitsland: wij kunnen niet meer loon geven, want wij moeten concurreren met de belgen.

in belgië: maar de Duitsers geven niet meer loon, dus kunnen wij ook niet meer loon geven.

in Duitsland: maar je ziet het toch: de belgen geven niet meer loon. Dus wij ook niet.

enz. ad infinitum.

En zo kan noch in belgië, noch in Duitsland het loon stijgen, en wordt de werkmens te weinig betaald. En daardoor maakt de kapitalist meer winst. In wat voor een mooie wereld leven we toch ? Ja, voor de kapitalist, maar niet voor de werkmens. En het systeem dat dat allemaal regelt heeft een naam: het kapitalisme: de macht ligt bij het kapitaal.

In onze contreien zijn de werkmensen er in geslaagd zich te organiseren in vakbonden die een tegenmacht pogen te vormen tegen de macht van het kapitaal. Dat lukt gedeeltelijk, onder andere door het wapen van de staking. Maar als het er op aankomt, is het altijd het kapitaal dat aan het langste eindje trekt. De vakbonden hebben niets kunnen doen aan de sluitingen van Renault Vilvoorde, Ford Genk, Volkswagen Vorst, Net zo min als aan de zogenaamde “herstructureringen” waarbij duizenden arbeiders hun job verloren. Denk aan Caterpillar, Axa verzekeringen, Printing Partners, IBM, P&V verzekeringen, Halliburton, MS Mode en Douwe Egberts, allemaal in 2016. De vakbonden staan dan machteloos. Ze kunnen enkel nog wat kruimels uit de band slepen. Een van die kruimels is dan het brugpensioen voor oudere werknemers. Maar dat brugpensioen komt van de belastingen. Het is dus niet de kapitalist, maar de gewone man die tussenkomt. Eigenlijk leveren wij allemaal in als de kapitalist de kans ziet om meer winst te maken door de loonlast te verminderen.

Maar nog eens: er zijn zeker kapitalisten die gewetenloze smeerlappen zijn, maar ook kapitalisten met een goed hart, maar die niet anders kunnen door de concurrentie. We moeten de strijd dus niet voeren tegen de kapitalist. Maar tegen het systeem. Dat is de fundamentele fout van de vakbonden: ze aanvaarden het systeem, en gaan binnen het systeem de strijd aan met het kapitaal. Een strijd die ze nooit kunnen winnen.

Ben ik daarom tegen de vakbonden ? Neen, want zonder hen zouden we nu in Indiase, of Amerikaanse toestanden zitten. Want na alles wat ik hier geschreven heb, zou je kunnen zeggen: maar eigenlijk hebben we het hier toch niet zo slecht. Ja, en dat hebben we aan de vakbonden te danken. Maar die kunnen enkel wat uit de brand slepen, zolang wij aan de kant van de winnaars staan in de wereldwijde concurrentiestrijd. Voorlopig winnen we nog door onze technologische voorsprong. Maar de globalisering maakt onze positie steeds zwakker. Vroeg of laat verliezen we de strijd tegen, bijvoorbeeld, de Chinezen, en dan zal de macht van de vakbonden verzwakken, en de werkende mens steeds meer in de armoede wegzakken. Dat is nu al bezig. Het aantal armen, of mensen op de armoedegrens stijgt nu al. En, het spijt me voor de neplinksen, maar dat is niet de schuld van de regering. Die had natuurlijk meer kunnen doen. Maar dat meer zou altijd neerkomen op meer herverdeling: wat de armen dan meer zouden krijgen, zou de middenklasse minder hebben. En dan kunnen de groenen, de socialisten, de pvda duizend maal zeggen dat we het geld moeten gaan halen bij de rijken – de rijken taks ! -, de macht ligt bij het kapitaal. En dat draait nooit op voor de miserie van de gewone man. Ook niet als de rijkentaks wettelijk zou worden. Een rijkentaks zou wat kruimels opbrengen, maar het hoort tot de essentie van het systeem: arbeid staat in dienst van het kapitaal, en dat wint altijd. En de overgrote meerderheid van de mensen vindt dat een goed systeem. Ook hier doet de hersenspoeling efficiënt haar werk.

2 Antwoorden op “Bij de nationale staking”

  1. De kritiek op het arbeidsmarkt systeem is correct, en gaat eigenlijk niet ver genoeg. Als Charles eieren op de mark verkoopt, gaat ie ervan uit dat die aan de gangbare marktprijs verkocht worden. Prijs afspraken zijn illegaal en heel wat multinationals zijn daarvoor reeds veroordeeld. Niet zo op de “arbeidsmarkt”, waar multinationals via “Benchmark meetings” vastleggen hoeveel een arbeider in een bepaalde functie mag kosten. Prijsafspraken tussen multinationals over lonen, dat mag dus blijkbaar wel.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *