Over Euthanasie (1/2)

Doorbraak

John Croughs

Ik wil dood!

Euthanasie als uitzonderlijk recht  

Mijn ooit zo robuuste, stoere grootvader smeekte mij dagelijks, met bijna onverstaanbare stem, om te mogen sterven. Door middel van euthanasie welteverstaan. Met 91 jaren op de teller en al heel wat jaren verzwakt door hart- en longproblemen  was hij gedoemd tot een zittend of liggend leven. Al meerdere keren zei hij me klaar en duidelijk: ‘John, als het slechter wordt dan hoe het nu is, dan stopt het voor mij.’ Op een dag kwam hij voor de zoveelste keer ten val en brak zijn heilig beentje dat zich ergens ter hoogte van het zitvlak bevindt. Na de niet zo moeilijke operatie traden er complicaties op door zijn hart- en longproblemen. Voor we het wel en goed beseften at hij niet meer en takelde hij zienderogen af. De fut was eruit. Hij wist dat hij een restleven tegemoet ging dat hij niet wilde (be)leven

Jullie weten dat ik de neiging heb om met scherp op de pianist te schieten. Soms heb ik daar later spijt van. Meestal geniet ik er van.

Als het over euthanasie ging heb ik met scherp geschoten op Distelmans en consoorten. Daar heb ik niet van genoten, maar ik heb er ook geen spijt van. De aandachtige lezer zal hebben opgemerkt dat ik het daarbij minder over euthanasie zelf had dan over het absolute zelfbeschikkingsrecht dat deze heidenen propageren. Hiermee heb ik niet gezegd dat alle heidenen het absolute zelfbeschikkingsrecht propageren.

Op John Croughs kan ik niet schieten omdat ik zijn bijdrage hier grondig waardeer. Ze lijkt me een evenwichtig pleidooi dat de nadruk legt op het ondraaglijke lijden. Waarschijnlijk de enige geldige verantwoording voor euthanasie. Ik zeg “waarschijnlijk” omdat een mens in dit soort zaken voorzichtig moet zijn en niet te snel moet denken dat zijn standpunt van vandaag morgen nog hetzelfde zal zijn. Ethische inzichten evolueren, zowel in de geschiedenis van de mensheid als in mensen zelf.

Voor de niet zo goede verstaander: wat ik hierboven stel betekent dus dat ik euthanasie aanvaard in geval van ondraaglijk en onomkeerbaar lijden. Dat is een principe. 

Wanneer is lijden ondraaglijk en onomkeerbaar ? Die vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden. Soms is het duidelijk voor iedereen, zowel voor de betrokkene als voor zijn omgeving. Maar dat is lang niet altijd zo.

In ieder geval zal het subjectieve aanvoelen van de patiënt mee in rekening moeten worden gebracht. Maar het kan niet alleen beslissend zijn, want het aanvoelen van mensen is altijd het aanvoelen van nu. Dat blijft zo, ook als dat “nu” lang duurt.

De onomkeerbaarheid kan daarvoor een oplossing bieden, want die is niet subjectief, maar een objectief medisch feit. Dat medici zich kunnen vergissen is niet terzake.

Croughs heeft gelijk als hij zegt dat euthanasie weliswaar een recht, maar toch ook een uitzonderlijk recht is.

Mensen die van abortus en euthanasie een gewone medische handeling willen maken glijden in mijn ogen af naar een niveau van menselijkheid dat ik hier verder niet wil beschrijven.

Het principe is duidelijk: euthanasie moet zo veel mogelijk vermeden worden, en zo lang mogelijk worden uitgesteld. Hiermee pleit ik niet voor medische hardnekkigheid. Zelfs de oerconservatieve Paus Benedictus de teveelste, wees medische hardnekkigheid af. Ik heb het wel over pijnbestrijding. Want pijnbestrijding kan lijden dat onverdraaglijk is, ombuigen naar verdraaglijk. Op dat vlak is er grote vooruitgang gemaakt. Toch zijn ook nu de mogelijkheden niet onbeperkt. De beperking ligt er in dat men door een te sterke pijnbestrijding het leven van de patiënt in gevaar brengt. 

Ik kan me grondig vergissen – ik ben geen medicus – maar ik denk dat er te weinig wordt gedacht aan pijnbestrijding die doorgaat, ook als ze het leven zou beëindigen. Samen met het stopzetten van medische ingrepen, zou dit een oplossing kunnen zijn voor een ethisch probleem. We kunnen dan misschien niet meer in strikte zin over euthanasie spreken, maar in feite leidt het wel tot sterven. Natuurlijk moet dit gebeuren in samenspraak met de patiënt.

Tot nu toe ben ik er van uitgegaan dat de patiënt wilsbekwaam is. Maar wat met – bijvoorbeeld – dementerenden ?

Eerst dit: er zijn heel wat dementerenden die weliswaar in de ogen van velen mensonwaardig leven, maar die niet lijden. Over die mensen gaat het hier niet. Ik ben het dan ook niet eens met de huidige wetsvoorstellen waarbij mensen nog voor een eventuele dementie kunnen vastleggen in welke omstandigheden ze als gevolg van dementie, euthanasie willen. Hiermee ga je in mijn ogen te ver weg van de basisidee van ondraaglijk en onomkeerbaar lijden, en hel je te ver over naar absoluut zelfbeschikkingsrecht.

Het komt er op neer dat ik nu misschien wel kan vinden dat het maar moet stoppen als men mij moet voederen; en dat ik dat aangeef als het moment voor euthanasie. Maar misschien vind ik het leven op het moment dat het zo ver is, eigenlijk wel nog draaglijk ? 

In de juiste omstandigheden (ondraaglijk en onomkeerbaar lijden) kan het verantwoord zijn om iemand te helpen met sterven als hij daar zelf om vraagt. Maar kan iemand anders beslissen dat ik dood mag/moet ? Het gaat hier om een actief ingrijpen dat de dood tot gevolg heeft. 

Het zelfbeschikkingsrecht is bij dementie uitgeschakeld. Daarmee is euthanasie in principe uitgesloten.

Ook hier kan het principe van pijnbestrijding, soelaas bieden. Want een arts heeft geen toestemming nodig van de patiënt om zijn pijn te bestrijden. Ik denk dat het ethisch verantwoord is om de pijnbestrijding te versterken en verder te zetten, ook als dit het sterven zou versnellen. Het zwakke punt hier is het aspect van de onverdraaglijkheid van het lijden. Hoe weet een arts dat dit lijden voor deze dementerende onverdraaglijk is ?

We stoten hier op het probleem van de oprecht bezorgde familieleden die het lijden van een geliefde niet meer kunnen aanzien en dan om euthanasie vragen. Stellen ze die vraag dan voor het goed van de lijdende, of (ook) voor zichzelf om er van verlost te zijn om dit nog te moeten aanzien ?

ik denk dat dit kan opgelost worden door de beslissing om de pijnbestrijding door te zetten, te laten nemen door een kleine groep van mensen en, belangrijk: met consensus. In deze groep zou dan de naaste familie, een comité van artsen, en de verzorgenden moeten samen komen, om de zaak te bespreken om tot een unanieme beslissing te komen om tot de laatste dosis over te gaan. Hierbij kan er gedacht worden aan een spreiding in de tijd, en een bepaald aantal samenkomsten.

Maar ik besef dat ik hier misschien wel mijn kennis en inzicht te buiten ga. Aanzie dit dus niet als een verworvenheid van denken. Het is mogelijk dat ik er binnen enkele maanden anders over schrijf.

Croughs heeft het over religie als basis voor een houding tegenover abortus. Morgen wil ik daar dieper op ingaan.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *