Waarom heeft de overheid veel geld voor steun aan bedrijven en veel minder voor steun aan gewone mensen ?

VRTNWS

Ondanks solidariteit van buren speelt zich in mijn wijk een coronadrama af Wim Vermeersch woont in de Brugse Poort in Gent, een volkswijk met een armoedeproblematiek. Voor veel van zijn buren zijn de steunmaatregelen onvoldoende om heelhuids door de coronacrisis te raken

Een mooi artikel, aangenaam om lezen van iemand met het hart op de juiste plaats. En toch – ik zou mezelf niet zijn als ik niet “en toch” zou zeggen…

Vermeersch heeft het over het gebrek aan steun vanwege de overheid voor de “gewone mensen” en vergelijkt die met de miljarden die plots beschikbaar zijn voor de bedrijven. Zijn overweging is natuurlijk juist, maar ik mis toch wat dieper doordenken.

Ten eerste: meer en meer word ik er van overtuigd dat veel mensen niet beseffen in wat voor een geprivilegieerd stukje van de wereld ze leven. Er is hier tenminste nog steun vanwege de overheid voor gewone mensen. Niet genoeg, maar er is er. Maar die situatie beperkt zich tot Europa. Elders in de wereld is er geen sprake van. Ik heb  het al herhaaldelijk gezegd: die steun is er gekomen in speciale economische en politieke omstandigheden na de tweede wereldoorlog waarbij die steun ook interessant was voor de economie en het kapitaal. Die omstandigheden hebben zich blijkbaar slechts éénmaal en precies bij ons voorgedaan. Misschien moet ik daar in een andere blog toch nog eens opnieuw dieper op in gaan. Die omstandigheden zijn voorbij, en geleidelijk aan wordt de steun van de overheid aan de gewone mensen dan ook afgebroken. Maar er is nog altijd (te weinig) steun. In feite is dat geen normale toestand. Vermeersch schijnt niet te beseffen dat in ons economisch systeem steun vanwege de overheid aan gewone mensen normaal niet bestaat. Kijk buiten Europa, en je begrijpt wat ik bedoel.

In ons systeem staat de overheid per definitie in dienst van het kapitaal. Als het de kapitalist goed uitkomt zal hij misschien wat kruimels van zijn rijk gedekte tafel laten vallen voor het plebs aan zijn voeten, maar dat is niet uit menslievendheid, maar als het hem goed uitkomt.

Als Vermeersch aanklaagt dat de overheid wél geld heeft voor de economie, en niet voor de gewone mensen, moet hij niet enkel de overheid aanklagen, maar ook het systeem dat de overheid in die rol duwt.

Ja maar zeggen de groenen, de socialisten, en de pvda-ers dan: het is toch simpel: blijkbaar is het geld er, het volstaat dan toch dat de door ons verkozen politiekers de juiste sociale wetten stemmen om de solidariteit te organiseren ?

De slogan is oud en versleten: haal het geld waar het is… Het is een evidentie. Maar waarom is het er dan nog nooit gehaald ? Het kan toch niet dat de overgrote meerderheid van de door ons verkozen politici meer dan een eeuw lang, elke generatie opnieuw, uit graaiers bestaat ? En als de grote meerderheid geen graaiers zijn, waarom hebben ze het geld dan nooit gehaald waar het is ? Dat hebben ze nooit gedaan, ook niet in ons geprivilegieerd Europa ?

Het antwoord is simpel: ze kunnen het niet. Het is binnen het systeem niet mogelijk. De pleidooien voor een rijkentaks zijn woorden in de wind. Elk zaadje dat de pvda plant voor een rijkentaks, wordt vermalen in de kapitalistische molen.

De oorzaak is duidelijk: de overheden besturen staten, en de economieën van die staten moeten met mekaar concurreren. De Duitse economie is een concurrent van de belgische, net zoals de Hollandse of de Franse. Als in Duitsland de lonen dalen, zeggen onze politici, ook de zogenaamde linksen, dat ook bij ons de lonen moeten dalen, want anders kunnen we niet meer concurreren met de Duitsers. En als bij ons de lonen dalen, zeggen de Duitse politici hetzelfde…Soms verliest belgië die concurrentieslag en dan verhuist een gedeelte van onze industrie naar een lage loonland.

Het mag dus duidelijk zijn dat precies door de concurrentie het kapitaal eigenlijk de baas is. De politici kunnen niet anders dan het kapitaal dienen, want als ze dat niet doen, stort de economie in mekaar; is er massale werkloosheid; en nog massalere armoede.

Dàt is het drama van onze nep linksen: ze vechten tegen een neokapitalistische politiek, maar niet tegen het neokapitalistische systeem, want als ze dat wel deden, zouden ze er voor vechten om wereldwijd de concurrentie uit te schakelen. Ja, er zijn er die zeggen dat ze tegenstander zijn van het neokapitalisme, maar ook dat zijn woorden in de wind en praat voor de vaak, want in feite proberen ze enkel binnen dat systeem een sociale politiek te voeren. Daarbij beseffen ze niet dat die sociale politiek binnen dat systeem niet mogelijk is. Ik heb hierboven uitgelegd waarom. 

Of nog: wie binnen het neokapitalistische systeem niet een neokapitalistische politiek voert, creëert armoede. Ik heb het hierboven uitgelegd.

En nu word ik heel cynisch: als ik mijn logica volg, moet ik het eens zijn met de neoliberale politiek van de Vlaamse regering. We zien waar de niet-neokapitalistische politiek van de Waals regering toe leidt: armoede. Om die armoede een beetje draagbaar te houden, doet het arme socialistische Wallonië dan beroep op het rijke neokapitalistische Vlaanderen… Dat wordt dan solidariteit genoemd. Noteer dat ik nu even het cynisme beoefen ! 

En ja, de nep linksen huilen nu de strijdkreet en slijpen de messen om de rechtse trol Charles Maymarx een kopje kleiner te maken omdat ik de asociale neokapitalistische politiek van Jambon zou verdedigen.  Dat Jambon en ik ook geestesgenoten zijn in ons anti-belgicisme wakkert het nep links gehuil nog aan.

Maar willen ze a.u.b. niet vergeten dat ze in mijn ogen niet echt links zijn ? Neen, ik ben niet voor het kapitalisme, en niet voor de neoliberale politiek van Jambon, ook al zijn we beiden anti-belgisch. Ik ben tegen het neokapitalisme. Dat kan je van die nep linksen niet zeggen, want ik zie ze niet werken aan een economie waarin de concurrentie is uitgeschakeld. En van cynisme hebben ze ook al niets begrepen.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *