Waarom is Geert Noels niet tegen concurrentie ?

Doorbraak

‘We leven vandaag in een nep-kapitalistisch systeem’

Wat hebben pakweg Walmart, Apple, het ziekenhuis in uw buurt en de Champions League voetbal met elkaar gemeen? ‘Gigantisme’, luidt het antwoord van econoom Geert Noels. Of anders gesteld: te grote winsten, een overdreven machtsconcentratie, oneerlijke concurrentievoordelen en een verregaande vervreemding van burger of consument. ‘Hoog tijd voor échte politieke moed om de uitwassen van ons huidige systeem te stoppen.’ Ze liggen niet zo dik gezaaid, de economen die een boek uitbrengen dat veel verder reikt dan de economische wetmatigheden…

Als er één econoom is in Vlaanderen waarvoor ik waardering heb (en er is slechts één), dan is het Geert Noels omdat hij bij mijn weten inderdaad het puur eenzijdige economische discours durft verlaten om het economische gebeuren in een maatschappelijke context te plaatsen. Hij is een econoom die durft filosoferen over de economie.

Zijn pleidooi om paal en perkt te stellen aan de grootschaligheid is correct. In mijn boek Eutopia is kleinschaligheid een belangrijk thema. Small is beautyfull en alles moet zo kleinschalig mogelijk. Daarbij moet natuurlijk rekening gehouden worden met een minimaal nodige schaalgrootte. En die hangt af van de aard van de zaak. Tot daar ben ik het dus volledig eens met Noels.

Maar grootschaligheid is niet het enige problemen binnen de kapitalistische economie. Zou het niet goed zijn dat hij ook de concurrentie eens onder de loep neemt ? Of is het zo evident dat concurrentie enkel positief is ? Noels heeft er wel al over nagedacht, want hij kadert de concurrentie in een mensvisie: de mens heeft concurrentie nodig om te presteren. Vanuit dat standpunt is het normaal dat hij niet verder nadenkt over de concurrentie. Maar misschien moet er toch ook eens wat dieper nagedacht worden over de stelling dat concurrentie nodig is. Ik denk dat het duidelijk is dat concurrentie de mens kàn stimuleren en motiveren. Maar is ze ook echt nodig ?

Concurrentie heeft voordelen. Maar waarom denkt Noels niet wat dieper na over de nefaste gevolgen van concurrentie ? Zo moet het ondertussen toch al duidelijk zijn dat concurrentie de neiging heeft om te escaleren.

Ook concurrentie gebeurt op verschillende schaalgroottes. Je kan de concurrentie tussen voetbalploegen als kleinschalig beschouwen, en de negatieve gevolgen er van, blijven dan beperkt. Maar ook die concurrentie escaleert en leidt dan tot hooliganisme en vechtpartijen tussen paraplugewapende moeders en krijsende grootmoeders bij jeugdwedstrijden. Dat er véél goed opgevoede mensen in staat zijn tot een fatsoenlijke omgang met de concurrentie van hun voetbalploegen toont niét aan dat escalatie niét ingebakken zit in het systeem. In die kleine schaalgrootte kan je je nog permitteren om enkel in te grijpen op het individuele niveau van de “daders”. Maar wat met de grootschalige concurrentie tussen wereldmachten, die een tijd lang relatief goed werd beheerst, maar nu onvermijdelijk uitmondt in handelsoorlogen ? En we weten dat handelsoorlogen verder evolueren naar militaire oorlogen ? Iedereen wijst nu naar Trump die deze handelsoorlogen zou ontketend hebben. Nu is Trump natuurlijk een omhooggetrokken idioot, maar eigenlijk zijn die handelsoorlogen al begonnen onder de heilige Obama. Met andere woorden: Trump neemt de beslissingen die worden opgedrongen door het proces van de concurrentie, en als hij er niet was om ze te nemen, zou iemand anders ze nemen. Ook een Amerikaanse democraat.

Ik heb het al aangegeven: het kapitalisme is een systeem dat van de ene fase naar de volgende verloopt, en dat vroeg of laat in een fase komt waarin het systeem enkel te handhaven is door een (grote) oorlog. Wie de wereldfeiten van de laatste jaren bekijkt, ziet dat we stilaan dieper en dieper in die fase zitten. Daarbij wordt het economisch gebeuren dan gevolgd door het militaire gebeuren: ook de militaire spanningen lopen op, wapenverdragen worden stopgezet, en er wordt opnieuw op moderne bewapening ingezet. Dat zijn allemaal signalen van de oorlogsfase waarin we zijn terecht gekomen. En de motor van heel dat gebeuren is de concurrentie.

Dat er veel mensen zijn die niet kunnen geloven dat zo’n oorlog er komt, doet niet terzake. De dag voor de Duitsers belgië binnen vielen waren er nog heel wat belgen die er vast van overtuigd waren dat die oorlog er niet zou komen.

Misschien moeten we eens gaan nadenken over een systeem waarin de concurrentie vervangen wordt door samenwerking ? Ik zeg niet dat we alle concurrentie zo maar moeten afschaffen. Heel wat mensen hebben concurrentie nodig om te presteren. Maar moeten we daarom de concurrentie cultiveren ?

Bij die stelling dat we de concurrentie nodig hebben om te presteren wil ik toch nog één bedenking formuleren. In hoeverre hebben gewone arbeiders in een fabriek concurrentie nodig om te presteren ? Die mensen presteren ook zonder onderlinge concurrentie en hun motivatie is hun loon. Dat betekent dat de concurrentie in het kapitalistisch economisch gebeuren niet noodzakelijk is op het niveau van de arbeid, maar enkel op het niveau van het kapitaal. Een arbeider werkt om te leven. Een kapitalist “werkt” om rijk te worden en moet daarom anderen verslaan . Dat er ook arbeiders zijn die rijk willen worden en daarvoor op de Lotto spelen, doet niet terzake. Als je er van uitgaat dat samenwerking een meer humanistische houding is dan concurrentie, en dat de menselijk lagere concurrentie zich voornamelijk afspeelt op het niveau van het kapitaal, moet de conclusie dan niet zijn dat er iets moet gebeuren op het vlak van het kapitaal ? Maar als je dat doet heb niet enkel het nepkapitalisme waar Noels van spreekt, maar heb je gewoon géén kapitalisme meer. En dat is voor Noels ondenkbaar. Spijtig. 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *