Bezinning op zondag

Prediker 1,2; 2,21-23

Lucas 12,13-21

Over rijken heb ik het graag. Op zich heb ik niets tegen rijkdom. God heeft het lekkers van de aarde niet geschapen om ons er niet van te laten genieten. Maar bij die rijkdom stellen zich twee vragen: hoe heeft de rijke die rijkdom verworven ? En wat doet hij er mee ?

Op de eerste vraag geeft de eerste lezing het antwoord. Ze komt uit het boek Prediker. Ik citeer:

IJdelheid der ijdelheden, zegt Prediker,
ijdelheid der ijdelheden, en alles is ijdelheid!
Er zijn mensen die zich aftobben en inspannen
met wijsheid en kennis van zaken,
maar wat ze verdienen, moeten ze afgeven aan anderen
die zich niet inspanden.
Ook dat is ijdelheid en grote onbillijkheid.

Allereerst dit: het woordje ijdelheid slaat hier niet op verwaandheid, pronkzucht of narcisme, maar op zinloosheid.

Voor de rest is de tekst duidelijk: we krijgen een perfecte beschrijving van de relatie tussen een kapitalist en zijn werkvolk. Een kapitalist is iemand die anderen voor zich laat werken. Ja, zegt de prediker, dat is onrechtvaardig.

Let op: het gaat hier niet om uitbuiting, corruptie of belastingontduiking, en toch is het niet rechtvaardig.

Maar het is ook zinloos, zoals blijkt uit de gelijkenis van het evangelie. Citaat:

“Pas op en wacht u voor alle hebzucht!
Want geen enkel bezit, al is het nog zo overvloedig 
kan uw leven veilig stellen.”
Hij vertelde hun de volgende gelijkenis:
Het land van een rijk man 
had een grote oogst opgeleverd.
Daarom overlegde deze bij zichzelf:
Wat moet ik doen?
Ik heb geen ruimte om mijn oogst te bergen.
En hij zei:
Dit ga ik doen:
ik breek mijn schuren af en bouw grotere:
daarin zal ik dan 
heel mijn rijkdom aan koren opbergen.
Dan zal ik tot mijzelf zeggen:
Man, je hebt een grote rijkdom liggen, 
voor lange jaren;
rust nu uit,
eet en drink en geniet ervan!
Maar God sprak tot hem:
Dwaas!
Nog deze nacht komt men je leven van je opeisen;
en al die voorzieningen die je getroffen hebt,
voor wie zijn die dan?
Zo vergaat het iemand 
die schatten vergaart voor zichzelf
maar niet rijk is bij God.”

Deze tekst geeft het antwoord op de vraag: wat doet hij er mee ?

Dezer rijke blijkt nogal egocentrisch te zijn: hij kan enkel spreken in de ik-vorm. Meer nog, zijn rijkdom is van en voor hem alleen, voor eten en drinken en luilekker genieten. En ja, dat kan pure ijdelheid zijn omdat je nooit kan weten hoe lang je nog te leven hebt. Maar zelfs als je wel nog vele jaren voor je hebt, is  het nog allemaal ijdelheid als je niet rijk bent bij God. En, voor de zoveelste maal: wie is God ? Hij is onvoorwaardelijke liefde. Als je rijk bent bij God betekent dat, dat je rijk bent in liefde. Het gaat er om dat je niet enkel je genieten deelt, maar je hele rijkdom. Want neen, de Prediker zei het al: die rijke kan wel spreken in de ik-vorm, maar hij kan zijn rijkdom onmogelijk enkel door zijn eigen werk verworven hebben. En dus vraagt de billijkheid dat de werkers meedelen in zijn rijkdom. “In de billijkheid” zou dan betekenen dat zijn medewerkers betaald worden voor hun arbeid. Wij hebben dan de reflex om die mensen een goed loon uit te betalen. Maar we laten de winst intact, en het is juist die winst die de rijke rijk maakt. Dan komt opnieuw de vraag: wat doet hij met die rijkdom ? Blijkbaar is een goed loon uitbetalen voor de God van de Liefde niet genoeg. Misschien leert deze tekst ons dat we niet enkel loon moeten uitbetalen, maar de medewerkers moeten laten delen in de hele opbrengst, de winst inbegrepen. Je kan dan ook stellen dat er eigenlijk geen winst meer is voor de rijke alleen. Ja, ik weet het, er zijn argumenten om de winst te verantwoorden. Denk maar aan het nemen van risico’s. Maar die argumenten speelden blijkbaar niet voor Jezus. Daar stond hij boven. Dat “er boven staan” is nogal typisch voor God. En ja, Jezus kon onmogelijk de zaken bedenken, zoals ik het hier heb gedaan. Zijn denken was interpersoonlijk en kon onmogelijk structureel zijn. En in zijn tijd kon hij geen weet hebben van het kapitalisme. Maar hoe dan ook stellen deze teksten toch het kapitalisme in vraag. Ik ben er van overtuigd dat Jezus, als hij in onze tijd had geleefd, wél die structurele vragen zou gesteld hebben.

Onbillijkheid en ijdelheid. Of nog: Fellini heeft het al mooi aangetoond in zijn beroemde film “La Dolce Vita”. Het thema komt terug in het vroegere cultboekje “Bonjour Tristesse” van Françoise Sagan.  De God van de Liefde is ook de God van het Geluk. En daar neemt de rijke niet aan deel.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *