Waarom is goedkope arbeid noodzakelijk ?

Knack

Boris Verbrugge en Sara Geenen

‘Goedkope arbeid is een cruciale grondstof voor de wereldeconomie’

Het coronavirus dreigt de productie van iPhones in de war te sturen, omdat de Chinese leveranciers van Apple gedwongen worden om maatregelen te nemen om de verspreiding van het virus tegen te gaan. ‘Dit bericht vestigt onbedoeld de aandacht op de complexiteit van globale productieketens, en op de cruciale rol die flexibele en goedkope arbeid daarin vervult’, schrijven Boris Verbrugge en Sara Geenen

Zo, nu hoor je het ook eens van een ander; van iemand die gestudeerd heeft en een diploma behaald.

Op het eerste zicht lijkt de stelling van Verbrugge en Geenen een evidentie: voor een bloeiende wereldeconomie is goedkope arbeid een noodzaak. Maar er zitten wel nog enkele vragen addertje onder het gras te spelen.

De eerste vraag daarbij: maar waarom is dat eigenlijk zo ? Op die vraag antwoorden de auteurs niet. Je kan natuurlijk op de oppervlakte blijven en zeggen dat te dure producten niet verkocht geraken. Maar daarbij is er toch iets raars: de mensen die die producten maken, verdienen niet genoeg om ze zelf te kopen. Zou het dan voor de wereldeconomie niet beter zijn om die mensen meer loon te betalen zodat ook zij de producten kunnen kopen ?

Je moet geen geschoolde econoom zijn om in te zien dat dit een domme vraag is. Het antwoord is duidelijk: als je die mensen meer betaalt, kan niémand die producten nog kopen, ook wij niet. Maar die domme vraag leidt wel tot de vraag: waarom verdienen wij genoeg om die producten te kopen, en de makers er van niet ? Waarom is het noodzakelijk dat er een grote ongelijkheid in inkomen is, om de wereldeconomie op gang te houden ? Waarom is het ondenkbaar dat de wereldeconomie zou floreren als iedereen over de hele wereld ongeveer hetzelfde zou verdienen, natuurlijk de CEO’s uitgezonderd, want psychopaten hebben in onze wereld nu eenmaal een beentje voor. Wie een beetje om menselijkheid en rechtvaardigheid geeft, zou toch moeten streven naar zo ’n wereldeconomie waarin de welstand een beetje eerlijk verdeeld is ? Wat is dat voor een economie waarin eerlijke verdeling gewoon onmogelijk is ?

De kern van de zaak is de concurrentie. Die heeft haar voordelen want ze motiveert mensen om te presteren. En ze lijkt ook ingebakken in de menselijke aard. Maar als die concurrentie leidt tot onaanvaardbare ongelijkheid en ontmenselijking van het grootste deel van de wereldbevolking, moeten we er ons in ieder geval toch vragen bij stellen. Maar dat mag niet. Probeer maar eens een discussie aan te gaan waarbij je de concurrentie in vraag stelt. Je gesprekspartner – behalve als ik het zou zijn – zal zelfs niet nadenken over je vraag. Je wordt dadelijk in een hokje geduwd. Je bent een communist. Remember Stalin en Mao.

Neen, ik ben geen communist. En neen, ik ben geen sympathisant van Stalin of Mao. Want die communistische criminelen hebben miljoenen mensenlevens op hun geweten. Maar waarom weigeren de goedmenende gemanipuleerden in te zien dat de concurrentie even goed miljoenen mensenlevens kost of in ieder geval grondig verbrod. Elk jaar opnieuw. Bij Stalin of Mao stopte het toen ze – veel te laat – het loodje legden. Maar bij de concurrentie stopt het nooit.

De concurrentie op de vrije markt leidt er toe dat iemand die een gelijkwaardig product op de markt brengt, het niet verkocht krijgt als het duurder is dan een ander gelijkwaardig product. Dat betekent dat hij de maakprijs van dat product moet drukken. Maar ook dat hij die maakprijs nooit genoeg kan drukken omdat elders anderen ook alle kennis en kunde inzetten om nog lager te gaan. Bij die maakprijs hoort ook het loon van de werkers. Zelfs de menslievende ondernemer kan dus niet anders dan zijn werkvolk zo weinig mogelijk betalen. Nu kan je natuurlijk loonafspraken maken, maar dat werkt slechts plaatselijk. Bijvoorbeeld binnen belgië kan je zo ’n afspraken maken door onderhandelingen tussen de sociale partners. Maar op Europese schaal blijkt het al niet meer mogelijk, om niet te spreken van de mondiale schaal.

Dan stoten we op een van de paradoxen van het kapitalisme: de lonen moeten zo laag mogelijk zijn voor de productie, maar voor de consumptie moeten ze zo hoog mogelijk zijn, want anders kunnen de werkers de producten niet kopen, en een onverkocht product brengt niets op en is zelfs een verliespost.

Het systeem heeft de loonvorming niet in de hand. In theorie zou er een evenwicht kunnen zijn tussen maakprijs en consumptiemogelijkheid, maar het is onwaarschijnlijk dat dit op wereldschaal ooit voorkomt, en als dat al zo zou zijn, zou het slechts voor een korte periode gelden. Dat geeft een dubbel resultaat: slechtbetaalde werkers produceren voor het comfort van goedbetaalde werkers en de economie is nooit in evenwicht: er zijn altijd periodes van groei en dan weer van recessie.

Het is niet moeilijk om dat te herkennen in de toestand van vandaag.

En de oorzaak ligt in het systeem. En meer concreet: in de concurrentie. De sterkere prestatie als voordeel van de concurrentie weegt in mijn ogen niet op tegen een toestand waarin kinderen op levensgevaar tegen een hongerloon door mijnen kruipen om mij een betaalbare foon te bezorgen. En dat de concurrentie tot de menselijke aard behoort, is al evenmin een systeem, want als je dat zo maar aanvaardt, dan aanvaardt je gewoon menselijke slechtheid. Maak je dan ook niet meer druk over iemand die omwille van geld een moord pleegt. En dat is dan ook wat er in de feiten gebeurt: wij maken er ons niet druk om dat kapitalisten kinderen de dood injagen omwille van hun winst; en ons comfort.

De mensen die het kapitalisme verdedigen zijn medeschuldig aan deze moorden. En ja, ik geef toe: ook ik profiteer er van. Maar ik vecht tenminste tegen het systeem.

 

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *