Over helikoptergeld en de afschaffing van de stad

Oikos

Dirk Holemans

‘Geef gratis geld aan duurzame steden’

‘Duurzame steden zijn in de huidige onzekere tijden de laboratoria van hoop voor een betere toekomst. Zij schrijven een nieuw toekomstverhaal voor Europa’, schreef Dirk Holemans in 2016. Nu de discussie over helikoptergeld weer hoog oplaait, diepten we dit opiniestuk opnieuw op.

Er zijn dus nog mensen die creatief nadenken en begane paden durven verlaten. De ideeën die in dit artikel worden aangebracht zijn verfrissend en niet realistisch.

Ze zijn natuurlijk op zich wel realistisch, maar niet als je naar de mensen kijkt die de macht hebben om ze te realiseren. Gelooft nu iemand écht dat je de banken kan voorbijgaan als het gaat over de behandeling van geld ? 

Het gaat om macht en winst. We leven in het kapitalisme, en dus zal er niets gebeuren wat niet op de een of andere manier aan de een of andere winst oplevert. De mensen aan de macht zijn precies de mensen die het meest op winst uit zijn. De mensen die in belgië het idee van helikoptergeld voorstaan, zijn niet de mensen aan de macht. Het zijn vooraanstaande professoren die zeker invloed hebben, maar als ze bepaalde mensen aan de macht er niet van kunnen overtuigen dat hun voorstellen hen winst opleveren, zullen hun voorstellen niet gerealiseerd worden.

Maar de idee van helikoptergeld op zich is wel interessant. Hier gaat het natuurlijk om een toepassing binnen het kapitalisme, bedoeld als een tijdelijke maatregel om de consumptie aan te zwengelen, en zo de economie een opstoot te geven.

Maar wat als we dat helikoptergeld nu eens als een permanente maatregel zouden invoeren als een vorm van basisinkomen voor iedereen ? Daar zou natuurlijk wel iets tegenover moeten staan. Wie krijgt moet ook geven. Ik denk daarbij aan allerlei vormen van arbeid die maatschappelijk waardevol zijn, maar niet dadelijk in aanmerking komen voor inschakeling in het reguliere economische gebeuren. Voor mij gaat dat van de opvoeding van de kinderen, via mantelzorg tot het voorzitterschap van een amateur !!! voetbalclub. Er is tegenwoordig sprake van verplichte gemeenschapsdienst. Ik ben daar voor, maar dan wel in het kader van dat basisinkomen. Dat inkomen zou dan natuurlijk zo hoog moeten zijn dat mensen er fatsoenlijk van kunnen leven. Eigenlijk zou het de verwezenlijking moeten zijn van de mensenrechten die iedereen belijdt, maar die weinigen echt consequent doortrekken in de praktijk. Maar nogmaals: ook wie beroep doet op een mensenrecht, moet bereid zijn om een tegenprestatie te leveren. Daar is nog veel meer over te zeggen. En alles hangt samen met alles. Als je mijn voorstel voor een basisinkomen loskoppelt van andere economische en maatschappelijke structuren – de fout die ik zelf hier in dit bedenksel maak ! – heeft het natuurlijk weinig zin. Maar in mijn boek Eutopia is het wel een deel van een veel groter geheel. Dus kan ik je enkel nog heel beleefd vragen: ga op deze website naar de rubriek Publicaties. Daar kan je Eutopia gratis lezen en/of downloaden, ook in ebookformaat.

Ik wil toch nog iets kwijt over die steden. Steden zouden niet mogen bestaan. In de bijbel is er het verhaal van de Toren van Babel die eigenlijk een grote stad was. Blijkbaar had Jahweh het niet zo voor grote steden, en daar waar de mensen eerst nog éénzelfde taal spraken, heeft hij verschillende talen ingevoerd. Dat was een efficiënte manier om de samenleving te ontwrichten. Misschien moeten de mensen die nu zo pleiten voor een multiculturele samenleving daar toch eens over nadenken.

Mensen zijn niet gemaakt om op mekaar gepakt op een kleine ruimte samen te leven. Net zoals mensen niet gemaakt zijn om boven mekaar te gaan leven. Mensen moeten met hun voeten op de grond staan. Het is niet voor niets dat het bijbelverhaal over een toren gaat. Het betekent een fundamentele kritiek op torengebouwen. 

Als we een echt menswaardige samenleving willen, dan wonen de mensen in wijken in huizen met maximum één verdieping, met voor ieder huis een moestuintje met selder en pompoenen, zodat de mensen die voorbijkomen een praatje kunnen slaan over de aanbevolen waterbedeling aan pompoenen. Achter het huis heeft iedereen ook een tuintje met een hoekje voor private naaktheid en een uitgang naar een gezamenlijk speelveld voor de kinderen. Het is belangrijk dat in ieder achtertuintje ook minstens één boom staat en het grootste gedeelte niet bedekt is met tegels, maar dat mensen echt op blote voeten de grond kunnen voelen en in het gras kunnen liggen.

De verwarming van de huizen wordt aangestuurd vanuit één centrale verwarming voor de hele wijk, uiteraard ecologisch en klimatologisch opgewekt…

En ja, nu hoor ik de kritikasters (die zijn er altijd – ik ben er zelf een) al roepen dat er daarvoor geen plaats genoeg is. Natuurlijk is er wél plaats genoeg. We moeten enkel wat nu nog bos en natuurgebied is gebruiken om mensen te laten wonen. Ik snap het niet: ze heten dat natuurgebied, maar in feite is er niets natuurlijks meer aan. In onze geïndustrialiseerde landen is er geen natuur meer. Als we het goed aanpakken kunnen alle mensen in een parkgebied wonen en in de  natuur. Dat zou toch veel menselijker zijn dan mensen in een totaal onnatuurlijke omgeving als een stad te laten hokken ?

Zal dat betekenen dat de bruine breedsmoelkikker niet meer voorkomt in Vlaanderen ? Het weze zo. Maar ik hou wel van de bruine- en andere breedsmoelkikkers – niet van Patrick De Wael – en dus is het belangrijk dat er ook nog échte wildparken in stand worden gehouden, échte natuurgebieden over grote aaneengesloten oppervlakten die de natuur en de natuurlijke selectie hun gang laten gaan. Ik ben er zeker van dat de bruine breedsmoelkikker zich daar moeiteloos staande houdt. En op de VRT laten ze dan iedere avond voor het slapengaan de zang horen van een of ander gevogeltje, het gekwaak van een kikker of het gemekker van een geit. Maar van geiten houd ik niet. Geef me dan maar de roep van de bronstige oer os. Os ?

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *