Zijn transfers solidariteit ?

Doorbraak

Geert Jennes en Klaas Staal

Een transferunie voor de eurozone?

Liever een mini-VS dan een maxi-België

De gebrekkige economische integratie en de grote culturele verschillen tussen de lidstaten van de eurozone pleiten tegen substantiële inkomensverzekering op het niveau van de eurozone. Het zou het Belgische model van permanente solidariteit tussen noord en zuid kopiëren naar een hoger niveau

Voortdurend stel ik vast dat nogal wat mensen eigenlijk niet weten wat het woord solidariteit betekent en het verwarren met liefdadigheid.

Ik wordt getroffen door de armoede in Afrika en wil er iets aan doen om die mensen te helpen. Dat is liefdadigheid. Essentieel daarin is dat ik niets terug verwacht van die armen. Ik kan natuurlijk verwachten dat ze mijn geld goed gebruiken. Ik kan hen leren vissen in plaats van hen vis te geven. Als ik bij hen een waterpomp heb geïnstalleerd, verwacht ik natuurlijk dat ze die onderhouden. En als ik moet vaststellen dat mijn/hun pomp er na een jaar verroest en niet meer werkbaar bijlig, kan ik mijn hulp ontgoocheld stopzetten. Maar ik verwacht geen tegenprestatie die mij ten goede komt. Dat is liefdadigheid.

In solidariteit is de tegenprestatie essentieel. Om het simpel voor te stellen geef ik een voorbeeld: een ziekenkas. Iemand kan slechts “geholpen” worden door de ziekenkas als hij lid is. En dus ook bij legt in de kas. Juist omdat hij bijlegt heeft hij recht om te krijgen. De ziekenkas kan geen hulp weigeren, bijvoorbeeld omdat die mens ongezond leeft. Als ziekenkasbeheerder kan ik ontgoocheld zijn omdat ik het gevoelen heb dat de hulp weggesmeten geld is, maar anders dan bij mijn verroeste pomp in Afrika kan ik niet beslissen om de steun stop te zetten. Solidariteit is eigenlijk een contract. Verzekeringen zijn een vorm van solidariteit. Dat die vorm van solidariteit kan opgezet zijn om er winst uit te halen, doet niets af aan de kernbetekenis van solidariteit.

Bij verzekeringen is het simpel: je betaalt de premie, en klaar is Kees. Of je rijk bent of arm speelt geen rol. De premie is voor iedereen dezelfde. 

Als je solidariteit zo bepaalt kan je zelfs zeggen dat ze eigenlijk niets te maken heeft met sociaal zijn. Ik ken weinig mensen die een verzekering afsluiten uit sociaal idealisme.

Anders wordt het als je overgaat naar het principe: bijleggen naar vermogen, en krijgen naar nood. Pas op dat ogenblik is er sprake van transfers van geld van rijk naar arm.

Voor mij mag je het woord solidariteit verengen tot toepassing van dit principe. Je krijgt dan een rijke die veel bijlegt in de kas, en in geval van nood (een operatie) dezelfde tussenkomst krijgt als de arme die weinig heeft bijgelegd. Een arme legt weinig bij, maar krijgt evenveel als de rijke. Ik ben daar voor.

Je zou daarop kunnen doordenken en zelfs stellen dat de nood van een arme in dezelfde situatie groter is dan die van een rijke. Als een rijke en een arme hetzelfde remgeld moeten betalen bij een operatie, weegt dat meer door bij die arme.  

En dan komen de problemen.

Want hoe bepaal je of iemand bijlegt naar vermogen ?

Toch even er aan herinneren: wie niets bijlegt, deelt niet in de solidariteit. Hij speelt niet mee in het contract. Nu kan je aanvaarden dat iemand gedurende een zekere tijd wordt vrijgesteld van bijdrage, maar hij zal vroeger moeten bijgedragen hebben en ooit zal hij opnieuw moeten bijdragen. Met andere woorden: er moet een vooruitzicht zijn dat wie nu niets bijdraagt binnen een redelijke termijn wél opnieuw zal bijdragen. De bijdrage van een arme kan dan nog altijd kleiner zijn dan de bijdrage van een rijke. 

Maar dat  solidariteit veronderstelt dat de mens in nood ooit opnieuw zal bijdragen, betekent ook dat er van die mens verwacht wordt dat hij al het mogelijke zal doen om ooit opnieuw bekwaam te  worden om bij te dragen. Want als hij dat niet doet, ondergraaft hij de idee van solidariteit. Hij installeert zich dan in afhankelijkheid. Dat is volledig in tegenspraak met het doel van solidariteit: solidariteit wil precies bewerkstelligen dat mensen niet (meer) afhankelijk zijn van anderen, door hen door moeilijke periodes heen te helpen. Of nog: solidariteit is niet bedoeld om mensen in armoede te helpen om hun armoede te dragen, maar om hen uit hun armoede te halen.

Dàt is het probleem waar in dit artikel op gewezen wordt: er is twijfel of, bijvoorbeeld Italië, op Europees vlak, en Wallonië, op belgisch vlak, wel al het mogelijke doen om er terug boven op te komen. Sommigen twijfelen zelfs niet en zijn er zeker van dat ze niet al het mogelijke doen, en zich gewoon geïnstalleerd hebben in hun afhankelijkheid. Op dat ogenblik is er geen sprake meer van solidariteit, maar van bedelarij. Je krijgt dan iemand die de hand ophoudt terwijl hij weigert te werken.

Ik weet te weinig van Italië.

Als Wallonië er niet alles aan doet om er terug boven op te geraken, is het woord solidariteit in die belgische context bedrog.

En dan stoten we op het probleem van de cultuur. Er is een duidelijk verschil van arbeidscultuur tussen, grosso modo, Noord – en Zuid Europa. Het is opvallend dat de landen die nu beroep doen op de Europese solidariteit zich allemaal in het Zuiden situeren.

Ik maak me er gemakkelijk van af: zuiderlingen zijn meer levensgenieters. Daar is veel voor te zeggen. Het noordelijke geraas maakt mensen zeker niet gelukkiger. Maar dat houdt dan wel in dat de zuiderlingen er van overtuigd zijn dat ze er wél alles aan doen, terwijl de noorderlingen dat helemaal anders inschatten.

In Wallonië is er nog een ander probleem: de PS heeft een cliëntelisme geïnstalleerd dat sowieso een handicap is om tot een toestand te komen waarin de samenleving er alles aan doet om er boven op te komen.

Na deze analyse komt de opgave: hoe gaan we daarmee om ?  Hallo, lezers, doe ook eens iets. Het moet niet altijd van mij komen. laat me maar een beetje meer zuiderling zijn.

 

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *